www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

terug

Brokstukken

Interview

Smit-telg `veroordeeld' tot Brokstukken
Finalisten Leids Cabaret Festival werken aan doorbraak

Door Michiel Straub

Lange tijd zag het er naar uit dat hij de mode in zou gaan. Tot hij ineens tegen zijn ouders zei: ik word acteur. Arjan Smit, telg uit de in de regio bekende modefamilie, werd het. Nu is hij cabaretier. Met Korneel Evers en Chris King Perryman vormt hij Brokstukken. Onlangs stonden ze in de finale van het Leids Cabaret Festival. Op dit moment toeren ze door het land.

STREEFKERK/UTRECHT - Arjan, Chris en Korneel groeiden op in respectievelijk het veilige Streefkerk, het sfeervolle Amsterdam en het nuchtere Twentse Wierden. Via omwegen en met een dosis geluk kwamen zij elkaar tegen op de acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. In het tweede jaar speelden zij op een theaterfestival in het Tsjechische Brno. Drie jongemannen, die ogenschijnlijk niets met elkaar gemeen hadden, werden vrienden met een gezamenlijke missie: samen een groep oprichten en cabaret maken.

Arjan (27 maart 1977) zegt een geweldige jeugd te hebben gehad in de Alblasserwaard. Zijn wieg stond in Papendrecht, op zijn zesde verhuisde hij naar Streefkerk. "In eerste instantie dacht ik dat ze daar jaren achterliepen. Tot ik een meisje vroeg of ze eigenlijk wel wist welk nummer er op één in de top-40 stond. Dat wist ze. Vanaf dat moment ben ik anders gaan denken."

Zijn jonge leven speelde zich voornamelijk buiten af. "We hadden er de ruimte, we konden doen en laten wat we wilden. In die tijd was ik al met een camera bezig. Maakte ik een parodie op de serie Miami Vice. Mijn versie heette Farm Vice en in plaats van dat er drugs werd gesmokkeld, ging het bij mij om zakjes kunstmest. Geweldig was dat. Alles was een film. Als ik buiten cowboytje speelde, stelde ik me voor dat ik in een echte western zat."

Toch zag het er lange naar uit dat hij de mode in zou gaan, net zoals zijn ouders en de rest van de familie. Zijn middelbare schooltijd bracht hij door op De Lage Waard in Papendrecht. Daarna vertrok hij naar het Dordtse Da Vinci College, onderwijsrichting textiel. Ook haalde hij er zijn ondernemersdiploma. "Grappen maken. Altijd", zegt `brokstuk' Arjan daarover. "Ik merkte dat mensen dat leuk vonden en ik kreeg er een kick van. Ik was heel druk toen, kon mijn mond nooit houden. Mijn missie was het om iedereen op school een leuke dag te bezorgen."

Toch zei hij op een dag: `Pa, ma, ik wil acteur worden'. Geen probleem, vonden zijn ouders. Hij meldde zich aan bij de acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en werd aangenomen. Het eerste jaar reisde hij heen en weer van Streefkerk naar Utrecht. Arjan (met een zucht): "Elke ochtend om zeven uur de deur uit. Ik kende alle bussen van binnen."

Hoewel het merendeel van de acteurs in spe na het eerste jaar sneuvelde, haalde de Alblasserwaarder het tweede jaar. Daar ontmoette hij Chris King Perryman (30 oktober 1978) en Korneel Evers (16 juni 1979), die net als hij het zware eerste jaar hadden overleefd. "We waren nog de enige mannen in de klas. Eigenlijk waren we tot elkaar veroordeeld. We m๓esten wel iets samen doen", zegt Korneel. Tijdens een theorieles theaterfilosofie vertelde de docent dat het theaterlandschap de afgelopen jaren versnipperd was geraakt. Toen hij het woord brokstukken uitsprak, keken de jongens elkaar aan en gaven elkaar een goedkeurend knikje. De naam hadden ze al.

