www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

Le Chat Noir

Laatste nieuws
-al het nieuws over Le Chat Noir

Bio.txt
Van 1881 tot 1896 was Rodolphe Salis met zijn cabaret Le Chat Noir het artistieke middelpunt van de Parijse wijk Montmartre. Honderd jaar later start op 28 augustus 1996 een kleine website over cabaret en stand-up comedy vernoemd naar dat illustere cabaretcafe: Zwartekat.nl.

Ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van Zwartekat kijken we terug op dat illustere gezelschap en bezochten we in juli 2016 Montmartre. Wat is er nog te zien op de oorsponkelijke locaties?

Eerst een korte geschiedenis over de omgeving van Le Chat Noir.

Montmartre

Montmartre is een wijk in het hedendaagse Parijs. Gelegen op La Butte, een 134 meter hoge heuvel is het een bekende plek voor toeristen. Bovenaan de heuvel staat de Basilique du Sacré-Coeur en vanaf daar heb je een prachtig uitzicht over Parijs.

In de negentiende eeuw was Montmartre nog een landelijk gelegen dorp. De molenaarsfamilie Debray verweren zich in 1814 hevig tegen de Pruisen en de enige zoon die het gevecht overleeft bouwt zijn molen nadien om als taverne, waar melk met een dun koekje (une galette) werd geserveerd. 'La Moulin de la Galette' schakelt na 1830 naar wijn en wordt een zeer populair cabaret (kroeg) waar ook veel wordt gedanst. De molen bestaat nog steeds, maar is tegenwoordig een restaurant.

In 1860 komt een einde aan het zelfstandig bestaan van Montmartre en maakt het deel uit van het 18e arrondissement van Parijs. Aan het einde van de negentiende eeuw is Montmartre een broedplaats voor kunstenaars, op de vlucht voor de hoge huren van Parijs. Vanaf 1880 neemt ook het populaire amusement een vlucht en openen uitgaansgelegenheden voor een breed publiek hun deuren. Schilders als Renoir en Henri de Toulouse-Lautrec brengen ondertussen hun omgeving in beeld en onze eigen Vincent van Gogh maakt er in twee jaar tijd een grote artistieke ontwikkeling door.



Vincent van Gogh: Avenue Junot met Le Moulin à Poivre, 1887.
-meer in de Montmartre-serie


Dit artistieke milieu vormt ook de bakermat voor wat nu bekend staat als het eerste cabaret artistique: Le Chat Noir van Rodolphe Salis.

Rodolphe Salis

Rodolphe (Constant Maximin Rodolphe) Salis wordt geboren op 29 mei 1851 in het Franse Châtellerault. Zijn vader is likeurstoker en naar verluidt van adelijke afkomst. Hij vestigt zich in 1872 in Parijs, studeert aan de 'Ecole des Beaux Arts' en dompelt zich onder in het culturele leven. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkt Salis als pamflettist en karikaturist. Ook verkoopt hij met een groep vrienden op grote schaal afbeeldingen van de lijdensweg van Christus. In 1878 wordt Salis lid van 'Hydropathes' (Waterapostelen of Waterlijders, anderen vertaalden het als 'lieden die er niet van hielden water te drinken'), een genootschap van dichters, schrijvers en musici onder leiding van de eenogige dichter Emile Goudeau. Tijdens besloten bijeenkomsten in een koffiehuis draagt men elkaars werk voor.

Salis keert om gezondheidsredenen enige tijd terug naar Châtellerault, maar keert in 1881 -inmiddels getrouwd- terug. Met steun van zijn vader koopt hij in Montmartre een voormalig hulppostkantoor aan de Boulevard Rochechouart nummer 84, in de verwachting dat hij daar likeuren aan de man zou brengen. Tijdens een ontmoeting met Goudeau vertelt deze aan Salis dat 'Hydrophates' is ontbonden en deels voortgezet als 'Club des Hirsutes' (Club der ruigen, behaarden). Goudeau is op zoek is naar een nieuwe sociëteit en stelt voor om samen met een ander gezelschap het pand van Salis hiervoor te gebruiken.

