www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat

Verslag

Première 'Het land' van Mike Boddé

15 november, Kleine Komedie Amsterdam


foto: Suzan van de Roemer

Mike Boddé maakte ooit cabaret. Hij begon samen met Thomas van Luyn onder de naam Ajuinen en Look en maakte twee soloprogramma's. Dat waren vooral aaneenschakelingen van radioreclames, platte oneliners en Libergachtige muziekvondsten. 'Het land' is anders. Boddé is steeds meer zijn eigen weg aan het vinden. Hij maakt geen cabaret meer, maar theaterconcerten met een verhaal. Het verhaal van een 19-jarige man die een jaar naar Amerika gaat.

Begeleid door een percussionist en een contrabassist/trompettist maakt Boddé na drie zinnen de - puur muzikale - heenreis, keurig in zwart pak. De muziek is mooi en vormt de hoofdlijn van het programma. Van liedje naar liedje heeft Boddé telkens een intermezzo te vullen. De ene keer lijkt hij zich met poëtische volzinnen van lied naar lied te slepen, de andere keer herstelt een goed verlopen lied Boddé's stemming en is het volgende intermezzo weer prima te doen. Het lijkt soms net cabaret. Er zit niet één complete sketch tussen, maar een paar typetjes en een paar moppen doen soms denken aan zijn vorige programma's. De oneliners zijn plat, de grappen flauwig, sommige sketches worden herhaald. De blueszanger, de reclamejingles, het mengen van muziekstijlen zijn duidelijk gerecycled. De lachmomenten zijn nergens vernieuwend en zelden origineel. De muzikale creativiteit is er wel; een - vanuit cabaretperspectief - speelse liedopbouw en een mooie instrumentkeuze. De eerste echte lach komt pas na ruim een half uur, als Boddé de mogelijkheden van genetische manipulatie uiteenzet.

Tegen de pauze neemt de kritiek op Amerika af en komt de bewondering voor de muziek meer naar voren. Muziek wordt het onderwerp in plaats van het middel, en daarmee schiet de voorstelling omhoog. Jazzfragmenten en -stijlen worden getoond, Boddé leert zijn publiek hoe je muziek maakt en hoe het is om bij Charlie Parker op saxles te mogen komen. Hij hoeft dan niet meer zo nodig grappig te zijn en vermaakt ineens veel meer dan daarvoor. Hij praat niet meer door zijn applaus heen en er komen zelfs een paar grappen goed naar voren, als hij voorleest uit zijn dagboek van dat jaar. Een avondje Boddé moet je niet zien als cabaret, wordt me steeds duidelijker, maar als muziekles.

Na de pauze wordt het weer lachen geblazen. Bij gebrek aan nieuw komisch materiaal, worden typetjes uit Boddé's eerdere programma's herhaald, soms wat aangepast, soms gênant gekopieerd. Het publiek lijkt het niet te willen zien, ook zijn Kopspijkersrolletje scoort enorm. Op het moment dat hij weer grappig wil zijn, is Boddé het niet meer, met als dieptepunt een erg slechte imitatie van Paul van Vliet. Vervolgens slaat de toon van de voorstelling om - van grappig naar belerend. Dat Boddé veel van muziek weet staat buiten kijf, maar hij laat dat hier te nadrukkelijk merken - bijna Libergs.

Dan laat Boddé die verplichte nummers - zo lijkt het - achter zich en komt een wat ruimere blik naar voren. Niet echt grappig, muzikaal wel sterk. Een mooi verhaal over een kleine jongen bij een psychiater, een illustratie van een 'bad trip' en een ode aan de Grand Canyon maken de voorstelling breder. De teksten zijn soms miserabel en soms briljant. Na een reeks niet originele, platte grappen, zegt Boddé als Ray Charles het land gedag, en reist hij terug naar Holland. Zonder voorkennis en onder de noemer jazztheater is dit een heerlijke voorstelling met een paar leuke grappen erin. Hoofdzakelijk muziek. Cabaret mag het niet heten.

Door Pim de Mol

------
geplaatst op 16 november 2003