portret


































































portret














































































































































































portret

Wim Kan

Laatste nieuws
-al het nieuws over Wim Kan

"Men heeft mij gevraagd om in dit nieuwe jaar een paar woorden tot u te spreken in verband met de jaarwisseling."

Met deze opzettelijk deftig uitgesproken woorden begint Wim Kan in 1954 zijn optreden op de laatste dag van het jaar. Twintig jaar na zijn dood staat hij er nog altijd in de geschiedenisboeken als de uitvinder van de oudejaarsconference. Toch is hij zelden meer te horen op de radio of te zien op tv. In vergelijking met het huidige cabaret vindt het publiek Kan nu vaak traag met lange aanlopen voor het maken van een grap. Door de toespitsing op de politieke actualiteit van spreken kennen veel mensen niet langer de personen waar het toen om ging. Nieuwe generaties dreigen Wim Kan te vergeten.

Wim Kan - artistieke zoon uit gegoede kringen
Willem Cornelis Kan wordt geboren op 15 januari 1911 als jongste van drie kinderen. Zijn vader is mr. Johannes Benedictus Kan (1873-1947), secretaris-generaal Binnenlandse Zaken (1908), minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw in het kabinet De Geer (1926-1929) en lid van de Raad van State vanaf 1931. Hij is een populaire man die zich ook op sportief vlak onderscheidde: in 1895 maakte hij deel uit van het Nederlands voetbalelftal.
Als kind voert de kleine Wim toneelstukken op met zelfgemaakte marionetten die bekenden uit zijn omgeving moesten verbeelden, waarbij hij hen met stemimitaties tot leven brengt. Ook zijn vader is regelmatig het 'slachtoffer', tot groot vermaak van de man zelf. De artisticiteit van hun zoon wordt door vader en moeder Kan gestimuleerd en ze zijn dan ook allerminst verrast dat hij na het gymnasium naar de toneelschool wil. Tweeënhalf jaar later wordt Kan, kort voor het bepalen van zijn diploma van de toneelschool gestuurd na een conflict met de school. Kan had toestemming gevraagd om te mogen figureren bij het gezelschap van De Bree. Dat werd hem geweigerd, maar hij doet het toch bij het Centraal Toneel.

Inmiddels had hij in die periode de tien jaar oudere en twee koppen kleinere revuester Corry Vonk leren kennen. Ze treffen elkaar op een gemaskerd bal in de kunstenaarssociëteit De Kring. Zij is verkleed als Chineesje, hij als Pierrot. Voor de grap kiezen de aanwezigen die avond een bruidspaar en dat zijn toevallig Corry Vonk en Wim Kan, die elkaar toen nog nooit eerder hebben gezien.

Corry Vonk - ster uit de revue
Corry Vonk (1901) is twaalf jaar als ze debuteert bij de revue van Nap de la Mar. Haar vader is toneelmeester in Theater Carré, wanneer De la Mar hem aanspreekt omdat hij een koningskind in zijn operette nodig heeft. Vonk speelt vanwege haar kleine postuur voornamelijk kinderrollen in operetes, revues, blijspelen, kindervoorstellingen en later ook in films. Ze werkt ondermeer met Louis Davids en Eduard Verkade. Wim Kan en Corry Vonk trouwen in 1933.

Aan het toneel en omgaan met kritieken
Op 1 oktober 1931 debuteert Wim Kan bij het toneelgezelschap van Cor Ruys in de Haagse Princesse Schouwburg, in het stuk 'Mijn zoon Etienne'. Met dit stuk begint zijn moeizame verhouding tot de pers. In het programmaboekje 'Hop hop hop' van het ABC vertelt Kan over zijn eerste recensie na zijn toneeldebuut op 1 oktober 1931: "(Ik dacht:) Morgen koop ik gewoon een paar kranten en dan weet ik meteen hoe mijn theatertoekomst er zo'n beetje voor staat. Dus kocht ik 'Het Vaderland' van 2 oktober 1931 en las: 'Hoewel zijn rol maar klein was, moet ik toch even apart Wim Kan vermelden als Mr Sarrasin. Voor een debuut van een beginnend jong acteur (en zelfs voor een niet debuut zou 't zoo geweest zijn) was dit volmaakt goed en zeer veel belovend...' (...) Helaas kocht ik die zelfde 2e oktober van het jaar ook nog de 'Haagsche Courant' en die las: '... Wim Kan, als Mr Sarrasin wat dillettanterig stijfjes...' Kan zal zijn hele leven gevoelig blijven voor (tegenstrijdige) kritiek. Bekend is zijn uitspraak 'Recensies? Ik lees ze nooit - ik spel ze'. Na zijn dood ontvangt het Theaterinstituut Nederland twaalf plakboeken met recensies.

