www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat Spotify Twitter Facebook

Ingezonden bericht

InterviewC3

Het is een onstuimige avond in februari als Onno Innemee, Mike Boddé en Kees Torn in een rustig Leids café zitten uit te blazen van de repetitie die dag. Toch komen telkens de Apple iBook en de Powerbook en de veel duurdere MacBook Pro van Kees Torn ter tafel om nog even een tekst onder de loupe te nemen of een scherpe grap af te platten.

Als ik vraag hoe zij elkaar hebben leren kennen, begint de één over de Grotten van Han waar zij alle drie op zoek waren naar het in de Tweede Eeuw na Christus op geheimzinnige wijze verdwenen, gebalsemde lichaam van Barones Belinda Rizla-Croix de Gitanes, de ander over een gemeenschappelijke hobby die te maken heeft met Vlaamse poëzie en tennislegendes, de derde steekt een belachelijk verhaal af over een studentenvereniging en weer iemand anders beweert dat zij elkaar ontmoetten tijdens een congres over quantum electronische deflectie in het licht van de bevindingen van de Engelse wetenschapper Paul Durac.

Het drietal vindt het een domme vraag als ik informeer naar de beweegredenen van Onno Innemee om mee te doen aan C3, dat 30 maart in het Oude Luxor in Rotterdam in premiere gaat met het nieuwe programma 3D, en dat ik evengoed kan vragen waarom Indische olifanten niet zwart-wit gevlekt zijn en met pimpelpaars geverfde klompen aan in populieren nestelen om daar recepten met roodlelhoning en geraspte sjalotten te verzinnen.

Ook op de vraag wat C3 eigenlijk is, wordt geen verhelderend antwoord gegeven. Wat is C14? Wat is U2, wat is een A4, een M1, wat is een N44, waar loopt de F16, wat is S5 en wat studeer ik eigenlijk? Mike Boddé oppert dat iemand die zulke poepdomme vragen stelt, wel Culturele Anthropologie moet studeren, hetgeen ik noodgedwongen bevestig. Waarom in vredesnaam, vraagt Kees Torn, die in 1998 de Annie M. G. Schmidt Prijs kreeg voor een lied over zijn vader die stierf, juist toen een onderlinge vriendschapsband leek te ontstaan. Je wilde zeker iets met mensen doen, raadt Mike Boddé nog voor ik dat heb kunnen zeggen. Zijn vriend Kees Torn, die me aan Godfried Bomans doet denken, is van mening dat de meeste mensen wel iets met mensen willen en er weinig mensen zijn die zeggen: "Kom, ik ga een opleiding doen zodat ik nooit meer een levende ziel hoef te zien". Voordat ik daarop kan reageren, vraagt de jazz-pianist Boddé of ik sociaal ben. En als ik vertel dat ik wel vaak met vrienden op stap ben, valt Onno Innemee mij in de rede. Of ik mijzelf niet kan amuseren? Opnieuw word ik onderbroken voordat ik iets kan vertellen over het gezelschap waarin ik graag vertoef, door de om zijn intelligent in elkaar gestoken teksten geroemde Torn. Die vermoedt dat ik bang ben voor eenzaamheid. Boddé valt hem bij en stelt dat iedere mens natuurlijk eenzaam is. De kale komiek Innemee, die vóór zijn carrière in het cabaret, werkzaam was in de informatica, is het daarmee eens en vraagt of ik vaak masturbeer. Buiten regent het en mensen lopen met opgestoken kragen door de steeg. Boddé beweert dat veel mensen die masturberen vaak bang zijn om alleen te zijn en is bekend van het duo Ajuinen & Look met Thomas van Luyn, met wie hij ook De Mike & Thomas Show maakt. Hij weet volgens Torn, die dat duo wel eens tekst levert, heus wel waarover hij praat en veel mensen van dichtbij geobserveerd heeft en al langer meeloopt dan vandaag. Innemee maakt me duidelijk dat zijn collega mij probeert te helpen en wil dat ik sorry zeg terwijl de in Maarssen woonachtige Boddé me uitlegt een handreiking te doen en mij iets mee te geven waar ik mee verder zou kunnen. Volgens de kattenliefhebber Innemee zit ik anders straks nog tien jaar achter de geraniums te masturberen zonder resultaat. De tengere, in 1967 geboren sigarenroker en aan peperdure single malt whisky's verslaafde liedjesmaker slaat zijn arm om mij heen, en fluistert: "Je bent eenzaam, hè?" Mike Boddé is inmiddels vader van twee kinderen en merkt op dat ook eenzame mensen wreed kunnen zijn. Onno Innemee pakt mijn hand en bezweert me nou gewoon maar even sorry te zeggen, wat ik tenslotte snikkend doe. "'t Is al goed" zegt de van oorsprong Rotterdamse Mike Boddé, die in Leiden, de stad waar dit interview plaatsvindt, nog een paar jaar Chinees gestudeerd heeft, en pakt mijn andere hand.

De regen is afgezwakt tot een miezerbuitje, maar de wind is niet gaan liggen en Kees Torn steekt een sigaar op, waartoe hij zich van mij los moet rukken. Hij zegt dat ik moet bedenken, voor ik de volgende keer weer in mijn broekje ga zitten, dat ik ook kan proberen hieruit los te breken en de wereld tegemoet te treden.

Het trio reist de theaterzalen langs tot 7 juni van dit jaar. De regie is in handen van een Griekse mandvlechter zonder onderlijf en in plaats van zich af te vragen waar de voorstelling over gaat, kan men beter proberen met ijslollies rooksignalen in het zand van de Sahara te kalligraferen die het verdriet van Het Genootschap Tot Het Tuchtigen Van Linkshandige Krielkuikens In Het Bezit Van VijfenZestigPlusKaart om de teloorgang van de belangstelling voor de originele klavarscribo-partituur van het voor bamboefluitorkest bewerkte Byzantijnse Volkslied tot uitdrukking brengen.

Voor mijn propedeuse was ik al geslaagd, maar ik overweeg toch maar liever iets met mijn handen te gaan doen.

Interview: Willemijn Blotekutzien (Leidse Universiteit Leiden)

Bron: internet

------
geplaatst op 7 februari 2008