

In de media: Het Schip - 28 september 2005
"Hoe rekbaar het begrip kleinkunst tegenwoordig is, bewijzen de cabaretiers (..) in hun voorstelling Het Schip. In de show wordt op een paar basale kreten na geen woord gewisseld. In plaats daarvan is het kwartet vooral acrobatisch in de weer met alle cliches rond schip en zee (..) Ze worden aaneengeregen tot een hilarisch geheel waarbij vooral het vernuftige decor (..) een uiterst functionele rol speelt. (..) Mime en uitbundige clownerie kennen zo hun beperkingen, ook omdat de verhaallijn (..) tamelijk dun is. Het Schip beweegt zich visueel tussen stripboek en variete met veel filmische elementen. Het heeft genoeg kluchtige slapstick en theatrale inventiviteit voor een onderhoudende voorstelling. (..) Maar cabaret? Nee, die term dekt de lading niet."
'Het Schip: Een slapstick op zee' door Arno Gelder, in: AD, 13 sept 2005
"Het schip is een komedie met twee gezichten. De verpakking is prachtig. Het decor is indrukwekkend, de montages tussen de scenes zijn vaak mooi. Ook herbergt de voorstelling een aantal aardige theatrale vondsten die de komedie tot het einde visueel aantrekkelijk houden. Met de verpakking is niets mis, maar eenmaal uitgepakt blijkt Het Schip geen cadeautje. De verhaallijn is dun, ontbeert intelligentie en mikt vol op de vette lach en biedt ook weinig anders dan dat. Iedere scene moet scoren: o wee als het stilvalt. Stilvallen doet de zaal vaak, want Het Schip schiet met hagel en niet zelden mis. Een gemiste kans want scripschrijver Zwaneveld heeft zeker interessante aanzetten in gebouwd om zijn personages diepgang te geven en Het Schip toont ook zeker dat hij over het talent beschikt een evenwichtige en interessante komedie te schrijven."
-lees hier de gehele tekst
'Het Schip schiet met hagel en zelden raak' door Alexander Nijeboer, in: De Volkskrant, 13 sept 2005
"Door het ontbreken van tekst moeten visuele grappen 'Het Schip' boven water houden. Waarbij de passende muziek van Vincent van Warmerdam en het inventieve decor van Erica Segveld voor extra drijfvermogen zorgen. Verder komt het in de voorstelling vooral aan op het acteertalent van de vier cabaretiers. Precies op dat punt gaat 'Het Schip' de boot in. Hun overdreven speelwijze ontaardt al snel in opgeklopte meligheid. Die aanpak misstaat niet op een zomers festival als De Parade, maar van een theatervoorstelling mag wel wat meer kwaliteit worden verwacht."
'Cabaretiers de boot in met Het Schip' door Marco Weijers, in: De Telegraaf, 16 sept 2005
Na het verklappen van de nodige hoeveel grappen schrijft Henk van Gelder in het NRC:
"Het Schip is een gelegenheidsshow van vier cabaretiers uit de onafzienbare b-sector van het genre (..) Gevieren spelen ze een tekstloze slapstickvoorstelling, die vooral bestaat uit veel misbaar, krachtpatserij en een handjevol aardige effecten, op filmische muziek van
Vincent van Warmerdam. Maar hoeveel manieren zijn er om op komische wijze overboord te slaan? Dit viertal heeft er niet veel te bieden, en ontbeert ook het raffinement om veel verder te komen dan wat ruige kreten, stoeipartijen en het trekken van malle gezichten. Iedereen staat op stormkracht
te spelen om de schaarste aan goede grappen te overschreeuwen. Maar gek doen is niet hetzelfde als leuk zijn."