Kan speelt nog vijf jaar in het cabaretgezelschap van Cor Ruys, maar bezoekt tussen de stukken door ook Parijse theaters en schrijft af en toe revueteksten voor Corry Vonk. Hij heeft succes als auteur en dat doet Kan verlangen naar meer. In 1933 mislukt een poging om 'de betere revue' te introduceren in Carré. Weliswaar zijn de recensenten enthousiast over de 'cabaretgeest' van de revue 'Mag ik er ook op?', maar het publiek blijft weg. Na nog een revue vertrekken Kan en Vonk naar het cabaret 'De Lachhoek' van Henri Wallig dat hij op 15 juni 1935 in het Leidsepleintheater opent. Na deze tijdelijke produkties volgt cabaret 'De Blokkendoos' onder leiding van de bekende actrice-cabaretiere Fien de la Mar, dat op 15 september 1935 in premiere gaat. Het optreden van Vonk en de teksten van Kan worden opnieuw geprezen.

De geboorte van het ABC-cabaret
In 1936 richt Kan met Vonk en Louis Gimberg het ABC-cabaret op. De naam is een idee van Corry Vonk en er zat geen speciale betekenis achter. Vonk en Gimberg zijn in die tijd de trekpleisters van het cabaret, maar het is Kan die de koers van het cabaret bepaalt. Andere medewerkers aan het eerste programma zijn Cor Hermus (de vader van Guus Hermus), Tilly Perin-Bouwmeester, Fientje Berghegge, Marie Marletto en het muzikale gedeelte wordt verzorgd door de pianisten Beuker en Denijs.

De periode 1927-1936 zal later omschreven worden als een cabaretloze tijd. Na de moord op de Jean-Louis Pisuisse zijn er nog maar weinig succesvolle 'echte' cabaretiers. Het publiek geeft zich in die tijd liever over aan het 'gemakkelijke amusement', zodat zelfs het serieuze toneel zich genoodzaakt zag het repertoire aan te passen. Het is eigenlijk alleen Louis Davids die af en toe nog wat leven in de brouwerij bracht met zijn overstap van revue naar cabaret middels het Kurhaus Cabaret. De premiere van het programma 'Daar zit muziek in' van de 'ABC-cabaret revue' op 15 augustus 1936 is een instant succes en de terugkeer van het 'echte cabaret' gaat gepaard met een stroom van positieve recensies in de pers.
In die tijd laat de Duitse cabaretiere Erika Mann met haar cabaret 'Die Pfeffermühle' zien dat een cabaret een hecht ensemble moest zijn en geen willekeurige verzameling van losse nummers. Die Pfeffermühle is een emigranten-cabaret dat is uitgeweken naar Nederland omdat ze door het politieke klimaat in Duitsland niet meer konden optreden in eigen land. Een ander voorbeeld is het cabaret van Rudolf Nelson. Bij de oprichting van het ABC-Cabaret neemt Kan met name de Duitse emigranten-cabarets als voorbeeld.

Het ABC-cabaret is in die tijd geen uitgesproken politiek cabaret, in tegenstelling tot 'Die Pfeffermühle'. Kan zou dan ook nooit een politiek conferencier zijn, maar een conferencier die met de politiek speelt. Toch wordt in januari 1937 een optreden ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernard afgezegd. De organisatoren schrikken terug van een scene met daarin een Nederlander, een Fransman, een Engelsman en een Duitser. Ze zijn bang dat het Duitse deel van de gasten zich beledigd zou voelen.

