www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

René M. Broeders

Ontroering in Duitsland

Het is prachtig weer als ik het landweggetje opdraai naar het Städtisches Gymnasium in Meerbusch-Strümp, een klein dorp onder de rook van Düsseldorf. Over deze verstopte route vol kuilen en langs koeien (ja, hier zijn ze er nog!) bereik ik de docentenparkeerplaats van de school, de leerlingen moeten eerst nog tien minuten lopen, omdat de school nou eenmaal door bos en weiland is omringd en in absolute stilte gedompeld hoort te blijven. De secretaresse belde me nog even in de auto om te zeggen dat er een parkeerplaatsje dichtbij is vrijgehouden en ze staat dan ook al met een thermoskan koffie klaar als ik de kleine administratieruimte binnenkom. „Nog steeds met een beetje melk en suiker?" Het eerste moment van ontroering is daar.

Ik ga op deze school twee dagen met een groep leerlingen werken om dan daarna een voorstelling ImproComedy met ze te spelen. Vorig jaar was ik er ook al en door het succes van toen is er veel belangstelling van de leerlingen. De schoolleiding heeft een selectie gemaakt en ik maak korte tijd later kennis met twintig enthousiastelingen. Na het voorstelrondje (ze doen bijna allemaal tennis, spelen in het zelf geschreven theaterstuk dat tijdens de engelse les wordt gemaakt en zitten in de plaatselijke blaaskapel) ga ik aan de slag. Meteen ontstaan grappige scènes en er wordt die ochtend zelfs al aarzelend gezongen, een onderdeel dat altijd nogal veel geduld en overtuigingskracht vergt; leerlingen durven bijna nooit te zingen en weten zelfs helemaal niet dat ze dat kunnen. Om twaalf uur komt de rectrix, Frau Kranz, met de bestellijst van de plaatselijke pizzeria en wordt het (in Duitsland natuurlijk warme) middageten besteld. ´Hallo Pizza` is die dag op telefonisch verzoek van Frau Kranz wat eerder opengegaan, ja de macht van deze eminence grise strekt verder dan die van de burgemeester. Zij is een strenge tante, waarvoor de leerlingen diep ontzag hebben, maar ze is ook open en modern en overtuigd dat een gymnasiast iets meer nodig heeft in het leven dan absolute kennis van de leerstof. Dus wordt er waar mogelijk aan cultuur gedaan en zijn vooral de sociale vaardigheden van de leerlingen in vergelijking tot Nederlandse scholieren bovenmatig ontwikkeld. En dat alles zonder speciaal potje van de provincie of smakken geld voor CKV.1, het cultuurvak op de Nederlandse middelbare school.

Aan het eind van de middag moet ik beslissen wie de volgende dag nog meedoet aan de workshop en dan ´s avonds de voorstelling speelt. Dit keer erg moeilijk, want ik vind eigenlijk alleen drie jongens erg goed. Niemand kijkt ervan op, want ze hebben al gezegd dat ze van vorig jaar nog weten, dat ik aan het eind de namen van alle jongens ken, maar van geen enkel meisje. Als ik ze overtuigd heb van mijn oprechtheid in de kwalificatie stel ik voor om de rest van de deelnemers in overleg te kiezen. Meteen worden twee meisjes genomineerd en dan nog eens twee andere en iedereen is het er meteen mee eens. Dan wil ik graag nog de twee jongens mee laten doen die vorig jaar ook al schitterden en dat is ok, mits er nog een meisje bij kan. Mooi compromis. Zo heb ik binnen vijf minuten een groep van tien leerlingen en niemand is ontevreden of boos. Kom daar maar eens om bij een Nederlands klasje. Ik had een tijd geleden in Hoorn een meisje in de groep die zo negatief was dat ik er helemaal niet goed van werd. Na een kwartier was ik het helemaal zat en zei: „Als ik maar een tiende deel van jouw slechte karakter zou hebben, zou ik me vandaag nog of efficiënte wijze van kant maken. In de pauze stond de conrector al naast me. Dat het niet zo pedagogisch was en dat de leerlingen toch vooral positief moesten worden benaderd. Natuurlijk had ik een antwoord paraat, maar het werd er niet echt beter van: „Ik weet wel dat het allemaal heel erg voor haar ouders en zo zal zijn als ze zich echt van kant gaat maken, maar ik ben oprecht van mening dat de wereld er een stuk mee geholpen zou zijn".

Hoe kan dat nou toch dat er zo'n verschil is tussen beide landen. Ik heb dit seizoen met Op Sterk Water nogal wat workshops op middelbare scholen gedaan en dan voel je je echt vaak als een lekker nichterige leraar dansexpressie in een imam-opleiding. Er kwam laatst nog een leerling naar me toe die zei: „Als je me tijdens de voorstelling op het podium durft te halen, dan ben je nog niet klaar met mij en ik heb vanmorgen toevallig wel gezien waar je je auto hebt neergezet". En dat was echt geen grapje.

