terug
Hans Dorrestijn
Bio.txt
Hans Dorrestijn - de cabaretier
Dorrestijn schreef tijdens zijn studententijd
teksten die voor de radio werden voorgedragen door mensen als Jeroen
Krabbé. Tot Dorrestijn besloot dat zijn schrijfsels eigenlijk flauwekul
waren. Toen bleef het beperkt tot af en toe een tekst in Propria
Cures.
In zijn studententijd kwam
hij ook in aanraking met Don Quishocking toen werkend onder de naam
‘Lambert ten Kate Cabaret'. Volgens Dorrestijn waren zijn eerste
teksten voor hen uitermate slecht, maar viel dat door het slecht
gebrachte cabaret toch niet. Later toen DQ beter werd, werden ook
zijn teksten beter.
Enkele van de teksten die Dorrestijn voor DQ schreef zijn: ‘Klein
klein kleutertje’ (over de gevaren die een kind in het verkeer
loopt), Boeken lenen (een conference over
de problemen van het boeken uitlenen) en Amsterdam.
Over de samenwerking met DQ schreef Dorrestijn in de VPRO-gids in
1979 het artikel 'Uitholling overdwars'.
- Dorrestijn:
- "Intussen was ik ook gaan schrijven voor
Herman van Veen voor zo’n vijfentwintig gulden per stuk. Over
samenwerking met Herman van Veen Laurens van Rooijen vond het
op een gegeven ogenblik beter een beroemde naam er tussen te zetten.
Ik ben er toen stilletjes uitgegooid.
Toen ben ik zeker vier jaar, alleen maar voor mezelf bezig geweest
en in die tijd heb ik geen enkel succes gehad."
Hij deed nog wel mee aan een prijsvraag van de
BRT waar hij van de 4600 inzendingen de enige Nederlander was die
in de prijzen viel, hij kreeg twee eervolle vermeldingen. Ook hier
kwam niets uit voort.
In 1970 liep Frans Boelen van de VARA rond
met het idee voor Het Schrijverskollektief. Twintig schrijvers werden
bij elkaar gehaald. Iemand van Don Quishocking wees Boelen erop
dat Dorrestijn ook wel aardige teksten schreef en hij zou één van
de zes leden van het Kollektief worden. Ze begonnen met de teksten
voor het programma ‘Wij en de Wereld’, een amusementprogramma voor
volwassenen dat steeds een ander thema behandelde.
Toen kwam de Panoramawoensdagshow, een programma met een absurdistische
inslag, ook voor ouderen en met veel Monty Python-achtige dingen
erin, dat werd gekraakt door tv-recensenten.
Daarna kwamen ze met het idee voor de Stratenmakeropzeeshow, een
verbinding van grote-mensen leed en kinderleed. Hij wilde wel eens
beschrijven ‘wat je als kind allemaal voor ellende op je kop krijgt,
omdat mensen gewoon niet begrijpen wat ze een kind met allerlei
maatregelen aandoen, met wat voor dingen ze je jaar in jaar uit
lastig vallen en bezeren.’
Volgens Dorrestijn zat het succes van De Straat 'in het samengaan
van de bijna archetypische figuren, De Straat (Aart Staartjes),
Eric Engerd (Joost Prinsen), De Deftige Dame (Wieteke van Dort),
en het schrijven vanuit jezelf.'
- Dorrestijn schreef ook voor het sexprogramma
Open en Bloot, opgezet naar het model van De Straat. Dorrestijn
zei daar toen over:
- "Een paar gefrustreerde kerels die nooit
aan sex doen en er dus veel over denken, zitten om een tafel en
putten uit eigen bron. Er zijn drie seksuologen bij betrokken
en zij vertellen ons wat voor moeilijkheden wij eigenlijk hebben.
Bij Open en Bloot heb je niet het gevoel dat je naar de problemen
van een stelletje intellectuelen zit te kijken."
Later zou hij met Het Schrijverskollektief ook
meewerken aan J.J. de Bom (voorheen De Kindervriend) en Geef je ouders
maar de Schuld.
Tussendoor had hij nog enig succes met ‘Meiden
van de kermis’. Don Quishocking had dezelfde platenmaatschappij
als Ciska Peters en die had op een gegeven moment snel een tekst
nodig. Hij kreeg de muziek en daar moest hij binnen een week een
tekst bij maken. Dat is gelukt en het werd een hit. Meiden van de
Kermis heeft Ciska Peeters goud bezorgd.
Lenny Kuhr zong ‘Eendjes voeren’ voor ze, lonkend naar internationaal
succes, overstapte op Engelse liedjes.
Andere artiesten met Dorrestijns liedjes op het repertoire zijn
Joost Prinsen, Adéle Bloemedaal en Gerard Cox.
- Dorrestijn had inmiddels zelf ook het podium
beklommen. Dorrestijn:
- "Als tekstschrijver leed ik al jaren aan
overproduktie d.w.z. ik schreef veel meer liedjes dan ik aan de
Nederlandse zangers en zangeressen kon slijten. Op een dag zette
ik tot mijn eigen verbazing een van mijn teksten op muziek. En
dat terwijl ik tot dan toe op de piano niet eens de allereenvoudigste
begeleidingen van de allersimpelste liedjes had kunnen vinden.
er moet sprake geweest zijn van een soort verstandsverheldering.