Geen 100, maar 2286 dagen
Op 3 december 1939 vertrekt het ABC-cabaret naar Indonesie met hun '100 dagen uit en thuis'-tour. Zij krijgen een aanbieding gehad van de bond van Nederlands-Indische Kunstkringen. Niemand kan weten dat het bijna zes jaar zou duren eer zij weer voet op Nederlandse bodem kunnen zetten.
Kan wordt in eerste instantie gemobiliseerd en daarna al snel opgesloten in het jappenkamp. Later zal hij te werk worden gesteld aan de Burma Spoorlijn, maar een deel van deze ontberingen wordt Kan bespaard doordat hij kan optreden voor zijn mede-gevangenen. In bedekte termen probeert hij enerzijds de mannen een hart onder de riem te steken, anderzijds probeert hij de censuur van de Jappen te ontlopen. Het is hier dat hij zijn conference-technieken perfectioneert. Vonk verblijft ondertussen in de vrouwenkampen onder niet veel betere omstandigheden. Ook zij organiseert het amusement, waaronder een cabaret en is verpleegster.
In augustus 2003 verschijnt het boek 'Dansen op de Kwai: het leven na de Birma spoorweg' van Tony van der Meulen. Het is een poging om het leven van de dwangarbeiders van de spoorlijn te reconstrueren. Daarbij gaat hij ook in op de rol Wim Kan. Een deel van de ex-dwangarbeiders herinnerde Kan als heel hoopgevend met zijn shows. Om deze programma's te kunnen maken werd hij dus vrijgesteld van het werken aan de spoorlijn. Dat zette kwaad bloed in bepaalde kringen van de ex-dwangarbeiders, omdat hij zijn 'bevoorrechte positie' niet zou realiseren.
Op 8 november 1945 worden Kan en Vonk herenigd, in haar rugzak heeft Corry alle teksten van het ABC-cabaret. Zowel Kan als Vonk zouden voor hun verdiensten de Oost-Azië verzetster verdienen.

Gedurende zijn verblijf in Burma houdt Kan een dagboek bij dat postuum in 1986 wordt gepubliceerd. Wel publiceert het echtpaar Kan in 1946 het boek '100 dagen uit en thuis', dat een stuk luchtiger van toon is. Het Burma Dagboek is door Frans Rühl samengesteld uit vier schoolschriften, een dik schrift met harde kaft en een klein notitieblok. Kan kan de dagboeken, soms met behulp van zijn medegevangen, telkens meesmokkelen bij verhuizingen naar een ander kamp. In 1996 komen nog enkele verloren gewaande bladzijden uit het dagboek boven water in de erfenis van Wim Kan jr, de zoon van Kans broer Jan. Deze bladzijden zijn vervolgens opgeëist door Rühl als erfgenaam van de dagboeken en de teksten.

Het ABC-cabaret als leerschool
Het ABC-cabaret wordt voorgezet na de terugkeer in Nederland met medewerking van bekende namen als Cruys Voorbergh, Sophie Stein, Johan Elsensohn, Cilly Wang en Albert Mol. Was Wim Kan voor de oorlog met name als auteur aanwezig, nu treedt hij regelmatiger als conferencier op de voorgrond. Langzaam maar zeker gaan de conferences van Kan de ensemble-nummers overheersen. Dat wordt steeds duidelijker als Kan rond 1950 minder bekende, nog onervaren talenten ging werven voor het cabaret. Lange tijd geldt het ABC-cabaret echter nog als leerschool voor jong talent. Later bekende namen onder de leerlingen zijn: Lia Dorana, Sylvia de Leur, Rijk de Gooyer, Carry Tefsen, Henk Elsink, Wieteke van Dort, Marnix Kappers, Sieto en Marijke Hoving, Nelly Frijda, Frits Lambrechts, Frans Halsema, Jenny Arean en vele anderen. Kan wordt geroemd om zijn talent voor het herkennen van talent, maar zijn 'vergissing' in het geval van Jasperina de Jong altijd leuk om in herinnering te brengen. In 'Brieven van Wim Kan' (1989) is de brief aan Jasperina de Jong opgenomen naar aanleiding van haar auditie voor het , gedateerd op 19 maart 1959:
"Alhoewel ik uw auditie niet uitgesproken slecht vond, durf ik toch - voorlopig althans - U geen engagement bij ons ensemble aan te bieden. (...) Persoonlijk geloof ik dat ik U zou aanraden 'amateur' te blijven."
Natuurlijk kan De Jong ook gewoon een hele slechte auditie hebben gespeeld.