Het schrijven van het programma gebeurde echter niet vanachter een bureau, maar in een gehuurd lokaal, bij een van de jongens thuis of tijdens het doorzakken in een café. Chris: "Een van ons heeft een idee voor een sketch, de anderen vragen of hij die wil voordoen. Daarna kijken we of we er iets mee kunnen. We gaan op zoek naar de grap. De sketch van de drukke showmaster duurde aanvankelijk tien minuten, maar uiteindelijk bleven er vier zinnen over, zonder dat de grap iets van zijn kracht verloor. We hoeven elkaar ook niet uit te leggen waarom iets leuk of grappig is. En gelukkig kunnen we eerlijk zijn. Als iemand een kut-sketch bedenkt, kunnen we dat ook tegen elkaar zeggen."

Het cabaret van de drie heren van Brokstukken is een mengeling van fysieke humor, liedjes en absurde scènes. Uit het juryrapport van `Het Leids': "De jury werd steeds verrast en vroeg zich regelmatig af: wat gebeurt hier? Een eigenzinnige vorm van cabaret. Vreemde typetjes krijgen extra gekte door de enorme uitvergroting of isolatie van één bepaald aspect. De meeste van hun bijna clowneske scènes kennen een spannende ontwikkeling en climax. Met hun optreden laten de drie zien dat ze snappen wat theater is. Ze beschikken over goede timing, theatrale uitstraling en souplesse. Professioneel theater. Hun samenzang is prachtig."

Brokstukken werd net geen eerste. Jammer? "Neuh. We zitten in de stal van Harry Kies, een van de grootste impresariaten in Nederland, hebben artistieke vrijheid en worden heel goed begeleid", zegt Arjan. "Niet dat we nu achterover kunnen leunen. Kies investeert niet voor niets in ons."

Achteraf gezien zat cabaret al heel vroeg in de drie twintigers. Arjan luisterde naar liedjes van Herman van Veen en Frans Halsema en was gek van Toon. Korneel keek met zijn ouders al met open mond naar Herman Finkers als die weer eens in Almelo optrad. En naar alle André van Duin-revues. Chris heeft weinig Nederlandse voorbeelden; hij is half Engels, half Amerikaans, maar woont zijn leven lang al in Amsterdam. "Wij keken thuis vaak naar de BBC: Monty Python, Mister Bean en Engelse comedyseries. Tot voor kort wist ik niet eens wie Snip en Snap waren. Maar ik ben een snelle leerling. Voor ik met cabaret begon, kwam ik altijd heel rustig over. Dat was waarschijnlijk schijn, want van binnen borrelde er altijd iets. Ik moest iets hebben waar ik me kon instorten."

De voorstelling waarmee Brokstukken door Nederland toert, is nu 35 keer gespeeld. "We zitten nu op iets meer dan een half uur materiaal", legt Arjan uit. "We zijn na materiaal aan het verzamelen om het programma uit te breiden. Dat wat we nu hebben, blijft wel het uitgangspunt. We gaan er meer omheen bouwen."

Het drietal heeft 2004/2005 dan ook uitgeroepen tot 'Brokstukken-jaar'. "Niets ernaast doen. Gewoon alleen maar met 'Brokstukken' bezig zijn", zegt Korneel. "We moesten er echt voor gaan. Niet voor negentig procent, maar voor de volle honderd procent. Als we willen doorbreken, dan is de tijd er nu rijp voor."

Het is de bedoeling dat het schrijven in augustus weer begint. De kans bestaat dat het Alblasserwaardse leven in een van de sketches terugkomt. Arjan: "Ik zou boer Blom nog een keer op het toneel willen zetten. Dat is een prachtige vent. Groot, met handen als kolenschoppen. En de uitdrukkingen die de man gebruikte (persifleert de boer nu met een vloeiend Alblasserwaardse tongval). Die man is een personage op zich." Korneel en Chris moeten lachen om Arjans parodie. "Daar ben jij sowieso heel goed in", zegt Korneel. "Binnen een week kende jij alle gebaartjes van alle docenten en studenten." Arjan: "Ik werk nog vaak in de winkel van mijn vader (Smit Mode Papendrecht, red.) Toen ik klein was liep ik er ook al vaak rond. Als er dan klanten binnen waren geweest, dan imiteerde ik ze al zodra ze de zaak uitstapten. Moest iedereen om mij lachen.'

Door Michiel Straub
Eerder verschenen in De Dordtenaar