Le Chat Noir, 1881-1885

Op 18 november 1881 opent het eerste artistieke, literaire cabaret 'Le Chat Noir'. Salis weet ook toestemming te krijgen voor een piano, ondanks een eeuwenoude verordening dat muziekinstrumenten in herbergen verbiedt. Op de openingsavond trommelt hij met Goudeau een honderdtal kunstenaars op en verklaart Montmartre tot een tweede Helikon, een verwijzing naar de berg waar volgens de Griekse mythologie de muzen woonden. Salis maakt indruk met zijn grote woorden.



De eerste Chat Noir aan de Boulevard Rochechouart, 1881-1885

Er gaan meerdere verhalen over de herkomst van de naam Chat Noir. Tijdens de verbouwing van het pand zou een zwarte kat zijn gezien. Anderen zeggen dat het is vernoemd het beroemde verhaal van de Amerikaanse schrijver Edgar Allen Poe.
-Edgar Allen Poe: The Black Cat

In het boek 'Montmartre: van tempel tot tingel-tangel' van Rits Kruissink wordt de inrichting van de eerste Chat Noir beschreven in de woorden van Goudeau:



Illustratie interieur eerste Chat Noir, door Henri Pille

"Het etablissement had veel meer van een schildersatelier, dan van het, de koffiehuisbezoekers dier dagen zo diercare, café-blanc. De door Henri Pille en Henri Rivière in tekeningen vereeuwide grote zaal was een in laat-middeleeuwse stijl ingerichte ruimte. Aan de straatzijde vertoonde een venster van gekleurd glas het embleem: een op zijn achterpoten staande en door een aureool omstraalde zwarte kater. Achterin leidden enkele traptreden naar een opkamertje, dat door een gordijn van de grote zaal gescheiden was. Links daarvan stond het buffet. Boven een grote spiegel, op de achtergrond daarvan, staarde wederom de door vlammende stralen omringde zwarte kop van de geleidegeest des huizes met mysterieuze groene ogen de zaal in. Rechts van het trapje laaiden des winters de vlammen van de houtblokken hoog op onder een grote schouw met fraaie borden en zes groteske beeldjes. Aan de zoldering hingen een antieke lantaren en enige kronen met waskaarsen. Schilderijen, hertegeweien, rapieren, hellebaarden en helmen sierden de wanden. Het meubilair bestond uit zware houten tafels, banen en rustieke stoelen in de stijl van het regeringstijdperk van Lodewijk XIII." Het opkamertje is weinig populair totdat Salis het uitroept als het 'heiligdom' van de Chat Noir waar alleen uitverkorenen toegang krijgen.

In eerste instatie zijn de bijeenkomsten wekelijks op vrijdag, maar al snel frequenter. Veel latere beroemdheden in de Franse kunstwereld zouden vertoeven in de Chat Noir. Schilders als Adolphe Willette, Henri Pille, Nestor Outer, chansoniers als Jules Jouy, Léon Durocher, Pierre Trimouillat, Dominique Bonnaud, Jean Goudezki en dichters als Georges Lorin, Charles Cros, Albert Samain, Maurice Rollinat, Maurice Mac-Nab, Jean Richepin en Marie Krysinska presenteerden er hun werk.

Chansons du Chat Noir door Maurice Mac-Nab en Camille Baron. 1892.
-download op archive.org

Tijdens de bijeenkomsten is Salis ceremoniemeester en conferencier met een ironisch hoogdravende, extraverte presentatie. Kruissink omschrijft het als "een geheel eigen stijl, weergaloos in zijn improvisaties, vol blague, grof vaak maar altijd schuimend van geest. Hij bediende zich daarbij van een onnavolgbaar mengelmoes van middeleeuws Frans en zelfbedachte woorden en zinswendingen, literaire citaten en aan het argot ontleende uitdrukkingen, woordspelingen, gedachtensprongen, hoogdraverij en onweerstaanbare kolder. Dit alles werd opgediend met een zeldzame meeslependheid en radheid van tong en met een scherpe zin voor actualiteit."

