terug

De Loop Der Dingen: De Pythische Spelen

De repetitie-avonden zouden plaatsvinden op maandagavond, vanaf 20u, in het cultureel centrum aan de Mekelweg, de centrale weg van de Technische Universiteit Delft. Het zaaltje kende ik; daar had ik mijn eerste cursus kleinkunst ook gedaan.

Eén van de momenten uit die eerste cursus die me bij is gebleven is dat, toen ik en een paar anderen met eigen teksten aan kwamen zetten, de twee wat oudere vrouwelijke deelnemers aan de cursus verbaasd opkeken.

"Jullie schrijven eigen teksten?", zeiden ze, "Maar dat kunnen wij helemaal niet!" waarna we ze nooit meer terug hebben gezien.

Daar begreep ik helemaal niets van. Ik ging juist kleinkunst doen óm zelf dingen te kunnen schrijven. Dat vond en vind ik één van de mooiste dingen aan cabaret: Thuis in je treurige studentenkamer iets op een papiertje krabbelen waar later tientallen mensen om zouden lachen.

De eerste avond bij de vervolgcursus, met de groep mensen die Delfts Blok zou worden, was... eng. Er zaten behoorlijk wat bijdehandte jongens tussen, waarvan bovendien de meesten al samen een cursus gedaan hadden. Ik was vooral bang van Jasper, een jongen die lid was van een studentenvereniging en bijbehorende assertieve houding had. Dat was zo'n type die me en publique een keer flink neer zou kunnen zetten; zo één die door al mijn maskers heen kon prikken.

Die avond, de eerste maandagavond, had niemand echt iets geschreven. De zeven die over waren van de vorige cursus waren enthousiast dat ze weer aan de slag konden, en de vier nieuwe jongens, waaronder ik, keken vooral de spreekwoordelijke kat uit de spreekwoordelijke boom. De twaalfde man, cursusleider annex regisseur annex führer Pim, zat op de achtergrond, en gaf ons op een gegeven moment de opdracht om per twee man iets te gaan schrijven: een sketchje, een liedje, of iets anders. Ik werd aan Andries gekoppeld, ook al zo'n figuur waar ik als onzeker groentje een beetje bang van werd.

We schreven een korte sketch, Andries en ik, over die grote blauwe vogel uit Sesamstraat, u kent hem wel, PINO; een barman met de bijnaam "chef"; de dictator genaamd Pinochet, en de spraakverwarring die daar vanzelfsprekend uit ontstaat.

Het was niet zo'n heel goeie sketch.

Maar we hadden een sketch geschreven! En het was best leuk, samen met Andries, eigenlijk.

Aanzetten tot schrijven, dat was in het begin de voornaamste rol van Pim. Hij gaf wekelijks opdrachten om met bepaalde onderwerpen iets te doen, en creëerde op die manier een vrij constante aanvoer van nieuwe teksten.

Bijvoorbeeld: Een lied dat begon met 'Je zit achterop mijn fiets'. Of iets over de basisschool. Een gesprek tussen twee dieren. En, nadat Jascha, één van de cursisten, bijna wekelijks bij de koffie een anekdote had over zijn excentrieke, Cubaanse huisgenoot, die ze alleen spraken door middel van briefjes op de koelkast: 'Een lied over een Cubaan'. Daar wist Andries wel raad mee.

Mijn eerste opdracht was iets te schrijven over mijn basisschool. Ik had toevallig wat losse dingetjes die wel van toepassing waren, en schreef daar nog wat bij. De maandagavond daarop schraapte ik alle moed bij elkaar en las voor wat ik op een A4-tje had getypt. Ik durfde de 11 paar ogen niet aan te kijken, en hoopte er maar het beste van. Ik geloof niet dat het een groot succes was, ik weet ook niet of het een klein succes was, maar ik herinner me nog wel dat Sjoerd om een grapje moest lachen, en dat er hier en daar wat meer reactie was- en dat was de grootste winst. Ik had me voorlopig gehandhaafd!

Zo schreven we wekelijks nieuwe dingen, op weg naar een nieuwe presentatie-avond. Ergens onderweg bedacht iemand dat het wel goed zou zijn als we niet alleen toe zouden werken naar zo'n avond, maar ook mee zouden doen aan een klein festivalletje of iets dergelijks- buiten de comfortzone van de Delftse Komedie. Dat festivalletje werd De Pythische Spelen, een onopvallend studentenfestival met allerlei disciplines: schrijven, dichten, theatersport, toneel- en dus cabaret. Dat jaar werd het gehouden op de campus van de Universiteit in Enschede. Voor de mensen die Enschede niet kennen: Dat ligt in Duitsland.

Het festival was meerdaags, en donderdagavond deden we mee aan de voorronde. De jury bestond uit Klaas van der Eerden, Richard Groenendijk en René M. Broeders, en wij hadden geen idee wie dat waren. We begrepen dat René M. Broeders de vaste presentator van Cameretten was, en de andere twee min of meer jonge talenten in de cabaretwereld.

We speelden de voorronde in een soort driehoekige zaal, en voor het eerst stonden we met zijn elven te dringen achter gordijnen en veel te kleine coulissen, die niet berekend waren op elf man. Ik weet niet meer hoe het optreden ging, wel dat het allemaal wel klopte en goed voelde. De volgende avond was de tweede voorronde, waar ik niet bij kon zijn. 's Avonds belde ik of we de voorronde door waren, en zaterdag in de finale stonden.

We waren door, en zaterdag reisde ik terug naar Enschede, waar we die avond in een echte schouwburg in de finale zouden optreden. Een echte schouwburg! Leuk hoor. Maar ik geloof niet dat ik me echt realiseerde dat we door waren naar een finale. En hoe bijzonder dat eigenlijk was.

(wordt vervolgd)