

Het Groninger Studenten Cabaret Festival
De sfeer wil er maar niet echt inkomen tijdens de zeventiende editie van het Groninger Studenten Cabaret Festival. Toch zijn alle ingrediënten aanwezig: buiten lekker koud dus binnen knus, de lekkere cabaretzaal van de Stadsschouwburg met daarin veel studenten die er zin in hebben, de traditioneel persoonlijke en lieve ontvangst van de organisatie, drie totaal verschillende finalisten met een hoge amusementswaarde en een vriendelijke presentator die zich goed heeft voorbereid.
Maar misschien gaat het bij die laatste ook meteen al mis: Roué Verveer babbelt leuk van
de ene naar de andere act, maar hij weet op geen enkele manier de juiste sfeer in de zaal te
krijgen. Terwijl ik me op hem verheugd heb na alle positieve verhalen. Nou is mijn allergie
voor de zoveelste grappenmaker die zich opwerpt als presentator moeilijk te genezen: altijd
worden er stukken uit het eigen programma gespeeld of, nog erger, uitgeprobeerd. Nooit merk
je aan zo'n presentator dat hij zich heeft verdiept in het festival, terwijl als je zo iemand
schnabbelend bij het eerste beste bedrijf tegenkomt, dan heeft hij of zij zich minutieus verdiept
in de verkoopcijfers van januari, in de achtergronden van de typische groene kleur van het
bedrijfslogo en weet hij dat Nelly in de kantine de kroketten altijd te hard bakt. Maar ook
vanavond beperkt de presentator zich tot het keurig aankondigen van de volgende act, gelardeerd
met grappen over negers. Ja, als je vrouw bent heb je het over vrouw zijn, als je homo bent dan
gaat het over nichten, als je uit Engeland of Amerika komt maak je grappen over de weegschaal
bij Albert Heijn en die gekke Hollanders (en kun je maar een paar, grappig klinkende Nederlands
woordjes) en als je import bent dan kun je lekker hard zijn over allochtonen. Hij probeert wel
contact met de zaal te leggen, maar haalt uit de magere antwoorden die terugkomen nauwelijks
een grap zodat je je afvraagt waarom er iets gevraagd wordt. Dat het pseudocontact niet op gang
komt wijten Jan en alleman vast aan het publiek, maar dat kan eigenlijk niet: ik ben de laatste
jaren steeds bij de finale in Groningen geweest en normaal ging het dak eraf! Nu bleef het de
hele avond bij bescheiden applausjes met een enkele fluiter of hogetonenschreeuwer, waarbij ik
ook nog tevergeefs mijn best heb gedaan hierin het voortouw te nemen.
Niet dat het allemaal de schuld is van Roué natuurlijk, een goede cabaretier krikt het daarna in
een halve minuut weer op. Bovendien vond ik het wel een verademing dat de presentator de hele avond
relaxed blijft en het draaiboek goed in zijn hoofd heeft. En Roué is gewoon een innemende,
vriendelijke jongen. Maar ja, vriendelijke mensen zitten meestal in de zaal.
Timo Septer bijt het spits af. Hij begint met het zich vastketenen aan een ketting die over het
podium is gespannen. Hoewel zijn bewegingsvrijheid hierdoor beperkt is blijft hij toch heel open
in de communicatie naar het publiek, je merkt er bijna niks van. Wel vraag ik me, net als de jury,
af met welke theatrale reden hij zich af en toe toch even los maakt: natuurlijk moet hij om te
rappen wat meer uit zijn dak kunnen gaan, maar het verhaal vertelt niet waarom hij de handboeien
ineens afwerpt. Dat rappen is maar een mager kunstje trouwens, waarom heeft hier daarvoor gekozen?
Een programma verdient af en toe een rustpunt, maar de cabarettraditie tekst-liedje-tekst is niet
heilig, je kunt ook in je monoloog de energie verdelen en als het spannend genoeg is heb je geen
'even een zak chips' nodig. Als je niet kunt zingen moet je niet ineens gaan rappen. Zeker niet met
de geforceerde teksten die ik hoor, waarbij de rijm mager is en soms niet klopt en waarbij de
klemtoon vaak haaks staat op het metrum. Het programma is nogal mat, hoewel het verhaal goed in
elkaar zit. Het wemelt van de woordspelingen die zelden irritant zijn, ze zijn slim en belichten
het op-de-barricaden-personage van alle kanten. Soms wordt het even spannend: als Timo keiharde
grappen maakt over zijn moeder of als hij dreigt iemand in de zaal een heuse taart in het gezicht
te smijten, al verdient die laatste act wel een betere clou: iedereen wacht natuurlijk op je lef om
het ook te doen, al snap je als toeschouwer dat dat niet kan. Voorspelbaarheid ligt op de loer
(jezelf taarten?), maar toch…de clou gaat voor de grap.