Zelfverkozen isolement
Na de terugkeer in Nederland in 1946 wordt Kan een kluizenaar die zich bij voorkeur samen met Corry terugtrekt in zijn huis te Kudelstaart of Scheveningen of het chalet in Langwies, Zwitserland. Slechts zeer weinigen hebben zijn telefoonnummer. Daarbij is de afspraak dat zakelijke besprekingen via zijn manager Meneer van Liempt lopen, waarna Kan eventueel terugbelt.
Aan de andere kant onderhoudt Kan een georganiseerde correspondentie per brief. Wie een nette brief naar hem stuurt, kan bijna altijd een antwoord terug verwachten. In 'Brieven van Wim Kan' zijn enkele van zijn brieven gepubliceerd waarbij de soms scherpe toon opvallend is. W. van der Kamp benaderde Kan om Jacco van Renesse onder zijn contract bij het ABC-Cabaret uit te laten komen, om zo een hoofdrol in een musical te kunnen aannemen. Kan sluit de brief aan Van der Kamp af met: "Rest mij nog U te melden, dat ik U geen 'vervelende zak' vind, maar een 'tijdsbeeld'. Begrijpt u wat ik bedoel?"

Van Liempt zei ooit dat Kan leefde voor de voorstelling. "Hij las weing boeken, ging altijd direct na de voorstelling naar huis, zelfs na de grootste successen bleef hij niet met anderen achter, werd er niets gevierd. Dan vertrok hij alleen met Corry Vonk. Kijk, toen het ontzettend goed ging met Cina waren ze bang dat die rijkdom en wetenschap buiten China zouden komen en toen bouwden ze er een muur omheen. Maar als er niets meer uit gaat komt er ook niets meer in. Die wisselwerking heeft een mens nodig. Je kunt je niet afzonderen, daar is het Chinese rijk aan ten onder gegaan. Bij Kan werd de muur te hevig opgetrokken. Corry Vonk heeft zich aangepast, het ging eerder van hem uit dan van haar."

Radio en televisie - de geboorte van de oudejaarsconference
Wim Ibo, de legendarische producer en latere cabarethistoricus probeert Kan te strikken voor zijn radioprogramma's, maar die laat zich niet in met de 'nieuwe media' zoals radio en tv. In 1938 vraagt pionier Erik de Vries het echtpaar Kan voor een optreden voor de experimentele televisie van Philips op de Utrechtse Jaarbeurs. Het experiment bevalt Kan allerminst. Corry Vonk verhaspelt van de zenuwen haar tekst en Kan zegt: "Je tast maar in het duister en je kunt zelf nooit zien of je het goed doet of niet." Hij is bang dat de microfoon en de camera hem zouden remmen in zijn artisticiteit. Het zal tot 1973 duren voor Kan de camera toeliet bij zijn optreden.
Met veel geduld weet Ibo Kan over te halen voor de microfoon te komen voor zijn radioprogramma Triangel en een klein rolletje bij de Familie Doorsnee. In 1950 vult hij een half uurtje alleen op de radio en in 1953 ook met Pasen. In 1954 zegt Kan tegen Ibo in de kleedkamer van het Leidseplein Theater: "Weet je wat ik leuk zou vinden? Een uur op oudejaarsavond in m'n eentje." Ibo snelt dolgelukkig naar de VARA-directie. Het dagelijks bestuur van de VARA wil echter vantevoren de band beluisteren en bepalen wat wel en niet kan worden uitgezonden. Kan weigert resoluut en de VARA geeft toe. De conference is een enorm succes: de VARA wordt geprezen dat zij het heeft aangedurfd om een conference uit te zenden waarin zowel de VARA als de PVDA op de hak worden genomen. In de verzuilde maatschappij die Nederland dan nog is, is dat iets zeer ongebruikelijks: men bevuilde niet het eigen nest.