'Slappe slapstick op een walvisvaarder' door Henk van Gelder, in: NRC Handelsblad, 15 sept 2005
"Het Schip moet het niet hebben van een intrigerende plot of ingewikkelde verhaallijnen. Ook niet van dialogen, want die zijn er niet: de cabaretiers houden hun mond, wat op zich wel eens een verademing is. Het eenvoudige verhaaltje is een kapstok voor visuele en fysieke grapjes over het leven op zee. (..) Op z'n best is het slapstick (..), maar het blijft nogal eens steken in flauwiteiten of net te trage sketches. Met de aankleding is flink uitgepakt. (..) Op het podium staat niet alleen een onbewoond eiland en een schip met de nodige functies, er zijn ook haaien, walvissen en dolfijnen. De vele vondsten maken de voorstelling ook voor kinderen zeer geschikt. (..) Het Schip doet denken aan producties van Alex d'Electrique. Ook die hebben veel vondsten, alleen komen daar nog een geniale tekst en eigenwijze wendingen bij. Helaas ontbreken die hier. En daardoor is Het Schip vermakelijk, maar ongevaarlijk."
-lees hier de gehele tekst
'Dollen met een drenkeling' door Merijn Henfling, in: Het Parool, 13 sept 2005
Het Haarlems Dagblad sprak met Onno Innemee.
"Tijdens de repetitie staat hij op een onbewoond eiland. Dat beeldt oogt als een tekening uit een stripverhaal. 'We werken inderdaad van plaatje naar plaatje. In mijn eigen programma's speel ik kleiner. Hier moet alles groot en breeduitgemeten. Om pijn uit te beelden gaat het nu echt van AHHHHHHHHAAAAHHH' (..) Innemee wisselt zijn soloprogramma's regelmatig af met groepswerk. Binnen dat kader zoekt hij dan weer zijn eigen plekje. 'Mijn samenspel iswel sterk, maar ik sta toch te soleren in deze voorstelling. Ik acteer met anderen, maar ben de drenkeling en die hoort niet op dat schip.'"
'Vier cabaretiers in één schuitje' door Jan Pieterse, in: Haarlems Dagblad, 8 sept 2005
In de media: Onno Innemee - 16 mrt 2004
"De aanval is de beste verdediging, moet Onno Innemee gedacht hebben toen hij besloot om zijn
nieuwe voorstelling 'En nou?' te beginnen met een typetje van dubieuze kwaliteit. De cabaretier
kreeg nogal eens de kritiek dat zijn voorstellingen te veel dreven op dat soort mislukte personages
en een overdosis aan bekketrekkerij. (..) 'En nou?' is opgebouwd uit een lange conference van Innemee
als zichzelf rond het thema 'het gaat slecht met de wereld', een geestig en sympathiek verhaal dat
op gezette tijden door de cabaretier wordt onderbroken door een brilletje op te zetten en een typetje
te spelen. De brilletjes lijken overbodig - Innemee heeft acteertalent genoeg om zonder te kunnen -
en het niveau van de typetjes loopt te veel uiteen.(..) Naast die missers staat gelukkig ook nog een
groot aantal hoogtepunten. Het verhaal over Jip en Janneke die ineens in de trein naar een
concentratiekamp zitten, is gaaf. En de conference over 'hoe geef ik de kat een pilletje' is
hilarisch." (..) Terwijl hij een schoolvoorbeeld van bekkentrekkerij laat zien, schreeuwt hij: 'dit
is geen bekkentrekkerij, dát heet mimiek'. Waarmee maar weer bewezen is, dat je alles van twee kanten
kunt bekijken.
'Nieuwe voorstelling Onno Innemee is wisselvallige solo' door Ruud Meijer, in:
Algemeen Dagblad, 9 mrt 2004
"Geen zang, geen dans, geen toeters, geen bellen. Nou ja, aan het eind even. Dan brengt hij de zaal
op hol met een door Kees Torn geschreven hilarisch carnavalslied. Een heerlijke uitsmijter,
gebracht in de hoedanigheid van een dronken feestneus. Typetjes vormen immers een van Innemees
sterke kanten. Het aardige aan 'En nou?' is dat hij de typetjes niet neerzet als afgerond nummer
maar als inleiding tot of afronding van een verhaal. En de verhalen staan vooral in het teken
van deze tijd waarin het slecht gaat. Maar relax, want het is goed dat het slecht gaat. Dan komen
we tenminste aan meer existentiële vragen toe. Het leven is een feest, maar we moeten wel even
zelf de slingers ophangen. En zolang hij daar zelf wat voorbeelden van geeft is hij erg leuk."
