www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

René M. Broeders

Deze keer geen column over:

- Het Noorderzonfestival in Groningen: het prachtig aangeklede park en fantasievol geprogrammeerde festival (tientallen voorstellingen van vrijwel alleen maar gezelschappen die er nooit eerder te zien waren!) heeft heel wat meer sfeer dan de Parade; je kunt je er ook vermaken als je geen kaartjes kunt bemachtigen (alles ver van tevoren uitverkocht, maar wel nog kaartjes in de losse verkoop aan de tent, waar je dan vroeg moet zijn), want er zijn jongleurs (2 mannekes van een jaar of tien met meer lef dan gecontroleerde motoriek, maar dat komt ook nog wel goed), breakdancers en er is muziek (gebiologeerd gekeken naar de band Drumbreak Junkies waar de Didjeridoo wordt gecombineerd met effectapparatuur). Je kunt er de tango leren en varen met de Ferry-Go-Round (een soort ballon op het water waar je een mysterieus drankje krijgt) en er is van alles te eten: van poffertjes tot saté en van suikerspin tot broodje worst, voor betaalbare prijzen (biertje drie gulden, en dan ook nog in een echt glas en de koffie was na tien uur gratis omdat ie al zo lang stond, zo lief zijn de Groningers nou). Het was wel erg druk, waardoor het toch al weer bijna een soort kermis lijkt, maar het ontbreken van snobisme en de gezelligheid van het iedereen tegenkomen en een praatje maken maakt het aangenaam verpozen, daar in het hoge noorden

- Wierdepaviljoen de Terp, een initiatief van het Groninger Museum: als je een stukje de stad uit fietst kom je bij een kunstmatig opgeworden terp, waarin een spectaculaire tentoonstelling van Peter Greenaway te zien is. De combinatie van theaterbelichting, watereffecten en de vreemde omgeving zorgen ervoor dat je je ongemerkt vastbijt in de geschiedenis van het gebied, waar wierden en terpen zo kenmerkend voor zijn. Boven is een ronde zaal waar een 360-graden-film getoond wordt, het is alsof je in de boot, de auto of de helicopter zit. Indrukwekkend allemaal en de hond kan gewoon mee! In het Groninger museum is trouwens ook de expositie 'Hel en Hemel' van Greenaway te zien, waarin op originele wijze het leven in de Middeleeuwen wordt getoond.

- Jaaropening van de UVA in de Westerkerk in Amsterdam waar ik de eer heb als presentator Dominee Gremdaat aan te kondigen. Zijn preek is actueel, persoonlijk en vooral uitermate grappig: de studenten liggen aan zijn lippen. Soms wordt je zo meegevoerd door zijn boodschap dat je warempel een stichtelijk gevoel bekruipt, maar dan slaat Gremdaat keihard uit onverwachte hoek. Groot is de hilariteit als de dominee bij toeval (?) hetzelfde slachtoffer voor een diepteinterview uitkiest als ik eerder op de avond deed; hoewel Jeroen uit München toch echt niet in het zicht zit, zal het wel zijn eindeloos onschuldige blik zijn geweest die de keuze in die bepalende fractie van een seconde op hem laat vallen. Meedogenloos wordt die avond duidelijk hoezeer cabaretier toch een vak is. Er zijn vanwege het grote aantal studenten twee gelijksoortige bijeenkomsten. Tijdens de eerste sessie bevat de onderhoudende toespraak van de sympathieke burgemeester Cohen een aantal voor hem onverwachte grappen, tijdens de tweede sessie zie ik hem stiekem erop anticiperen, maar het werkt averechts en het slaat op die plekken dan ook totaal dood. De cabaret-dominee weet echter zijn preek (die hij net voor het eerst voor publiek heeft uitgevoerd) op cruciale punten te slijpen, waardoor het nog hilarischer wordt: meesterlijk!

dus:

Oostenrijk

In Salzburg heb ik lang geleden wel eens het orgel bespeeld waar ook Mozart ooit zijn kunsten vertoonde, het instrument was dan wel regelmatig gerestaureerd, maar het toetsenbord was nog origineel en na wat opscheppen over Nederlandse concerten en het inleveren van mijn paspoort improviseerde ik een uurtje in een kerk waar hele busladingen in en uitstroomden. Wat een kick gaf dat. Ik herinner me ook de talloze openluchtconcerten in de prachtige parken en natuurlijk de Mozartkugels. Een paar jaar geleden was ik nog wel eens op het vliegveld, waar we met een huurauto door een dik pak sneeuw naar Bad Hofgastein ploeterden. Daar speelden we een Impro-voorstelling voor een bedrijf met te veel geld. Na het korte optreden (snel berekend kostte het grapje toch al gauw ruim duizend gulden per minuut) in een gebouw dat onmiskenbaar een nationaal-socialistische architectuur had, liep ik buiten langs een zaaltje waar een merkwaardige bijeenkomst bezig was. We stonden een tijdje voor het raam en konden maar niet ontdekken of de traditioneel Oostenrijks geklede spreker de bingo-nummers riep of dat hij een rechts-radicale peptalk op het programma had.

Dat zijn mijn herinneringen aan Oostenrijk, dus is het tijd voor een frisse kijk op het bekritiseerde land. Daarbij heb ik weinig tijd ingeruimd voor principiële bezwaren tegen de politieke koers van het land, want het is immers gewoon vakantie. Verder dan een bezoek aan een boekhandel waar alle werken van en over Jörg Haider prominent in de etalage zijn tentoongesteld, gaat mijn betrokkenheid niet. En op deze plek beschrijf ik natuurlijk alleen de bezochte voorstellingen.

In Salzburg moet je natuurlijk naar een Mozart-concert. Er wordt er een wervend aangeboden in combinatie met een bescheiden lunch. Voor ongeveer veertig gulden verwacht ik natuurlijk niet het uiterste, maar de professionele ontvangst (creditcard-lezer op de tafel bij de ingang en in pruikentijd geklede ontvangers) doet de hoop gloren.

De zaal is prachtig en de opkomst van het ensemble indrukwekkend: statig schreiden zij naar binnen, de heren in rok, de dame ook. Natuurlijk spelen ze Eine Kleine Nachtmusik, maar dat is te kort om het beloofde uur te vullen, dus eerst komt er wat vaag ander Mozart-werk, duidelijk bedoeld om de tijd te vullen. Hoewel duidelijk wordt gezegd dat het eerste stuk uit drie delen bestaat, klinkt er toch een vet applaus na het allegro moderato en dat is heus niet aangezet door een eenzame klapper. Hier begin ik al te vermoeden dat de zaal allerminst gevuld is met de notoire klassiekkenner, het zullen toch niet weer Amerikanen zijn? Die waren namelijk gisteren ook al naar elkaar aan het schreeuwen in de internetshop, terwijl ze toch net zo gemakkelijk konden mailen, die verbouwden ook al een terrasje bij de pizzeria om dan toch maar niet te bestellen en stonden ook al op het met de hand geknipte gazonnetje waar het verbodsbordje nou eens net niet in hun taal was opgesteld. De musici kijken geërgerd, maar staan na het derde deel toch beleefd op om het applaus in ontvangst te nemen. De grote cellist met de volle baard en het lange sluike haar maakt een hoffelijke buiging met het hoofd en schudt dan in een doorgaande beweging zijn haar uit zijn ogen. Hij doet het nog vele malen deze middag en dat maakt indruk. Meer dan de muziek, want de uitvoering van Eine Kleine Nachtmusik is verre van perfect. Het is geen gemakkelijk stuk, voor zo'n klein ensemble al helemaal niet, dus sta ik er niet te lang bij stil, de lunch komt immers nog. Hmmmm. Na de opgedrongen toegift brengt de Pruikentijd-pop in razend tempo een aantal dienbladen met piepkleine sandwiches erop. Ze lijken belegd met verschillende mouses. Erg vullen zal het niet, maar toch zie ik er naar uit om de verschillende hapjes te proeven. Lekker af en toe een hapje nemen, beetje napraten met anderen, beetje van de prachtige zaal genieten. Maar nee hoor: alsof ze door één oppermachtig brein worden gestuurd, stormen de bezoekers op de tafels af, vullen hun papieren bordje met zoveel driehoekige liflafjes als stapelbaar zijn en schrokken het naar binnen. Voor mij is er echt nog maar één miniboterham over en dat is het dan. Kutamerikanen.