Met steeds groter succes volgen oudejaarsconferences in 1956, '58, '60 en '63 op de radio. Kans politieke conferences groeien op die oudejaarsavonden uit tot een nationale gebeurtenis. Hij haalt van politici uit hun ivoren torens en presenteert hen als echte mensen, iets wat tot dan toe onvoorstelbaar was.

Het einde van het ABC-cabaret - Kan solo, met Corry aan zijn zijde
Ondanks zijn solosuccessen houdt Kan vast aan de formule van het ABC-cabaret. Voor de pauze de jonge talenten met Corry Vonk en na de pauze de meester alleen. Zoals eerder gesteld verschuift het zwaartepunt van de voorstelling en ook de interesse van het publiek langzaam maar zeker naar het optreden van Kan zelf na de pauze. Het eerste gedeelte zit het publieks beleefheidshalve uit. Daarbij valt Kan ook zwaarder om passend materiaal voor de jongelingen te schrijven. Na overleg met Corry Vonk valt in het voorjaar van 1970 het besluit het ABC-cabaret op te heffen en dat najaar is Wim Kan te zien met het programma 'Wim Kan alleen - met Corry aan zijn zijde'.

De komst van Hirohito
Kan is in die tijd de nationale 'eenmaker', iemand die een volk dat onderling zo verdeeld is eendrachtig kan laten luisteren. Ook in de Haagse kringen worden zijn grappen gewaardeerd. Zijn eigen opvattingen hield hij wijs genoeg in het midden. Niemand die hem weet te betrappen op één bepaalde politieke lijn (al wordt hem wel later zowel links als rechts gedrag toegedicht). Hierdoor kan hij grappen maken over links én rechts. Pas in 1971 bij het bezoek van de Japanse keizer Hirohito aan Nederland valt hij uit zijn rol als waarnemer en in zijn rol als oorlogsslachtoffer.
Kan haat Hirohito omdat de ontberingen die hij en velen met hem had moeten ondergaan in Burma uit naam van de keizer werden opgelegd. Om politieke redenen besloten de Amerikanen destijds om de keizer niet als oorlogsmisdadiger aan te merken, maar hem te zien als machteloze pion.

Kustaw Bessems, redacteur bij het dagblad Trouw schrijft in het kader van zijn studie geschiedenis een doctoraalscriptie over het protest van Kan tegen de komst. Deze scriptie wordt in 2000 gepubliceerd onder de naam 'Er leven haast geen mensen meer'. Bessems reconstrueert hoe Kan onder meer het actualiteitenprogramma Achter Het Nieuws en De Telegraaf naar zijn hand zette. Zo bepaalt Kan bij het interview in Achter Het Nieuws de onderwerpen, de vragen én de cameravoering. Door zijn oudejaarsconferences is Kan een nationale beroemdheid waarvoor men graag consessies doet om hem in hun programma te krijgen. Hans van der Werf, politiek redacteur en nieuwslezer bij het NOS Journaal gaat zelfs een stap verder en helpt de vaak zwaar geëmotioneerde Kan zelfs actief om zijn boodschap over te brengen. Dat Van der Werf daarover tegelijk bericht in het journaal is journalistiek niet ethisch, wat hij later ook volmondig toegeeft. In 1971 staat Kan op een zodanig voetstuk dat Van der Werf geen nee kan zeggen als Kans impresario Wout van Liempt hem benadert. Van der Werf maakt bandopnames van de telefoongesprekken met Kan, die Bessems later kan gebruiken voor zijn scriptie.
Kan krijgt veel steunbetuigingen, maar zijn acties vinden verder weinig navolging.