Misschien moet hij zijn publiek beter inschatten: het kleine bijzinnetje bij liposuctie: 'weet je wel,
om vet af te zuigen' verraadt dat hij ons voor dom houdt. Het lijkt een detail, maar hierin schuilt
voor mij een attitude. Schat ons wat hoger in, doe er een tandje bij qua niveau en wat mij betreft
ook qua hardheid en kijk eens wat er gebeurt.
Van iedereen die er donderdagavond was heb ik gehoord dat het toen vele malen beter ging. Dat is
natuurlijk vreselijk voor Timo, want als het niet zo lekker loopt, dan vallen grappen vaak net niet
en lijkt het programma ook ineens niet meer zo goed in elkaar te zitten. Daar is niks aan te doen.
Maar dat de jury nou meteen twijfelt aan het feit of hij 'een constant spel kan neerzetten' is voor
mij een brug te ver. Het kan toch gewoon een keertje minder zijn, ga er maar aanstaan om op zo'n
finaleavond de sterren van de hemel te spelen als niet-prof. Mijn twijfels zijn minder, omdat ik hem
een geboren verteller vindt. Het blijft aangenaam om naar hem te luisteren en te kijken: zijn slimme
taalgebruik, zijn ontwapenende uitstraling en vooral zijn mooie heldere stem zijn zijn gereedschap.
Maar wat zegt de jury: 'Timo zou gebaat zijn bij stemtraining om zijn stem meer body te geven'. Dat
is hetzelfde als aan Ratelband vragen om voortaan te fluisteren.
Ik heb Timo twee keer eerder gezien tijdens de Pytische Spelen in Enschede. Ik heb even het rapport
erbij gezocht van de keer dat ik in de jury zat en we schreven toen ook al dat hij een geboren
performer is met mooie vondsten. Tot mijn verbazing zag ik dat ik mijn telefoonnummer destijds onder
het juryrapport geschreven heb. Snel in de archiefmap bij de anderen kijken: gelukkig, dat heb ik
bij iedereen gedaan. Ik dacht dat hij destijds misschien net zulke leuke kleren aan had, maar we
horen vanavond niks terug in het juryrapport over zijn nonchalante jasje en zijn geraffineerde
spijkerbroek met ander stuk onder de knie.
Ik begin erover om compensatie te bieden aan de tweede act, omdat hier het testosteron in de zaal
van de stoelen druipt. Lot de Witte (maar liever alleen mijn voornaam) speelt namelijk een belangrijk
deel van haar programma in een bikini, waarvan de onderhelft later nog eens wordt gereduceerd tot
vijgenblad. Nou, dat heeft gewerkt, want het kan toch nooit door de inhoud komen dat zij de
publieksprijs wegsleept. Naast mij zit een zestiger die kampioen langzaam maar toch keihard klappen
is, daardoor was mij al opgevallen dat er nog iets in de man los zou gaan komen deze avond. Maar als
Lot over het podium dribbelt met haar slanke gladde lijf lijkt het alsof naast mij een dieselmotor
wordt gestart: het gromt en zucht en vraagt steeds een bevestiging van mijn kant, maar ik blijf me
stoïcijns in mezelf afvragen of ik dit leuk moet vinden en kijk lekker niet naar links.
Oké, ik wil het natuurlijk niet afdoen op pure lichamelijkheid, want het meisje kan heus wel wat.
