www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

René M. Broeders

Annie M.G. Schmidt-prijs

Ik heb een uitnodiging ontvangen voor de plechtige prijsuitreiking van de Annie M.G. Schmidt-prijs in theater Bellevue in Amsterdam. Dus op naar de hoofdstad.
Het is zondagmiddag, na geworstel met klitten toeristen en vrolijke studentenclubjes (uni-t-shirts en zowaar iemand met voorgebonden plastic tieten) kom ik op het nippertje een half gevulde theaterzaal binnen waar een heilige sfeer heerst.

De gastheer opent en zegt er in een gespeeld tussenzinnetje gelukkig nog even bij dat hij de televisiepresentator van Andermans Veren is, zodat mij dat in ieder geval niet kan ontgaan. Gelukkig maar, want anders zou ik kunnen denken dat hij een minachtig voor zijn publiek aan de dag legt, want hij kijkt die middag niet een keer de zaal in, maar stug naar zijn papiertje, waarvan hij overigens keurig voorbereide en in volzinnen gestyleerde teksten voorleest. Zoals hij dat gewend is bij de televisie.

We worden getrakteerd op een half uur Annie M.G. Schmidt-repertoire, gebracht door een gezelschap van 2 dames en 2 heren, dat een tijdje in deze vorm een lunchvoorstelling speelde.

Zelden zag ik een ouderwetsere voorstelling. Ze zingen prachtig en verstaan hun vak, dat zeker. Maar voor het eerst krijg ik het onbehaaglijke gevoel, dat de teksten van wijlen Annie misschien inmiddels erg gedateerd zijn. Maar dat wil ik helemaal niet denken, want als ik Marc-Marie Huijbrechts ´Vingertje Lik´hoor declameren, dan wordt ik meegezogen door de prachtige zinnen, de slimme rijm en de komische ondertoon. En moet ik ontzettend lachen om Marc-Marie. Maar nu zit ik met stijgende verbazing te kijken hoe er voor de zoveelste keer een in zwart-wit geklede dame het podium op komt, in een cirkeltje van licht gaat staan, een gezicht trekt van: ´pas op, ik ga kleinkunst doen´ en dan een liedje zingt. En er blijft niks van Annie´s vrolijke geest of stoute gedachtes over.

De regie is in ieder geval consequent, want tijdens iedere laatste zin van een lied of gedicht loopt de kunstenaar al richting achterdoek (altijd rechts achter ook) en trekt daarbij, omkijkend, een knap ingestudeerde grimas, die het midden houdt tussen arrogant en guitig.

En dan de pianist: hij heeft een net-niet-zwart-pak aan en neemt met ouderwetse gratie plaats achter de piano. Keurig rechtop zittend. De vingerzetting beslist in acht nemend. De trouwring gepoetst. De microfoon zorgvuldig weggeschminckt. En de blik......? Wederom op kleinkunst. Af en toe een solo, in keurig Nederlands. Chique. Gearticuleerd. Aan het eind van het lied even in de lucht laten hangen en dan de handen met een zwier omhoog, zodat wij mogen klappen. Maar ik zit maar de hele tijd te denken: hoe groot zal de paniek in het geregelde leven van deze nette jongen zijn, als hij een kopje koffie over zijn schoot werpt? Of als hij de pianoklep op zijn handen krijgt? Of als één van de zwartwitdames hem voorstelt om die ene bes aan het eind van het tweede voorspel een fractie korter te spelen?

Ik loop Annie's levenswerk dus mis, want ik wordt alleen maar afgeleid door deze poppenkast van dikdoenerij. En ook door de cameraploeg in afwachting die rechtsvoor in de zaal een prominente plaats bezet. Je móet er wel naar kijken. Iedere 1e jaars technicus weet dat je in een theater zwarte kleding draagt, maar de geluidsman is in een fel wit t-shirt gestoken. Ik nog denken dat het wel een ploegje van de commerciëlen zal zijn, die weten dat soort dingen niet, maar nee hoor: ´s avonds zie ik een fragment in nota bene het NOS-jounaal. Ze geven het filmen trouwens na anderhalf Schmidt-liedje op; ze zien dat dit het nationale journaal niet zal gaan halen. Maar ze raken in rep en roer als het zo ver is dat de prijswinnaar kan worden bekend gemaakt.

Daar is een bekend geel jasje: Seth Gaaikema neemt plaats achter de lessenaar en maakt kuchend bekend wie het is: Maarten van Roozendaal.

En dan gebeurt het.

Maarten neemt plaats achter de piano. Hij kijk alleen maar, maar er is meteen iets magisch in de zaal. Hij maakt een onhandig grapje, introduceert Egon Kracht, zijn vaste bassist. Hij speelt het eerste akkoord. En dan zingt ie. Een liedje dat niet gewonnen heeft en daarna zijn winnende lied: ´Red mij niet´. Wat een talent is die man. En hoewel ik al jaren roep dat ik hem een groot vakman vindt, maar absoluut niet mijn smaak, ben ik nu om. Met zijn vaste thema's kroegen en vrouwen heb ik helemaal niks. Maar dit lied is zo ontzettend waar. En het snijdt door de geniale muzikaliteit en de ontroerende, schurende bas dwars door de ziel.

Hier moet de fundamentalist wel afhaken. Dit moet gedraaid worden tijdens de zondagsrust! Nodig hem uit op de EO-jongerendag! En laat het Annie M.G. Schmidt-clubje een keer een nacht met Maarten in de kroeg hangen. En de pianist? Die moet verplicht bij Maarten overnachten. In één bed.

reageer


René M. Broeders is vaste presentator van Cameretten en oprichter en artistiek leider van Op Sterk Water.