
Harde grappen moeten kunnen
Een ramp is nooit groot genoeg om er geen grappen over te kunnen maken. Hoe erger de rampspoed, des te harder de grap. Moet kunnen, oordelen de vaak nuchtere Hollanders en deskundigen zijn het er allemaal over eens dat het maken van grappen in tijden van oorlog een heel normale manier is om de gebeurtenissen te verwerken. Een dag na Enschede was er al geen vuiltje meer in de lucht volgens de grappenmakers en kon je de stad alleen bereiken door de pijlen te volgen. Waar ontstaan de grappen? In de huiskamer voor de televisie? Of op verjaardagsfeestjes waar de meest getapte jongen ze zomaar uit de mouw schudt (elke familie heeft er wel zo een!)
Van cabaretiers weten we zeker hoe de grappen ontstaan. Gewoon vanachter de computer met Word op het scherm. Soms wordt er lang over nagedacht, soms schieten ze de artiest zomaar te binnen. Getrainde vaklui, die cabaretiers.
Toch was er laatst iets raars aan de hand. Dinsdag 11 september boorde zich een aantal vliegtuigen in gebouwen in New York en Washington. Heel de wereld werd stil en bleef stil, inclusief de professionele grappenmakers. De moppen waren er wel, maar iedereen hield z'n mond. Cabaretiers met 'De Actualiteit' als stokpaardje hoorden we niet. Logisch? Ik weet het niet, vaststond was dat het not done was om een lolletje te maken van de verschrikkelijke aanslagen. Een aantal artiesten zegde zelfs zijn optreden af uit piëteit met de slachtoffers en nabestaanden.
Nu, ruim drie weken later, mogen we weer grappen maken. Althans, zo lijkt het. De moppentapper krijgt het weer voor elkaar om zijn toehoorders een lach te ontfutselen. Hij begint voorzichtig weliswaar, tast zijn publiek eerst een beetje af, vraagt zichzelf continue af 'kan dit wel of kan dit niet?', maar komt nu toch steeds vaker tot de conclusie: 'ja, we mogen weer'. Ik moet bekennen dat ik er ook weer om kan lachen. Ik heb de eerste twee weken na de ramp elk televisiekanaal afgestruind op zoek naar nieuws over de aanslagen en zelfs na de twintigste keer dat ik zag dat de vliegtuigen het WTC binnenvlogen, hoopte ik elke keer weer vurig dat de Twin Towers dit keer wel bleven staan. Anders gezegd: ik was ontdaan en ik raakte maar niet gewend aan de beelden. Nog steeds niet.
Maar lachen mag weer. Op internet circuleren plaatjes van Osama bin Laden in verschillende gedaanten. Bin Laden op de foto met Bert van Ernie, Bin Laden als Mister Bean en kabouter Plop.
Ik beken: ik kan er soms om lachen, maar ik weet niet waarom. Als iemand het begrijpt, mag hij of zij het me uitleggen. Nee, laat het maar zo. Humor is nu eenmaal een ingewikkeld proces, waaraan we niet moeten tornen. Artiesten vertellen met terugwerkende kracht hun geconserveerde grappen en de cabaretwereld is verdergegaan waar het dinsdag 11 september even ophield. Goedzo. Heerlijk.
Michiel Straub
3 oktober 2001