
| Anno 2002 | |||
| jan | feb | mrt | |
| apr | mei | juni | |
| juli | aug | sep | |
| okt | nov | dec | |
| 2012 | |||
| 2011 | |||
| 2010 | |||
| 2009 | |||
| 2008 | |||
| 2007 | |||
| 2006 | |||
| 2005 | |||
| 2004 | |||
| 2003 | |||
| 2001 | |||
| 2000 | |||
| 1999 | |||
| 1998 | |||
| 1997 | |||
Het duo Gino Sancti won op het Concours om de Wim Sonneveldprijs 2002 zowel de jury- als de publieksprijs. Tweede werd Harmsen en derde ZUIG.
De jury sprak verheugd over een geslaagde finale met een mix van het theatrale, toneelmatige, moderne zap-cabaret en het engagement.
Gino Sancti
Gino Sancti bestaat uit de Gentenaren frank van Erum en Han Coucke.
In de omschrijving van hun programma: "De kracht van humor
ontstaat uit de pijn van het leven. Dood veroorzaakt pijn, maar
is er tegelijkertijd ook een verlossing van." Lachen om de
dood komt al snel aan de orde wanneer een gevoelig lied voor een
stervende moeder moeiteloos overgaat in een ode aan een stervend
hondje ("Blaf nu nog één keer tegen mij").
De taalvaardigheid van de heren (in het programma elkaars broer)
is continue aanwezig, maar verliest zich in een stortvloed van woordspelingen
over een muzikale familie. Dan volgt er een oninteressant verhaal
over een weggelopen bruid en aboriginals dan wel 'bosapen'.
Gino Sancti hervindt zich in het verhaal over de schijndood van
opa en het overlijden van de moeder. De daarop volgende crematie-scene
bestaat uit fraaie, hilarische typeringen. In de houten kist, die
eerder dienst deed als grafkist en spreekstoel, varen de broers
de zee op om de as van hun moeder uit te strooien. Dan krijgen ze
een idee: "Wist u dat u bij het snuiven van de as van de overledene
een bijna-doodservaring kan krijgen?"
De jury prees Gino sancti voor hun individuele talent, het samenspel,
het taalgebruik en de goede afronding van het morbide, bijna diabolische
karakter van het programma.
"Je voelt je ook betrokken en je wordt erdoor ontroerd."
De zwartekat-redactie genoot van de voorstelling en kijkt uit naar
een avondvullend programma van de heren.
ZUIG
Het trio ZUIG bestaat uit Erik Willems, Victor Mentink en Vincent
Geers, allen studenten aan de Theaterschool. De jury noemde hen
energieke jonge honden, maar benadrukte dat zijn "nog aan het
begin van de zoektocht" stonden en sprak van "prille potentie".
De zwartekat-redactie heeft zich prima vermaakt bij wéér
meer zap-cabaret. De voorstelling hadden we eerder in een try-outfase
gezien en de verbeteringen waren duidelijk zichtbaar: compacter
en met leuke toegevoegde details.
Wel moeten de heren uitkijken voor het predikaat 'Cabaret JAT',
want de redactie zag duidelijke 'invloeden' van Waardenberg &
De Jong (spugen, absurde dialoog met paraplu waarbij Mentink zelfs
de intonatie van Martin van Waardenberg heeft), Rooyackers, Kamps
& Kamps (negerzoenen in plaats van suikerklontjes) en de grimassen
van Bert Visscher, die notabene in de zaal zat. Ook het beledigen
en samenzweren van een -wisselende- medespeler is vaker en beter
gedaan.
Afgezien van de herkenbaarheid van sommige nummers, is het spel
van ZUIG uiterst vermakelijk. De heren vullen elkaar goed aan en
lijken goed op elkaar ingespeeld. De overgangen tussen de nummers
zijn soepel, soms abrupt, maar nooit echt storend.
De muzikaliteit bleef in het programma beperkt tot één
speler die het fraaie 'Railtender-lied' vertolkte. Daarnaast zingt
ZUIG een lied over het verbreken van een in een sleur geraakte relatie,
waarvan het refrein luidt: "Ik voel me kut, ik voel me klote
(2x). Niet in omtrek, maar in grootte." Mocht iemand ons kunnen
vertellen wat dit betekent, dan maken zij kans op een sticker.
Harmsen
De verrassing van de avond was voor de zwartekat-redactie toch wel de finaleplaats voor Harmsen. Marcel Harmsen, die ook deel uitmaakt van het duo 'Vreemd Apparaatje en daarmee in 1999 de tweede prijs behaalde, speelde zijn solo 'Schuurpapier'.
De jury prees zijn durf om zijn nek uit te steken, om onsympathiek
te durven zijn.
Gevoelens die de zwartekat-redactie bepaald niet deelde. Hadden
wij dan niet net een uitermate slechte voorstelling gezien? Toegegeven,
Harmsen was uitermate onsympathiek. Dat kwam met name door de inhoud
van zijn programma, dat tegen een veelvoud van onderwerpen probeerde
aan te schoppen. Ons inziens is er weinig durf voor nodig om onsympathiek
over te komen op het podium. Het zou pas echt moedig zijn geweest
om juist sympathiek over te komen en dan juist de meest onsympathieke
onderwerpen aan te snijden.
Harmsen vraagt zich af waarom hij geen Marokkaanse vrienden heeft,
hoewel hij ze toch niet kan onderscheiden van Turken. Dan gaat het
verhaal abrupt over een 'mongool', die Willebrord Frequin blijkt (altijd
goed voor een lach), scoort hij makkelijk met anti-liederen over
Henk Westbroek en Guus Meeuwis (vaker en beter gezien). Tussendoor
fietst een verleden als 'entertainer' dat via een terloopse opmerking
blijkbaar het ijzersterke fundament is voor een tirade jegens Brabanders.
Eén van de weinige lichtpunten in de voorstelling vonden
we de opmerkingen over de polonaise als metafoor voor kritiekloze
volgzaamheid. "We doen gek, maar we doen het met z'n allen.
Dus dan is dat niet zo gek."
Na het zien van deze hoeveelheid bij elkaar gemikt engagement, makkelijke
grappen en opgerekte one-liners leek ons 'Sprokkelhout' een titel
die de lading van dit programma beter dekt.
Het is jammer dat Harmsen, die met Vreemd Apparaatje aantoonde wel
aardige programma's te maken, volgens ons hier de plank volkomen
misslaat.
Maar dat is ook maar een mening. Feit is dat het zeker de moeite
waard is om de finalistentournee bij te wonen. Van dinsdag 28 mei
t/m zaterdag 1 juni zijn alle finalisten te zien in het Bellevue
theater te Amsterdam. Reserveren kan via 020-5305301