www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

René M. Broeders

De Performance

Het is goed toeven op de Toneelschool in Maastricht. Het gebouw ademt rust en tegelijk creativiteit uit. Ik heb een fantastisch klinkende vleugel tot mijn beschikking en drie begaafde studenten. Maar bovenal is er Moon, de mevrouw van de kantine, die een ouderwets hollandsch soepje uit haar pan tovert voor het luttele bedrag van 60 cent. Afgelopen nacht was het mij nog een raadsel hoe de hedendaagse toneelstudent de zware tijden overleeft, want café Tribunal (heel praktisch naast de school gevestigd, waarom breken we dat muurtje niet door) zat dik na middernacht nog barstensvol en hoewel menig gesprek ongetwijfeld over regieopvattingen en middeleeuwse wagenspelen ging, werden er ondertussen in grote hoeveelheden randjes bier getapt (het equivalent voor het randstedelijke vaasje). En verplaatste de menigte zich bij het sluiten van het café naar de shoarmazaak om de hoek, die vanzelfsprekend een 24-uursservice aanbiedt. Hoe blijf je dan gezond, dacht ik nog, maar deze morgen dient zich glashelder de oplossing aan: het is Moon. Zij weet wat iedereen nodig heeft en smeert vanzelf een dikke bruine boterham gezond voor wie het nodig heeft voor de prijs van een half biertje. Zo onderscheidt de student van de Toneelschool zich haarscherp van die van de Maastrichtse Hogere Hotelschool, want daarvan weet heel Nederland dat zo'n 50% de school (al dan niet vroegtijdig) als alcoholist verlaat; bovendien zien die op voorhand gestresste hotelmanagers er allemaal uit als wrakken en dat kan je van de Toneelschoolstudenten niet zeggen. Integendeel zelfs.

Ik ben uitgenodigd een workshop improvisatie-zingen te geven en ik waan mij in de Starmaker-campus. Ik sla de oefeningen met mi-mi-mi-mi-mo-mo-mo-mo maar over, want Tibor, Elisa en Tim zijn wel wat gewend. De liedjes die zij voor de vuist weg produceren kunnen meteen in de bundel `Het Betere Kleinkunstlied Van De Nieuwe Eeuw', het laatste boekje dat Kick van der Veer nog samen met Meneer Klöters uitgeeft in 2025. Maar we zullen de liedjes nooit meer horen, ze waren er maar één keer, exclusief, in dat heilige gebouw daar in het hartje van Maastricht. Da's impro hè.

Tussen de middag wacht mij een verrassing. De opleiding herbergt ook een nieuwe studierichting: ´Performance´. In het derde jaar kies je een specialisatie en dat doen in eerste instantie drie leerlingen, maar één haakt af, een ander stelt het even uit tot volgend jaar, zodat nu nog maar één jongedame van dit privillege geniet. Wij mogen een kijkje in haar keuken nemen, want zij geeft die middag een leerlingenpresentatie.

Er gaat een wereld voor mij over. Het begint al bij het begin van de voorstelling, dat is er namelijk niet. Als we de zaal binnenkomen lopen er op het brede filmdoek TMF-achtige beelden en ik denk dat het misschien al begonnen is. Op de toneelvloer voor het scherm liggen een aantal mysterieuze houten plankjes, waarop schakelaars zijn aangebracht, dat alles met kabels verbonden met drie laptops aan de zijkant. Bij dat zenuwcentrum staat de docent, die bij het grote volk bekend schijnt te zijn als Ebo-man. Hij rommelt aan draden, drukt op schakelaars, tikt iets in op de computers. Ik denk dat ik midden in de voorstelling zit, tot het gerucht ons bereikt dat ´er iets met de techniek niet in orde is´. Het zal toch niet waar zijn hè: dan is de door jou gekozen theatervorm blijkbaar een showtje met computers, dat is je specialiteit en je weet dat je dat hier om 12.30 uur aan de menigte gaat laten zien en dan doet de apparatuur het niet goed! Alsof net voor een Shakespear-drama het balkon afbreekt of bij een John Lanting-klucht die ene deur niet meer open wil. Maar goed, na een kwartiertje werkt alles en komt er een inleiding. De studente leest ons van een schrijfblok voor wat de voorstelling inhoudt, ze staat daarbij in het donker en de tekst is verre van helder (ik check het even links en rechts naast mij, misschien ben ik de enige, maar nee) maar ik ben toch vol verwachting.

Dan verschijnen dezelfde beelden op het scherm die we al bij het testen gezien hebben maar docent en student dragen beide een handschoen, zo'n lange, zoals Renée Soutendijk in Eline Vere, of zoals de dierenarts bij het betasten van de binnenkant van de koe, maar dan met draden eraan die naar de computer lopen. Ben ik zo duidelijk? Als ze die handschoen op een bepaalde manier bewegen, beïnvloeden ze de beelden en dat gebeurt ook door het indrukken van de knoppen op de grond. Het heeft in eerste instantie iets indrukwekkends. Ik voel mezelf een sukkel, omdat de theatervormen waarmee ik me bezig houd ineens mateloos ouderwets lijken. Haal ik dit ooit nog in? Ben ik hier al te oud voor? De twee voeren een mystieke dans uit waarbij ze random over het toneel bewegen, rollen ook, ze slepen de draden achter zich aan, die het ondanks hun wilde bewegingen houden. Goed gesoldeerd denk ik nog, hier komt de amanuensis in mij weer naar boven. Dus wil ik ook weten hoe ze dan die beelden precies beïnvloeden. Soms staat een beeld even stil en laten ze het een stukje bewegen, soms herhalen ze beeld en geluid, maar het blijft allemaal chaotisch en je komt er als publiek niet achter wat het nou voorstelt. Misschien hoeft dat ook helemaal niet. Het is waarschijnlijk allemaal heel leuk om in elkaar te zetten maar de uitvoering voor publiek is een lastige bijkomstigheid, precies andersom dus als het maken van een cabaretvoorstelling.

Maar is er niet meer mee te doen? Het is toch theater? In welke vorm dan ook, moet theater voor mij communiceren. Wat wil je ons vertellen? Mogen we het snappen aub, of mogen we lachen, worden gegrepen of wat dan ook. Maar het gebeurt allemaal niet. Na vijf minuten is het ronduit saai. We weten hoe het werkt en we kijken met grote afstand naar het podium. Er is niets tussen de acteurs (of zijn het nou performers?) - er is niets tussen hen en mij.

Wat was het leuk geweest als de beelden iets herkenbaars hadden bevat: een situatie of setting die je laat opveren. Een herhaling die grappig is. Een beeld dat stukje voor stukje wordt getoond, waardoor het ineens schokkend is of schrijnend. Er dringen zich meteen ideeën op. O, op een modern lounche-feest op de Kop van Zuid in Rotterdam zou deze performance niet misstaan. Maar dan lekker ergens op de achtergrond, net als de spiegelbol of de zeepbellenmachine: af en toe kijk je ernaar. Maar niet met zijn allen op een rijtje op de theaterstoel.

Na een beschaafd applausje gaan we terug naar de vleugel om verder te starmakeren. We analyseren muziekstijlen en we debatteren over rijm. En we improviseren een musical. Heel ouderwets allemaal, net als de koffie van Moon.

reageer


René M. Broeders is vaste presentator van Cameretten en oprichter en artistiek leider van Op Sterk Water.