Na het overzichtelijke en aangename Salzburg is het tijd voor de grote stad en dus loop ik een paar dagen later in Wenen en ben op zoek naar het Klettenheimers KleinKunstCafé. Hier speelt de cabaretvoorstelling Georges & Marie, een musical voor twee acteurs. Het is de enige kleinkunstvoorstelling in de hele stad, want ook hier is het vakantietijd - wel zitten 's avonds zo'n tienduizend mensen op het plein voor het stadhuis naar een enorm scherm te kijken waar een stokoude opname van een opera te zien is. Het kwaliteit van het geluid haalt het op geen stukken na bij dat van de Rotterdamse Pleinbioscoop (WG-theatertechiek), maar het enthousiasme is er niet minder om.

De foto's voor het raam van het kleine theatertje doen niet vermoeden dat er van enige grappigheid of ander vermaak sprake zal gaan zijn, maar aarzelend ga ik naar binnen en wanneer er vrijwel onmiddellijk een bak water voor de hond onder en een interessante gespreksgenote aan tafel wordt geplaatst kan de avond niet meer stuk.

Dan komt er toch een mooi kleinkunstprogramma zeg. Het verhaal vertelt over de mooie liefde tussen een dichter en een zangeres in Parijs. De eigenaren van het café (Karin en Jörg Klettenheimer), die net nog de hapjes en drankjes verzorgden, spelen nu van achter de bar en van het toneeltje een prachtig muzikaal programma, waar tussen de grappige dialogen kleinkunstliedjes van de bovenste plank geplaatst zijn. Zo is er een liedje waar in prachtige beelden het kopje koffie als ideale partner geschetst wordt: "Wenn er vor mir steht und wie der wunderbare Duft mir in die Nase weht". Wel even wat anders als ons: "Koffie, koffie, lekker bakje koffie".

Wat dacht je van de zin: "Ich bin das Gestern, ich war das Morgen und ich werde das Heute sein" of "Unhörbar leise, schreien Legionen mit". Stuk voor stuk pareltjes die ook nog eens voorzien zijn van prachtige muziek met uitgekiende arrangementen, die door Jörg live worden aangevuld met de een midi-saxofoon, terwijl hij ook nog de verstopte lichtcomputer bedient. Karin zingt "fabelhaft" en heeft een uitstraling waar je niet omheen kunt. Ontroerend mooi allemaal.

Dat gevoel wordt nog versterkt als ik later het programmaboekje lees, want het leven van beide kunstenaars is een grote worsteling om hun theaterpassie in praktijk te brengen. Niet dat ze niets bereikt hebben, Karin speelde, na het afronden van de conservatoriumstudie, in grote theater- en televisieproducties en Jörg verdiende zijn sporen als regisseur en radio-maker. Maar toch verkopen ze beide eind 1998 hun hele hebben en houden en vertrekken met een paar tassen en een wasmachine naar Berlijn, om daar hun geluk te proberen. Ze werken er in een wijn- en antiekwinkel en als free-lance regisseur, maar het lukt niet om een plek voor hun eigen voorstelling te vinden. Dus keren ze in 2000 terug naar Wenen om er dan toch hun eigen theatertje te openen.

Je ziet dat alles met liefde is gemaakt: de inrichting is gezellig en op alle details is gelet. Daarom brengen de perfectionisten (jammer genoeg) ook nog geen cd uit, zo hoor ik, want er is geen budget om dat naar behoren te kunnen doen. Dus blijven de herinneringen voorlopig alleen in mijn hoofd aanwezig en dringt zich soms zomaar een regel muziek of een flard tekst aan mij op. In de file tussen Roelofarendsveen en Leiderdorp ben ik op weg naar een moeilijke vergadering en vanzelf zing ik: "Ich bin bestimmt nicht hier her gekommen um Frieden zu bringen, sondern das Schwert".

reageer


René M. Broeders is vaste presentator van Cameretten en oprichter en artistiek leider van Op Sterk Water.