Zo verdenk ik haar ervan over een spectaculaire zangstem te beschikken, die ze helaas tijdens haar
voorstelling niet laat horen, we horen steeds maar een paar stukjes uit het grote bereik. Ook zou
het best kunnen dat ze bovengemiddeld piano kan spelen (boven het niveau van een festivaldeelnemer
bedoel ik dan), maar ze speelt maar een paar eenvoudige begeleidingen, wel met zo'n gemak dat je
vermoedt dat er meer in zit. De liedteksten zitten wel heel goed in elkaar. Misschien niet zozeer
inhoudelijk (ik zou bij god niet weten waar ze over gingen, behalve dat het scheppingsverhaal een
rode draad vormde in het geheel) maar wel qua rijm, metrum en zinsbouw: er zitten pareltjes
tussen.
Lot geeft een jongen op de eerste rij een joystick (is dat niet Bart, die het festival vroeger zelf
organiseerde en die ik door zijn aangeboren bezieling en professionaliteit het grootste impresariaat
van Nederland toewens?). De joystick stuurt het computerspel waarin Lot de hoofdrol speelt, het is
een adventure waarin de vele (onnodige) attributen een rol spelen, leuk gevonden, dat wel. Het was
mijn enige glimlachmoment. Maar verder had ik de hele tijd moeite om erbij te blijven. Pas toen het
over seks ging werd in de zaal eindelijk eens hard gelachen, waarschijnlijk een ejaculatie van
opgekropte opgewondenheid. Na afloop vroeg ik in de foyer aan een aantal rechtgeaarde hetero's of
het nou iets doet, zo'n mooi, bijna naakt lichaam voor je op het podium? Iedereen veinsde een korte
overpeinzing, waarna een luid en duidelijk 'nee' klonk. Wilde men het onafhankelijke cabaretgevoel
niet te grabbel gooien, wilde men zich conformeren aan de meerderheid van het publiek en doen
voorkomen dat de persoonlijkheidsprijs geheel op inhoud is toegewezen? Of heb ik me vergist in
het rechtgeaarde heteroschap van mijn respondenten? Het zoude de eerste keer zijn.
Ik wil niet het hele fenomeen Lot hier neersabelen op grond van wat ik haar tijdens haar finaleact
heb zien doen. Er staat namelijk wel een interessante persoon op het podium. Voor het eerst zie ik
een meisje dat niet zegt: 'kijk ik ben een gek mens' en dat dan eigenlijk heel gewoon is. Nee, ik
heb de stellige indruk dat het hier een echt gek meisje betreft, gek op een podium bedoel ik dan
natuurlijk. Ze blijft boeiend om naar te kijken, kleren of niet. En ze kan volgens mij veel, maar
ze moet het met totaal ander materiaal doen: laat iemand een mooi, muzikaal programma voor je
maken. Misschien hoeft het niet eens in de basis grappig te zijn, dan is een zijdelingse grap al
gauw meegenomen.
De man naast me blijkt tijdens het uitreiken van de persoonlijkheidsprijs nog harder te kunnen klappen
en hij scandeert instemmende woorden als Lot de prijs in ontvangst neemt, terwijl de rest van de zaal
het bij een beleefd applaus houdt. Het zal dus wel haar vader zijn.
Het trio Neveneffecten treedt als derde finalist op en de Belgen weten de zaal dan toch nog een
beetje op gang te krijgen. Ze openen de voorstelling achter de Belgische vlag met een lied dat het
Belgische volkslied lijkt (tjee, wat weten we weinig over de grens eigenlijk). De voorstelling bestaat
uit allerlei oneigenlijke wereldkampioenschappen, waarbij het wereldkampioenschap 'doen alsof er niks
aan de hand is' de kroon spant. Er is een klassieke verwarringssketch die mij met heimwee doet
denken aan van Duin/van Dusschoten, maar die toch verre van belegen aandoet. De jury rept ook
over voorspelbaarheid, maar vindt, net als ik, dat die scène perfect wordt uitgevoerd. Aan het eind
zingen de Belgen nog eens hun hymne, duidelijk ontspannen en net als de drie heren tijdens de
voorstelling groeiden, heeft ook de vlag aan het eind megalomane afmetingen.