Komt het door de grootte van de school? In Nieuwegein was ik op een school met vijfduizend leerlingen, hier in Meerbusch zitten er denk ik vijfhonderd. En al ligt het gebouw dan mooi in de natuur, het is oud en gehavend. Ze hebben nauwelijks spullen en in de aula is alles bruin en beige alsof het Derde Rijk er gisteren is opgedoekt. Nog maar een paar lampen doen het en de boxen van de geluidsinstallatie klinken alsof er een bunker omheen is gebouwd. Maar er is wel een paar keer per week iets te doen in dat zaaltje en daarbij doen de leerlingen alles zelf. Ik was in Nieuwegein op een school met een superdeluxe inpandige theaterzaal met alles erop en eraan, maar onze technicus mocht niet eens een lampje stellen en leerlingen mochten alleen met handboeien om naar binnen. De zaal werd maar een paar keer per jaar gebruikt.

Al is de inrichting van deze Duitse school aftands en de lucht er bedompt, de sfeer is dat allerminst. Hier is de school een plek waar vriendschappen voor het leven worden gesloten en de leerlingen wordt geleerd zelfstandig te zijn en samen te werken. Daar komt geen studiehuis aan te pas. Ik zie mijn groepje ´s morgens aankomen. De meiden geven de jongens een kusje en wensen goede morgen. Ze hebben elkaar opgehaald met de auto omdat het misschien gaat regenen vandaag. Ik zie het ook weer als ik dik na vijf uur (de lessen duren in Duitsland maar tot een uur of een) de rectrix en haar conrector nog even in de gang tegenkom. Ze geven dan net elkaar een hand en wensen een leuke avond. „We hebben weer goed gewerkt" hoor ik en ten derde malen ben ik ontroerd.

Nu begint dit natuurlijk een beetje een slap verhaal te worden en lijk ik een en ander nogal te idealiseren, maar dat mag best een keer, want zodra in dit land iets over onze oosterburen gezegd wordt is dat meteen negatief, zeker waar het theater betreft. Als je iets leuks op een podium in Londen of Parijs doet hangt het hele gezelschap aan je lippen, maar als ik vertel dat ik in München speel of dat ze mij goed kennen in Bocholt, dan kijkt iedereen me glazig aan en mompelt iets vaags over Duitsers zonder humor.

´s Avonds verloopt de impro-voorstelling succesvol, een lekker volle zaal waarin het hele dorp is vertegenwoordigd en het gemeende harde openingsapplaus voelt mega-lekker. Aan het eind van de avond is er een behalve een leuk pakketje versnaperingen voor de terugreis naar Nederland ook aan een hapje voor mijn hond gedacht. Erg lief allemaal.

Maar dan komt het hoogtepunt; er wordt razendsnel opgeruimd en ingepakt, want we moeten naar het klassiek Duitse dorpsrestaurant, waar het Fußballteller op ons wacht: Schnitzel, Pommes und Salat. ´s Morgens vroeg ging al een lijst rond (ik had nog niet eens ontbeten) of de schnitzel al dan niet gepaneerd moest zijn en daar staat ie dan klaar. We schuiven aan de lange tafel en het is urenlang gezellig: napraten, grappen over Zeeland en Scheveningen, uitwisselen van email-adressen en plannen voor volgend jaar. Ik vraag aarzelend of er nog koffie is (in Nederland na 21.00 uur steevast met een hoe-kun-je-nou-zoiets-onbeschofts-vragen-want-ons-apparaat-is-natuurlijk-al-lang-schoongemaakt-blik beantwoord) en die wordt meteen gezet.

Mijn blik dwaalt regelmatig af naar het achterzaaltje, waar morgen een bruiloft gaat plaatsvinden. Drie vrouwen werken daar uren aan het opmaken van de tafels. Er worden linten gestrikt, bloemstukken geschikt, er wordt iets onduidelijks met kunsthaar gedaan en de servetten krijgen onwaarschijnlijke vormen. Niet zozeer het resultaat maakt indruk op mij (nee, ben maar niet bang, ik heb mij geenszins geconformeerd aan de Duitse smaak) maar wel de manier waarop er wordt gewerkt: de toegewijde blik en de vanzelfsprekende taakverdeling. Voor de zoveelste keer ben ik ontroerd, ik ben de tel kwijt.

reageer


René M. Broeders is vaste presentator van Cameretten en oprichter en artistiek leider van Op Sterk Water.