In een half jaar tijds had ik zo’n veertien teksten die ik ten
gehore kon brengen, mezelf begeleidend op de piano. Ik werd allengs
vaker uitgenodigd voor optredens. Ik kwam in de kleinste plaatsjes,
in de nietigste gehuchten zonder dat ik overigens ooit ergens
de indruk kreeg dat men al eerder van mij gehoord had. Soms verkeerde
men in de mening dat ik ‘over’ liedjes zou komen praten. Dan dacht
men blijkbaar dat ik een soort doctorandus in de liedkunst was."
Dat optredens niet altijd lekker liepen
blijkt wel uit een annecdote over een optreden
bij 'Van Twaalf tot Twee'.
- Dorrestijn heeft zich in de loop der jaren
duidelijk ontwikkeld als cabaretier. Zong hij op de LP 'Bofkont'
(1973) nog met een bijna piepende stem vol, nadat iemand hem had
aangeraden om een octaaf lager te zingen bevordert het de zeggingskracht
van zijn liederen, in plaats van de aandacht van de tekst af te
leiden.
Ook zijn muziek is door een ijzeren discipline vooruit gegaan.
Hierover zei hij in 1990:
- "Ik speel elke dag twee of drie uur, vooral
Bach, en als je dat twintig jaar volhoudt moet je wel een grote
kluns zijn wil je niet vooruitgaan. Op mijn tiende heb ik anderhalf
jaar les gehad. Ik ben ermee opgehouden bij gebrek aan talent
en omdat ik te hard moest studeren op de MULO in Hilversum."
- Tenslotte is zijn presentatie verbeterd.
In het begin zat Dorrestijn alleen achter zijn piano en las de
teksten van papier. Hij haalde Fred Florusse erbij als regisseur.
Van hem moest Dorrestijn teksten uit zijn hoofd gaan leren. Dorrestijn:
- "Ik had echter nog nooit eerder iets uit
mijn hoofd kunnen leren. Op een dag besloot ik dat één verhaal
daar geschikt voor was. Eén A4-tje. Na twee maanden had ik het
er nog niet in. Ik kwam toen tot de conclusie dat het een blokkade
moest zijn. Ik kocht een fles wodka. Al zuipend ben ik het gaan
leren en toen dronken was, kende ik het."
- De drank hief de blokkade op. Later kon
hij ook zonder.
- "Deze show ('Gesmolten IJsberen', red) duurt
anderhalf uur. In twee weken kende ik hem uit mijn hoofd. Alleen
de teksten van de liedjes heb ik voor me op de piano. Dat stoort
niet. Als ik zing kijk ik toch voor me uit: dan zit ik niet olijk
de zaal in te kijken."
- Zo stond hij in 'Na regen komt Dorrestijn'
nog op de bus te wachten en in 'Gesmolten IJsberen' stapte hij
van zijn ijsblok af om een deuntje op een gitaar te spelen ('kan
hij dezelfde accoorden gebruiken terwijl het tòch anders klinkt').
Al is het nog wat stuntelig.
- "Het stuntelen is niet ingestudeerd. Ik
probeer alles juist zo goed mogelijk te doen. Waar het publiek
denkt dat ik expres onhandig doe, heb ik met veel moeite getracht
perfectie te bereiken. Ik moet ook streven naar perfectie, anders
wordt het een volkomen chaos."
'Gesmolten IJsberen' was eigenlijk bedoeld als
tweemansvoorstelling van Dorrestijn en Fred Florusse, maar tijdens
de try-outs zagen beide partijen om uiteenlopende redenen van de samenwerking
af. Dorrestijn schreef in korte tijd om tot een solo-voorstelling.
Maar Florusse zou toch enige malen in de show opduiken. Dorrestijn
vertelt dan dat hij de voorstelling eigenlijk samen met Fred deed,
maar die was er die avond net niet. Later in de voorstelling belt
Fred ook nog even op. Een leuk effect is het zingen van een liedje
dat oorspronkelijk als duet bedoeld was, maar dat Dorrestijn nu alleen
brengt.
Over zijn cabaretier-zijn heeft Dorrestijn
zelfs een boekje geschreven, Mag ik uw handtekening?, met daarin
zijn ervaringen en tips aangevuld met oude interviews, recensies
en teksten. 'Nieuw' in dat boekje zijn de teksten uit het programma
'Gesmolten IJsberen.
Op televisie bracht hij in het najaar van 1996 zijn mooiste liedjes
in 'Positief genieten met Hans
Dorrestijn'. Zijn nieuwste theaterprogramma heet 'Dorrestijn
viert oud en nieuw' en werd op 31 december 1996 door de VPRO uitgezonden
als oudejaarsconference.
Na een langdurig ziekbed pakte hij het programma weer op, dit keer
samen met pianist Frans Ehlhart.