www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

terug

De Loop Der Dingen: Doorstart

Het was voorbij! Voorbij! Delfts Blok zat erop. Na het podium geproefd te hebben (hout en rubber) was de sleet erop gekomen, en besloten we ermee op te houden.

Rond die tijd zat ik weer wat vaker op het forum van zwartekat.nl; dat had daar ongetwijfeld mee te maken. Ik hing er niet vaak rond; dat was deels omdat het forum niet altijd even actief is, maar deels ook omdat er soms mensen posten die me herinneren aan een slechte eigenschap van mezelf: veel te veel mening, veel te weinig ervaring.

Maar af en toe was het best leuk om weer eens rond te neuzen. Zo ook toen. Mijn oog viel op een post van een jongen die wel wilde beginnen met cabaret, maar niet zo goed wist hoe. En of er wat ervarener mensen waren die hem wat tips wilde geven.

Ik had tijdens Delfts Blok al eens aan regie-klusjes gesnuffeld, en dat beviel me wel. Immers, mensen vertellen hoe het wél moet, daar ben ik toevallig heel erg goed/irritant in, dus ik dacht: "Hij bedoelt mij! Pick me! Pick me!" en ik stuurde hem een berichtje. Op het forum werden al wat tips gegeven aan de jongeman, o.a. door Katinka P. en een meneer die me aan een slechte eigenschap van mezelf deed denken (nudge nudge).

Ondertussen was Jasper, ex-Delfts Blok, op zichzelf met cabaret doorgegaan, of zoals de Italianen dat zo mooi zeggen: solo. Ook met Jasper ging ik in den beginne heel en af en toe om de tafel om een beetje te brainstormen over teksten. Eén van de eerste optredens die ik van hem zag was een open podium in theater Camuz, in Leidschendam. Spannend om te zien, het blijft toch cabaret-familie. Hij had een verhaal waarin hij een verkoper van medicijnen in oorlogsgebieden speelde, geheel in het zwart gekleed. Het viel me op hoe dat optreden al best wel kwaliteit had. Het was in elk geval een stuk beter dan de anderen die avond (waarbij misschien vermeld moet worden dat één van de andere optredens werd verzorgd door een ridder. Ja, zo'n middeleeuwse. Desalniettemin.)

Nu denk ik: Niet zo heel raar. Jasper had immers zes jaar cabaretervaring; maar toen dacht ik: "Goh, dat doet ie best aardig. Geen idee hoe dat zo kan." Het was ook één van de eerste keren dat ik één van de cabaret-familie een optreden zag doen; bij Delfts Blok stond ik natuurlijk altijd náást Jasper op het podium. Dus ik had ook geen idee hoe wij op het podium overkwamen; niet van mezelf, en niet van Jasper.

Met de jongen van het zwartekat-forum mailde ik wat heen en weer, en het leek wel te klikken, dus besloten we eens af te spreken. De jongeman in kwestie kwam uit Schipluiden, een klein dorpje vlakbij Delft (waar ik nog steeds op een studentenkamer aan het wegkwijnen was). We spraken af bij een scoutinghut in Schipluiden: een klein zaaltje, met een bank, een tafel, een groene gymvloer en een soort opvouwbare picknicktafel aan de wand.

Ik kwam aan bij de scouting-hut, en na de kennismakende kletspraatjes zei ik tegen René (zoals hij bleek te heten): 'Nou, laat maar eens wat horen.' Hij had op een paar A4-tjes wat teksten geprint, en hij las het, zittend op een bankstel ietwat timide voor.

"Oh ja!", dacht ik. Ik was vergeten hoe het ook alweer was, om voor het eerst je ideetjes aan min of meer volstrekt vreemden te laten horen. Ik had dat natuurlijk ook, die eerste keer bij Delfts Blok. Alsof je naakt tegenover twee leuke meisjes staat, en die twee leuke meisjes mogen een rapport geven over je uiterlijk- je gezicht, je misschien toch niet zo heel sportieve bouw, de hele riedel. Niet dat je je nou schaamt voor je lichaam, maar om het nou aan twee leuke meisjes ter beoordeling naakt te laten zien, weetjewel. Dat doe je gewoon niet.

Zo voelt het om wat jij verzonnen hebt, je tekst, aan anderen te laten horen. Zeker in het begin, zeker die eerste keer.

Ik had me ook helemaal niet gerealiseerd dat ik voor René misschien wat intimiderend zou kunnen zijn: tien jaar ouder, zes jaar podiumervaring, en met de winst van een festival op zak. Ik heb me nog nooit 'de cabaretier' gevoeld, niet toen ik in de theaters stond, en zeker niet in die scoutinghut in Schipluiden. Ik voelde me meer 'de cursist', die samen met die andere cursisten door goed gehobby al die theatermensen een loer hadden gedraaid. Op zich ook knap, natuurlijk.

Ik had zelf nog nauwelijks in mijn eentje op het podium gestaan, en ik wist niet zeker hoeveel ik een beginnend iemand nou helemaal te bieden had. Maar het leek me leuk om met René te werken, en leuk, mensen, dat is toch het belangrijkst! Dus we konden aan de slag, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Ik kon toen niet vermoeden dat René uit Schipluiden het nog ver zou schoppen.

[wordt vervolgd]