

De sociale dienst
Ik moet zien rond te komen van een nog steeds
niet aan het minimum gekoppelde uitkering, als ik die tenminste
krijg.
Ik ben vanmorgen naar het gebouw van de Sociale Dienst geweest om
die uitkering aan te vragen, dat geboue bevindt zich overigens aan
de Willem Dreeslaan. Ik kwam daar binnen, liep eerst langs de receptie,
daar zat een man achter kogelvrij glas, alsof een uitkeringsgerechtigde
bij machte zou zijn om een pistool te betalen. Bij die gepantserde
man moest ik allerlei formulieren inleveren die ik van tevoren thuis
al had ingevuld. Daar stonden vragen op als: Wat voor werk zou u
graag willen doen? Acht u zichzelf arbeidsgeschikt? Heeft u al eens
een baantje gehad. Ja, als kind een racebaantje, maar dat schrijf
je natuurlijk niet op. Ik leverde braaf mijn stapeltje papieren
in en schrok me bijkans arbeidsongeschikt van de van machtswellust
druipende vraag van de ambtenaar: 'Uw nummer?' Och jezus, mijn nummer
vergeten op te schrijven. '7504,' stamelde ik, of was dat mijn pincode?
Nee, mijn pincode was 0457, of toch 75.. ? De man schudde minachtend
zijn hoofd, noteerde op mijn formulier 0000 en verwees mij door
naar de wachtkamer van de ambtenaar die over mijn uitkering ging.
Ik kwam die wachtkamer binnen en werd meteen getroffen door het
illustere gezelschap dat daar bijeen was. Bij de deur zat een werkloze
timmerman, zijn moker uitdagend op de stoel naast hem, dit om te
bewijzen dat hij nog best een heel aardig stukje kon timmeren. Tegenover
hem zat een overspannen leraar Duits die met een duizelingwekkende
snelheid alle voorzetsels in alle naamvallen door de kamer liet
rollen: 'Mit nach nebst samst bei...' Dan was er nog een slijter
compleet met kegel en kater, een werkloze hoer, binnen haar beroepsgroep
was namelijk een enorme strijd uitgebroken tussen de horizontalen
en de verticalen en de verticalen hadden uiteindelijk gewonnen.
Zij was evenwel nog van het oude slag: rugslag. In de hoek zat een
arbeidsongeschikte chirurg met de ziekte van Parkinson. Openhartoperaties
werden bij de man steevast blindedarmamputaties. En last but not
least was daar nog een ontslagen hotelkok die te veel van zijn eigen
chili con carne had gegeten en dientengevolge nu winden uit uiteenlopende
richtingen liet.
Ik zat daar zo'n beetje te wachten tot ik opeens ruw werd opgeschrikt
door geschreeuw dat uit een belendend vertrek kwam. Daar lag ongetwijfeld
iemand op de sociale verzekeringsbank, met één uitkeringstrekkertje
aan zijn hoofd en twee aan zijn voeten, ik denk dat de man verlenging
had aangevraagd.
Ondertussen zat ik mijn lijstje door te nemen met zaken die ik voor
de ambtenaar van de Sociale Dienst moest meenemen. Rijbewijs. Ja,
dat was een beetje een probleem. Ik heb namelijk mijn groot rijbewijs
en dat ging niet door de deur. Paspoort, paste niet door de poort,
bovendien niet zo'n betrouwbaar bewijsstuk dat je echt Vincent Robert
Bijlo bent. Laatste giroafschrift. Dat had ik dan wel, dat was overigens
ook mijn enige giroafschrift.
Sofinummer. Ik wist niet eens dat ik een sofinummer had, dus ik
dacht: Dan doe ik maar weer gewoon 0000, voor de sofi ben je toch
een nummer, het maakt absoluut niet uit welk.
Tandenborstel, bord, lepel, mes, vork, mok, dit alles s.v.p. voorzien
van pleistertjes met daarop uw sofinummer.
Nou, ik had alles behalve mijn rijbewijs en mijn paspoort, maar
dat betekende wel dat ik formeel niet bestond. Zou iemand die formeel
niet bestaat wel recht hebben op een uitkering? vroeg ik mij af
en ik werd in mijn gepeins onderbroken doordat iedereen opstond
en de wachtkamer uitschuifelde. Ik er achteraan. We gingen door
een lage gang, de gang kwam uit op een stalen deur, de deur ging
langzaam krakend open en wij betraden een soort van klaslokaal.
We kregen nu een video te zien over wat we wel en niet met onze
uitkering mochten doen en de taal daarin was zo kinderachtig, dat
zelfs de timmerman zich zwaar onderschat voelde.
'Uw uitkering zal op de laatste dinsdag van de maan aan u worden
verstrekt,' kwijlde het apparaat met de vreselijke stem van Vara's
Letty Kosterman. Laatste dinsdag van de maand? Nou, mooi niet. Ik
pakte mijn Succes-agenda er even bij, checkte het even er verdomd,
alleen al dit jaar zijn er drie maanden waarin helemaal geen laatste
dinsdag zit. Zo word je dus gepakt als uitkeringsgerechtigde zijnde.
De timmerman voelde dit blijkbaar ook zo, want hij pakte zijm moker
en begon wild op het televisiescherm in te slaan.
Ah, daar had je de ambtenaar die over onze uitkeringen ging. Hij
zei tegen de timmerman, dat het soms nog best moeilijk is om je
er bij neer te leggen bij bepaalde situaties; de hoer was het hier
helemaal mee eens.
We kregen nu individuele begeleiding. De ambtenaar kwam al onze
tafeltjes persoonlijk langs om de laatste hand aan de bureaucratische
beslommeringen te leggen, alvorens wij het paradijs der uitkeringsgerechtigden
zouden betreden. Daar kwam hij al op mijn tafeltje afgebeend.
Nee, rijbewijs en paspoort had ik niet. Ik kon niet bewijzen dat
ik bestond. 'Nou meneer Bijlo, dan gaat het hele feest mooi niet
door, hahaha.' 'Ja maar, ik besta wel, ik zit hier toch, ik besta!'
'Nee jongen, je denkt dat je bestaat.' 'Sorry, meneer, misschien
mag ik even, volgens mij is het ik denk dus ik besta.' 'Ah meneer
Bijlo is filosoof, nee daar is helemaal geen werk meer voor. Kijk
zo werkt het natuurlijk niet. Ik denk dus ik besta. Dat zou betekenen
dat 10 miljoen van de 15 miljoen Nederlanders niet zouden bestaan,
en dan zou het nieuwe paspoort ook niet nodig zijn. Zonder geldige
legitimatie heeft niemand, en ik herhaal niemand, recht op een uitkering.
Anders kunnen we de illegale Achmed Ben Joessoef ook wel met een
paar dikke flappen naar huis sturen.' 'Wat heeft u tegen Achmed
Ben Joessoef?' 'Niks, niks, prima kerel, maar hij bestaat niet.'
Ik stond maar op. Hoe bestaat het, dacht ik, dat ik niet bestond.
Terwijl de penetrante geur van mijn angstzweet toch tot diep in
de man zijn neusgaten moet zijn doorgedrongen. Moedeloos en platzak
verliet ik het pand. Van mijn laatste dubbeltje kocht ik een felgroene
kauwgombal. Treurig kauwend slofte ik door de stad op weg naar mijn
eerste sollicitatie.
Uit: Made in Braille (1990)