'Onno Innemee hangt de slingers voor het feest' door Frits Nies, in: Limburgs Dagblad,
2 feb 2004
"Het moet een leuke avond worden, belooft de cabaretier zijn publiek. Even de sores van thuis
vergeten. Geen beschouwingen over de rottigheid in de wereld. Gewoon lekker lachen. Innemee zet
met zijn ontspannen introductie het publiek op het verkeerde been, want na de belofte volgen
wel degelijke enkele geëngageerde grappen over Palestijnse zelfmoordcommando's. Een aardig contrast.
(..) Tussen de banale grappen en grollen door probeert Innemee wel geëngageerd te zijn, maar net
als de humor veelbelovend gitzwart dreigt te worden, helpt de cabaretier met zijn lolbroekerij
de grimmige sfeer om zeep. Het moet wel leuk blijven. (..) 'Ellende is leuk,' houdt de cabaretier
zijn publiek bij wijze van cabaretles voor, maar Innemee geeft de ellende geen kans. (Typetjes)
gaan ten onder door zeer pover acteerwerk en de onbenullige moppentapperij waarmee de
cabaretier zijn programma leuk probeert te houden. Niet verwonderlijk dat Innemee afsluit met een
carnavalskraker - een dronkenmanslied. Beter kon hij zijn laten-we-het-nou-leuk-houden-mentaliteit
niet illustreren."
''Leuke ellende' verzandt in banale moppentapperij' door Alexander Nijeboer, in:
De Volkskrant, 10 mrt 2004
"Typetjes zijn Innemees redding. Eén van die typetjes komt direct aan het begin op en stelt zich
voor als 'het typetje dat het niet heeft gehaald en dat nu het voorprogramma van meneer Innemee
mag doen'. Het leukste mannetje van de avond heb je dan al gehad, blijkt anderhalf uur later en dit
typetje brengt je in de verleiding er een metafoor voor Innemee zelf in te zien, de cabaretier
die het net niet heeft gehaald. En die ook nu in de middenmoot zal blijven hangen, omdat, naast
een paar momenten waarin hij een aardige visie op de wereld om hem heen tentoonspreidt, zijn
materiaal te matig is en hij te veel platgetreden paden bewandelt om zelf maar aanspraak te kunnen
maken op de subtop."
'Typetjes redden Onno Innemee' door Ruud Buurman, in: Haagsche Courant, 9 mrt
2004
"Met Innemee is het publiek verzekerd van een aangename avond cabaret met genoeg grappen en
bovendien een behoorlijke portie levensvisie. De kale performer is als mens een prettige verschijning
en ook zijn vele typetjes mogen er wezen. Door middel van een simpele transformatie en summiere
teksten zet hij levensechte personages neer. (..) Zijn verhaal over 'Jip en Janneke naar het
concentratiekamp' en de instructie over 'hoe geef ik mijn kat een pil' vormen duidelijke
hoogtepunten. (...) Hij is op cabaretgebied geen uitschieter maar wel een authentieke humorist die
over alles een mening heeft. Innemee mag misschien overeenkomsten vertonen met zijn typetje
dat 'het nooit heeft gehaald', de komiek speelt intussen wel zijn vierde volwaardige solo. Wie
hem nu nog niet kent, zit volgens de flyer 'in een gesloten inrichting of is doof'. Onno Innemee
is gewoon een volhouder en die haalt 'het' altijd."
'Innemee haalt het wel maar is geen uitschieter' door Marion Groenewoud, in: Zwolse
Courant, 13 jan 2004
met dank aan: Bumme