
| maeck uwer keuze | ||
| -Boeken | ||
| -CD's | ||
| -DVD's | ||
| nieuw toegevoegd | ||
Boeken
Van het boekenfront - 3 jan 2004
Richard Stuivenberg en Ron Rijghard (red.) - Theaterkritiek in Nederland
ISBN 90-6403-636-5
De achterflap van het boek vermeldt:
"Theaterkritiek staat permanent ter discussie. De een vindt haar niet deugen, de ander beschouwt
haar als overbodig, een derde zegt zich er niets van aan te trekken. Feit is dat er altijd over de
kritiek wordt gesproken, ten goede en ten kwade en op verschillende niveaus."
Het theaterblad TM publiceerde in de periode 1998-2001 vijfentwintig gesprekken met recensenten
(eigenlijk 'critici', daar schijnt dus verschil tussen te bestaan) op het gebied van theater,
muziek en dans. Richard Stuivenberg en Ron Rijghard vroegen de recensenten naar hun beweegredenen,
hun taak als recensent, hun visie op recensies, de invloed daarvan en hun werkwijze.
In het voorwoord maakt Constant Meijers een onderscheid tussen een recensent en een criticus. Een
recensent is in zijn ogen een journalist die is verbonden aan een dagblad, waarvoor de totstandkoming van
een voorstelling, behalve een artistieke prestatie, ook een nieuwsfeit is waarvan melding moet worden
gemaakt. Critici schrijven in vergelijking met recensenten lange en doorwrochte stukken waarbij meer
aspecten van een voorstelling worden belicht. Uit de interviews blijkt wel dat veel kranten de ruimte
voor dergelijke kritieken in de loop der jaren sterk hebben teruggebracht, waarmee alle geinterviewde
'critici' eigenlijk automatisch tot recensenten zijn verworden.. Ons zal het een biet zijn, we
gebruiken in deze bespreking de termen door elkaar heen.
Verrassend is de grote vraag om recensies vanuit de artiestenwereld zelf. Kunstredacties worden
overstelpt met aanvragen. Door de beperkte ruimte moeten er keuzes gemaakt worden. Daarbij melden zich
ook artiesten en gezelschappen die in het verleden negatieve kritieken hebben gehad. Liever krijgen ze
slechte kritieken dan helemaal geen kritieken. De reacties van artiesten op slechte kritieken zijn
voorspelbaar. Bij een enkele voelen zij zich beledigd, bij meerdere getergd en het boek vermeld een geval
waarbij een gezelschap een gesprek wilde de krant na diverse voorstellingen achter elkaar een negatieve
beoordeling te hebben gekregen. "Het AD is tegen ons," was de gedachte daarbij.
Dat sportjournalisten zelf vaak gemankeerde sporters zijn, geldt ook in zekere mate voor recensenten.
Meer dan eens hebben zij in het verleden aan amateurtoneel gedaan of was een carriere in de dans
voortijdig afgelopen. Er zijn echter ook recensenten die voordien hun sporen in het vak hebben verdiend
alvorens zij gingen oordelen over hun 'collega's'. Tot slot zijn er ook 'beroepsjournalisten' die al
danniet toevallig op de kunstredactie terecht zijn gekomen om daar over theater te schrijven.
De recensenten zien het als hun taak om het publiek een leidraad te bieden voor het enorme aanbod van
voorstellingen. Daarbij moet het stukje méér dan een samenvatting zijn. Het oordeel is
daarbij (per definitie) subjectief en gestoeld op hun baggage als veelkijker van voorstellingen.
Een enkeling ziet zich ook als chroniquer, om vast te leggen wat er te zien is geweest.
Over nevenfuncties wordt heel divers gedacht. Waar de ene zich beperkt tot deelname in jury's, dient de
ander in diverse adviescommissies voor toekenning van subsidies en zijn er nòg anderen die
dergelijke nevenactiviteiten als belangenverstrengeling zien. Richtlijnen zijn er niet. Omgang met de
artiesten wordt over het algemeen wel gemeden. Er wordt dan ook met verbazing gerept over Vlaamse
collega's die na de voorstelling nog de kroeg induiken om met de artiesten over de voorstelling te
discussiëren.
De meeste recensenten denken dat hun kritieken daadwerkelijk enige invloed heeft op de bezoekersaantallen
van de voorstellingen, met name als meerdere kranten eensluidend positief zijn en een enkeling denkt zelf
de zaal vol te kunnen schrijven. Anderen denken weer dat mond-tot-mond-reclame meer invloed heeft.
Het is een beetje jammer dat deze uitgave nu al gedateerd is. De interviews stammen uit de periode
1998-2001. Daardoor ontbreken onder meer interviews met recensenten als Alexander Nijeboer (De
Volkskrant), Rinske Wels (Trouw) en Merijn Henfling (Het Parool) die sindsdien cabaretvoorstellingen zijn
gaan recenseren. Maar ook Patrick van den Hanenberg en Frank Verhallen, die destijds vele honderden
voorstellingen hebben gerecenseerd in respectievelijk De Volkskrant en Trouw, ontbreken. Daarmee kom ik
bij het tweede geval van jammer: van al de geïnterviewde recensenten zijn er slechts twee die zich ook
bezig hebben gehouden met het recenseren van cabaretvoorstellingen, Henk van Gelder (NRC) en Peter
Liefhebber (De Telegraaf). De 'hogere kunsten', zoals het toneel en dans zijn wel ruim vertegenwoordigd.
Desalniettemin gunt dit boek een leerzame insteek in de gedachtenwereld van de recensenten. Zeer geschikt
voor aanstaande recensenten en wellicht ook artiesten, maar verwacht zeker geen handleiding voor het
schrijven van recensies.
Dit boek werd ter beschikking gesteld door 
-bestel deze titel online