Ik heb het trio tijdens de Gentse Feesten gezien met hun voorstelling in wording. Toen speelde een
laptop een belangrijke rol: er werden gedurende het stuk tal van cartoons getoond. Omdat zij die
zelf als basis van hun programma beschouwden zag ik de paniek in hun ogen toen ik desgevraagd mijn
mening over het gebodene gaf: leuke ideeën, leuke mensen op het podium, maar dat gedoe met die
laptop kan wat mij betreft wel weg. Gelukkig hebben ook de regisseurs van het festival Pim van Alten
en Jeroen Rozendaal ze daarvan kunnen overtuigen. Deze twee heren verdienen trouwens de jaarlijkse
regieprijs (is die er al?), want ook nu was de hele avond hun vakkundige hand zichtbaar: elke overgang,
elke mis-en-scène, je ziet dat er over is nagedacht. Elk programma staat als een huis en dat is voor
een belangrijk deel aan hen te danken.
Neveneffecten is natuurlijk geen diepgaand cabaret. Het enige stukje maatschappelijke betrokkenheid
ontdek ik in de stofzuigerverkoopact, waarin de hoofdrol van de gladde gestresste cursusleider wordt
voorgesteld door een Nederlander. Of zouden ze sport belachelijk willen maken? Het lijkt mij te ver
gedacht en daarom ben ik wel benieuwd naar minder oppervlakkig materiaal van de heren. Ze vinden
toch ook wel ergens iets van? Van hen wil ik het juist weten omdat het zulke leuke
theaterpersoonlijkheden zijn, waar je meteen eens lekker voor gaat zitten. De jury plaatst hun act in
de Monthy Python en Jiskefet stijl, maar dat vind ik teveel eer. Ik heb eerder het idee dat we het
voorgerecht te zien kregen en dat de heren door het verwerven van de juryprijs worden aangemoedigd
voor ons binnenkort een heerlijke hoofdmaaltijd te bereiden. Dat kunnen ze namelijk wel in België,
ik doe mijn servet alvast om.
De jury besluit de avond met hun rapporten, waarvan ik de essentiële delen al hierboven heb weergegeven (ja, ja, dat was alles zo'n beetje). Indrukwekkender was de inleiding die jurydirecteur Daniël Wever voorlas. Alsof hij de plaatselijke jaarvergadering van aandeelhouders toesprak nam hij plaats achter het katheder (oh, wat was Bert Visser vorig jaar toch leuk). Na het 'dames en heren' meldt hij ons dat cabaret een serieuze vorm van podiumkunst is en refereert aan het feit dat theaterdirecteuren voor het eerst cabaretprijzen hebben uitgedeeld dit jaar. Waarom willen we dat eigenlijk op dit moment weten? Dan komt een beschrijving die we waarschijnlijk in veelvoud in elke cabaretbijbel tegenkomen: om cabaret moet je kunnen lachen, het moet schrijnen, bla bla enz. Over publiek inschatten gesproken... Maar pas echt erg wordt het, als meneer Wever ons meldt dat de jury vooraf criteria heeft vastgesteld. Let op, ga er voor zitten. Ten eerste: originaliteit met de uitleg dat je iets nieuws moet brengen, maar dat we geen bijzonder vernieuwende vorm van cabaret verwachten. Ten tweede: inhoud. Geen commentaar. Ten derde: de mogelijkheid tot doorgroeien. Tja, hoe vaak hebben mensen (en ikzelf) me daar niet in vergist. Het is bovendien niet aan een jury om te gaan voorspellen of een act toekomst heeft, dat is toch totaal onbelangrijk. Krijg je alleen maar een prijs voor een boek als je zeker weet dat er nog een tweede komt? Betaal je alleen de aannemer als je weet dat hij nog een volgend huis kan bouwen? Daar gaat het toch helemaal niet om. Fuck op met je criteria. Voor mij is er maar één ding: vinden wij het met zijn allen leuk genoeg om naar te kijken.
Daarom is de echte winnaar van het festival Peter Musschenga, want het is hem weer gelukt een
adembenemend decor te maken dat bij alle acts een ingenieuze aanvulling is op het programma. Negen
driehoeken die als marionettenpoppen in allerlei standen kunnen worden gemanoeuvreerd, die in
verschillende kleuren licht geven. Maar het laat zich op papier slecht beschrijven.
Toen het kunstwerk van Peter tijdens het voorlezen van het juryrapport ging bewegen, was dat mijn
enige moment van ontroering die avond. En het stond lekker haaks op de platitudes en clichés van
meneer de voorzitter. En schrijnen deed het.
reageer op het Zwartekat Forum
René M. Broeders is artistiek leider van Op Sterk Water.