Op 8 oktober landt het vliegtuig met het keizerlijk paar. Bressems beschrijft de koele ontvangst door het Nederlandse volk: "Het bezoek wordt een fiasco. De keizer wordt met een noodvaart door het land gereden. Nederlanders blijven weg van de route, of trakteren de vorst op claxonconcerten. Sommigen demonstreren. Bij de Euromast komt een bommelding binnen, in Rijkswijk gooit iemand met een thermosfles een gat in de buitenste ruit van Hirohito's auto. (...) Er gaan bakstenen door de ruiten van de Japanse ambassade, 'Hirohito oorlogsmisdadiger' wordt op de muren gekalkt, voor mordenaar wordt Hirohito uitgemaakt en voor Hitler. Eén man probeert hem een klap te geven, Japanse vlaggen worden verbrand en bespuwd, de auto van de keizer zelfs een keer bestormd. De aanwezige Japanse pers is verbijsterd."

Bij het vertrek van Hirohito praat Kan op Schiphol met twee Japanse journalisten. Zij zijn beledigd over de behandeling van hun vorst en zien Wim Kan als de aanstichter van alle commotie. Kan legt uit dat hij niet achter de geweldadige acties staat en biedt geëmotioneerd een kopie van zijn Burma-dagboek aan één van de -bekoelde- journalisten. Er volgt nog een korte diplomatieke rel en voor de journalisten in Japan is Kan de zondebok.
In het jubileumboek '40 jaar Wim Kan met Corry aan zijn zijde' wordt beweerd dat het echtpaar Kan als stil protest hun beider Oost-Azië Verzetsterren in de Westeinderplassen hebben gegooid, maar deze onscheidingen worden later teruggevonden bij de inboedel.

De actie was dus tevergeefs, maar het heeft ons wel een klassiek stukje kleinkunst opgeleverd, al was het met moeite. Het protestlied 'Er leven haast geen mensen meer (Railroadje 1971)', waarin Kan de keizer aanklaagt voor zijn rol in Burma, wordt geweigerd door platenmaatschappij Phonogram (eigendom van Philips). Zij waren bang om daarmee de Philips-vestiging in Japan schade te berokkenen. Kan verbreekt het contract met Phonogram. Uiteindelijk komt de single uit bij Imperial.

'Er leven haast geen mensen meer'

Er leven niet veel mensen meer die het hebben meegemaakt
De vijand heeft er ongeveer eenderde afgemaakt
Die slapen in een jutezak, de Burmahemel is hun dak
De kampen zijn verlaten, leeg de cellen
Er leven niet veel mensen meer die het kunnen navertellen

Wat aan die railroad is gebeurd weten de doden alleen
Daar, onder elke dwarsligger ligt welgeteld er een
Maar die houdt in de Burmagrond tot in de eeuwigheid zijn mond
Wat hier gebeurde had hij nooit kunnen voorspellen
Er leven niet veel mensen meer die het kunnen navertellen

Die alles weten nog van toen: de drie pagodenpas
De dodenspoorlijn bij Rangoon, ontvluchten, hoe dat was
Je werd zonder te zijn verhoord op keizerlijk bevel vermoord
Maar wie wil dat nu nog ten toon stellen
Er leven haast geen mensen meer die het kunnen navertellen

En toch leeft er nog altijd een die het navertellen kan
Die de geschiedenis kent als geen een: de keizer van Japan
Nou hij niet opgehangen is had op Soestdijk toen aan de dis
Tenminste toch eens iemand kunnen vragen hoe dat zat destijds in Burma
Aan die railroad, met die doden, en die ziekten, en die honger en die cellen

Wat had hij dat
Terwijl hij at
Mooi kunnen vertellen

Toch op televisie
In 1973 maakt Kan de overstap naar de televisie en breekt onmiddellijk alle kijkdichtheid- en waarderingscijfer-records met het programma 'Zuinig over de drempel'. In 1976 volgt 'Waar gaan we in het nieuwe jaar naar toe?' en in 1979 'Wankelend over de drempel'.



