


Op 12 mei 2008 sloot Nicolai formeel zijn vijfjarige carrière als cabaretier af.
Twitter.com/mennonicolai | link
Bio.txt
Nadat Menno Nicolai (1945) zijn werkzame leven had afgesloten, besloot hij Nederlandstalige liedjes te
gaan schrijven en ging hij op zoek naar bekende zangers en zangeressen die zijn werk wilden uitvoeren.
Maar die zaten helemaal niet op nieuwe schrijvers te wachten.
Daarop nam Menno een jaartje zangles en ging zijn eigen liedjes zingen.
In 2003 won hij zowel het Amsterdams Kleinkunst Festival als Cameretten niet, hoewel het publiek zijn
optredens zeer waardeerde. In april 2004 verwierf hij de winnaarsbeker van de Night of Cabaret van het
Jongerencentrum 't Ukien in Kampen. En in mei 2004 won hij in de finale van het cabaretfestival
Cabareteske in Eindhoven zowel de juryprijs (de Gouden Kabouter) als de publieksprijs
(de Omroep Brabant Award).
Over 'Toeval'
Het theaterprogramma Toeval gaat over toeval en kiezen in het leven. Menno Nicolai vertolkt zijn gedachten
deels in liedjes, waarbij hij zichzelf begeleidt op piano. Zijn voorkeur gaat uit naar een Bösendorfer
vleugel, omdat de warme klank van dat instrument zo goed past bij zijn warme stem. Sommige liedjes zijn
serieus en gaan over verloren liefdes. Andere liedjes zijn vrolijker en gaan over verloren liefdes. Ook
zijn er liedjes die niet over verloren liefdes gaan.
De verbindende teksten kunnen gerust worden aangeduid als conferences. Het zijn verhaaltjes, ontleend aan
het boeiende bestaan van de verteller. Juist de verdrietigste episodes uit zijn leven werken het meest op
de lachlust van het publiek.
Juryrapport Amsterdams Kleinkunst Festival Texel 2003
"Menno vertelt erg charmant over een man die meestal te laat omschakelt in het leven. Hij doet het met
een aangename stem en zeer veel relativeringsvermogen. En dat doet hij te goed. Omdat hij daarmee niet
alleen de kwetsbaarbeid weghaalt, maar ook het contrast in zijn programma. Hij is helder in zijn verhaal
en in zijn liedjes, hoewel de muziek mag wel wat gewaagder en gevarieerder. En zijn teksten mogen wat
minder rijmen. Menno profileert zichzelf als zogenaamde oude zak, bouwjaar 45, maar laten we eerlijk zijn,
zo oud is dat nou ook weer niet. Een grote mate van zelfspot is prima als zelfbescherming, maar de jury zou
als afwisseling graag een gat in het pantser zien. Want wil iets raken, dan moet het uit de pas lopen,
schuren en prikkelen."
Juryrapport Cameretten 2003
"Menno Nicolai laat in zijn programma ´Toeval´ een gedegen presentatie zien die aansluit bij een lange
Nederlandse entertainmentraditie. Met trefzekere eenvoud van middelen schildert hij op een innemende manier
een geestig en ironisch maar eerlijk zelfportret, mede door gebruik van soms zelf sarcastische grappen en
verwijzingen naar de actualiteit. Menno is zorgvuldig in zijn dictie, maar af en toe slecht verstaanbaar.
De manier waarop Menno omgaat met een technische storing is lovenswaardig te noemen. Zijn muzikale stijl
bestaat uit een merkwaardig idioom, maar is daardoor heel eigen en beweeglijk, terwijl zijn
bekentenismonologen juist heel stijlvast, rustig en bijna onderkoeld blijven. Dat is de charme van zijn
programma, maar ook de zwakte, want de presentatie is eerder gemoedelijk dan prikkelend en daardoor op
onderdelen zwak. Er spreekt een afstandelijke berusting uit. Als er in de voorstelling meer conflict en
energie zou zitten, zou dat het zelfportret verrijken, completeren en invoelbaar maken".
Verslag Cameretten 2003 op Zwartekat.nl
"Menno Nicolai is een opvallende verschijning tussen de overige kandidaten. Geen jonge god op het podium,
maar een man (uit 1945, reeds) die 26 kilo geleden gestopt is met roken. Na zijn werkzame leven besloot hij
bezig te houden met het schrijven van liedjes, die hij vervolgens nu zelf voor het voetlicht brengt.
Hij pakt het publiek meteen met een lied over een ouwe timmerman, een ouwe hoer en een ouwe vent op het
toneel dat heel slim samenvalt. Het programma zit vol met liedjes met ijzersterke tekst en muzikale
begeleiding, onder meer een lied over zijn anti-kinderlied en het nette grove lied over de seksuele
uitspatting van meneer van Drimmelen. Wanneer een microfoon uitvalt laat hij zich niet uit het veld slaan
en tot een nieuwe microfoon wordt gebracht speelt hij tot enthousiasme van het publiek de tijd nog even vol
op de piano. Later begeleidt hij zich ook de accordeon, maar dat instrument beheerst hij toch een stuk
minder.
Tijdens de conferences vertelt Nicolai dat hij moeite heeft met kiezen. Hij wilde altijd al artiest worden,
maar telkens was er iemand die een ander idee voor hem had en ja, dat leek hem ook wel wat. Voor een
kantoorbaan bleek hij na 35 jaar toch niet zo geschikt en evenmin voor het vaderschap. Dat levert wel weer
een hilarisch verhaal op over de omgang met zijn kinderen.
Het programma 'Toeval' is een afwisseling van liedje-conference-liedje. Dat hij telkens gaat staan zodra
hij de conference brengt, maakt het wat plichtmatig, maar dat is nergens echt storend. Nicolai hoort in de
finale van Cameretten thuis."