In 1982 twijfelt Kan of hij de oudejaarsconference zal doen. Eerder dat jaar is zijn Corry getroffen door een hersenbloeding en ontbreekt de gebruikelijke voorbereiding met een reeks voorstellingen waar Kan zijn materiaal op het publiek test. Hij vertrouwt op zijn improvisatievermogen en neemt op één avond de oudejaarsconference op. Normaliter worden er vier opnames gemaakt, waaruit Kan de beste kiest. Hoewel hij na het zien van de opname zelf grote twijfels heeft, laat hij zich overhalen door zijn vrouw om de uitzending door te laten gaan. Het programma begint met ambtenaar Van Puthoven (Kan in een dubbelrol) die Kan in de kleedkamer erop wil wijzen dat er geen reclame voor zijn lp mag worden gemaakt. Kan brengt vervolgens geactualiseerde stukken uit eerdere programma's en vertrouwt verder op zijn improvisatievermogen. Door de gemiste voorbereiding ontbreekt het ritme. Bovendien treft hij een jong kabinet waarvan de ministers nog amper bekend zijn bij het publiek.
De conference wordt niet goed ontvangen, mede omdat Freek de Jonge op diezelfde avond een sterke oudejaarsconference neerzet met 'De openbaring'. De volgende ochtend zegt Kan zelf ook dat het eigenlijk niet uitgezonden had moeten worden. Het is hem door het publiek dan allang vergeven en de recensenten zijn mild. Pas na het verschijnen van het boekenweekgeschenk 'Soms denk ik wel eens bij mezelf..', een armoedige verzameling uitspraken, kwam de kritiek los. Een revanche komt er niet, Kan overlijdt op 8 september 1983 vrij onverwacht aan maagkanker.

De dagboeken
Na de dood van Corry Vonk in 1988 erft hun voormalige medewerker Frans Rühl de dagboeken. Hij publiceert een selectie van de dagboeken in twee delen: 'De radiojaren (1957-1968)' en 'De televisietijd (1968-1983)'. Het geeft een ontluisterend beeld van deze 'vader des vaderlands' als een eeuwige twijfelaar. Er zijn dan ook protesten van Kans familie, broer mr. Jan Kan, voormalig lid van de Raad van State en Ella ter Kuile, nicht van Kan en toentertijd VVD-gemeenteraadlid in Rotterdam én Kans impresario Wout van Liempt. De familie stelt dat Kan in 1977 in een brief aan Michel van der Plas had laten weten dat hij niets voelde voor een publicatie van zijn dagboeken. Rühl schermt echter met een passage in de dagboeken waarin hij toch akkoord zou gaan met publicatie. Feit is dat de familie en bekenden toch aardig wat kritiek krijgen in de dagboeken (broer Jan zou met alle winden meewaaien en Kan zou een hekel aan Jans vrouw hebben gehad) en er wordt zeer minnetjes gesproken collega-artiesten als Seth Gaaikema. De familie zegt dat de publicaties een vertekend beeld geven en herkent Kan niet in de gekwelde, depressieve en onzekere man uit de dagboeken. Rühl verdedigt zich in een artikel in Humo met het argument dat hij Kans stemmingen het beste kende en dat hij zo zijn selectie uit passages van de dagboeken ook zo heeft gemaakt. Impresario Wout van Liempt stelt dat er 110 dagboeken zijn en had het beter gevonden als bepaalde passages van een begeleidiend commentaar waren voorzien.
Omdat ik de dagboeken had gelezen vroeg ik Wim Ibo ooit eens of Kan inderdaad erg moeilijk was in de omgang. Absoluut niet, hij was een genot om mee te werken, aldus Ibo.

Op de dagboeken na ligt nu een groot deel van het archief van Wim Kan en Corry Vonk bij het Theater Instituut Nederland: stukken betreffende hun persoonlijk leven, stukken betreffende hun maatschappelijk leven (algemeen, correspondentie, boekhouding, tournee Nederlands Indië en Internering, Affaire Hirohito, activiteiten) en documentatie. Het archief is beschikbaar voor raadpleging.

De herinnering vervaagt
Tegenwoordig lijkt Wim Kan haast vergeten. Dat komt omdat hij zich in zijn oudejaarsconferences vooral bezig hield met de (politieke) actualiteit. En wie van de jongere generatie herinnert zich nog Willem Drees, Jan de Quay ("Lijmen Jan"), Jelle Zijlstra ("Jelle sal wel zien"), Norbert 'gladde teckel' Schmelzer of zelfs Joop den Uijl, die Kan zo feilloos wist te typeren. Sterker nog, zelfs met de herinneringen aan Wim Kan wordt slordig omgesprongen.

Zo moet begin 1997 het door Siemen Bolhuis gemaakte beeld van Wim Kan en Corry Vonk verdwijnen van het Leidseplein vanwege de herinrichting ter gelegenheid van de te houden Eurotop. Na tien maanden opgeslagen te hebben gelegen krijgt het beeld -na een lobby van Kans vriend Wim Ibo- een nieuwe plek op het Gevers Deynootplein in Scheveningen met het gezicht richting het Kurhaus. Kan werd geboren in Scheveningen, speelde met succes in het Kurhaus en maakte lange wandelingen op het Scheveningse strand.

Foto: Bob Bronshoff In 2000 dreigt het werkhuisje van Wim Kan verloren te gaan. In dit tuinhuisje bij zijn huis in Kudelstaart schreef Kan veel van zijn teksten. Dankzij een draaischijf kon hij het huisje met de zon laten meedraaien.
Nadat in augustus 2000 het huis en de grond werd doorverkocht wil de nieuwe eigenaar de villa van Kan slopen. Daarmee wordt ook het huisje in zijn bestaan bedreigt. Uiteindelijk besluit de nieuwe eigenaar het werkhuisje te schenken aan Frank Verhallen. Verhallen, directeur van het Koningstheater in Den Bosch, cabaretliefhebber en oud-recensent bij het dagblad Trouw, krijgt bij zijn aanbod steun van prominente cabaretiers als Paul van Vliet, Herman van Veen en Youp van 't Hek. Helaas is het huisje in slechte staat, maar het is goed te weten dat studenten aan de Koningstheateracademie op de binnenplaats toch telkens langs een klein stukje cabaretgeschiedenis kunnen lopen.

In 2004 verschijnt een dvd-box met daarbij de in 1990 verschenen videobanden. Helaas zonder een boekje met een goede beschrijving van de context van zijn oudejaarsconferences. Jammer, want ook jongere generaties zouden Wim Kan niet mogen vergeten.

Door Richard van Bilsen

Met dank aan:
Freddy Pille en Arthur Oliemans voor de discografie

Gebruikte literatuur:
Honderd dagen uit en thuis / Corry Vonk & Wim Kan (1946)
'Hop hop hop' / Programmaboekje ABC-cabaret, 1968
40 jaar Wim Kan met Corry aan zijn zijde / Wim Ibo (1976)
Wim Kan was bij leven al legende - in: NRC Handelsblad 09-09-1983
Wim Kan / Henk van Gelder - in: De Tijd, 16-09-1983
Burmadagboek / Wim Kan, samenst. Frans Rühl (1986)
Wij voorspellen druk bezoek (tijdsbeeld Leidseplein 1936) / Henk van Gelder - in: NRC Handelsblad, 15-08-1986 Aan de zijde van Wim Kan (In memoriam Corry Vonk) / Henk van Gelder - in: NRC Handelsblad 02-02-1988
Wim Kan maakte zich zorgen over alles / Koos van Wees - in: Binnenhof, 14-10-1988
Dagboeken Wim Kan - 1957-1968 / Wim Kan, samenst. Frans Rühl (1988)
'Ik ken Kan als een veel vrolijker mens' (gesprek met Wout van Liempt) / Dolf de Vries - in: ? cira 1988
Familie van Wim Kan is ongelukkig met dagboek / Willem Pekelder - in: Haagsche Courant 15-11-1988
Dagboeken Wim Kan - 1968-1983 / Wim Kan, samenst. Frans Rühl (1989)
Het staatshoofd van oudejaarsavond / Coen Verbraak - in: Elsevier, 19-12-1992
Er leven niet veel mensen meer : Wim Kan en de komst van de Japanse keizer / Kustaw Bessems (2000)
En toen.. weigerde Wim Kan de censuur / Hans Masselink - in: Trouw, 31-12-2001

en vele, vele andere knipsels