Wim Ibo citeert in zijn boek 'En nu de moraal van dit lied' de schrijver Israël Querido die de Chat Noir in de beginjaren bezocht:

"Salis, de grootmeester van Mont-Martre, de schepper van de Butte. Een rossige kop met een satanische puntbaard en iedere trek in dat ironische masker van stekelige schimpzucht en hekel-wellust doorpriemd. Nooit heb ik van mijn leven oorspronkelijker aansteller ontmoet als de burfggraaf van Mont-Martre, de mondain-diabolieke Chat-Noir-stichter. Het was mij alsof hij overal met zijn galgele tong de droesem van het leven oplikte om hem na 'n poosje weer uit te spuwen, de burgers en fatsoensmensen pal in de zure fatsoenstronie. Hij schitterde met zijn vonkige welsprekendheid als een vuurwerkzonnetje. Zijn cynisme was perfide, van een hondse, bitse, brutale rauwheid die in het ongelouterde, toch prachtige aanvallen op huichelarij losliet. Salis kruisigde. Zijn zaaltje was een Golgotha voor iedere burgeois, iedere verfijnde wellusteling."

Op 14 januari 1882 verschijnt het eerste nummer van het tijdschrift Le Chat Noir. Het bestaat uit vier pagina's met artikelen, beeldverhalen en bladmuziek. Onder de redacteuren Emile Goudeau, Charles Cros, Jules Jouy, Alphonse Allais en Léon Bloy. Het bevat veelal illustraties van Théophile-Alexandre Steinlen, Caran d'Ache en Adolphe Willette. In de hoogtijdagen worden er wekelijks 12.000 exemplaren gedrukt. De makers laten hun fantasie de vrije loop laten gaan en Salis schuwt de controverse niet. Het nummer van 6 januari 1883 wordt verboden vanwege een anti-Duits artikel. De week erop dankt Salis 'monsieur Von Bismarck' op sarcastische wijze voor het verbod dat zij als bekroning zien van hun anti-Duits zijn. De laatste editie verschijnt op 30 maart 1895.

De uitgaven tussen 1882 en 1891 zijn hier op datum te vinden:
-Le Chat Noir 1892-1891 at BnF

Rodolphe Salis presenteert Contes Chat Noir, met werk van Dessins de Loys, Henri Rivière, Henri Tille, Henry Somm, Robida, Fernand Fau, Steinlen, Sabattier, St-Maurice, George Auriol, Roedel, Vincent. 1891.
-download op archive.org

In augustus 1884 neemt Jules Jouy een bekende van hem mee naar Chat Noir. Deze chansonnier, Aristide Bruant, maakt grote indruk met zijn liederen over de zelfkant van het leven, maar ook door zijn opvallende kleding.



Illustratie uit La Lanterne de Bruant, 1897-1899

In zijn tijd bij Chat Noir schrijft Bruant een reeks beroemde chansons, later uitgegeven in de bundel 'Dans la Rue'. Zijn beroemdste lied gaat over een zwerver die zich 's nachts in de omgeving van Chat Noir begeeft. Al vrij snel daarna kent heel Parijs het refrein:

"Je cherche fortune,
Autour du Chat Noir,
Au clair de la lune,
A Montmartre!
Je cherche fortune!
Autour du Chat Noir
Au clair de la lune
A Montmartre, le soir"



Dans la Rue, chansons en monologen van Aristide Bruant, deel 1 1889.
-download op archive.org

Dans la Rue, chansons en monologen van Aristide Bruant, deel 2 1889.
-download op archive.org

Sur la route, chansons en monologen van Aristide Bruant, 1897.
-download op archive.org

-site over Aristide Bruant

De besloten bijeenkomsten komen steeds meer onder druk te staan door de publieke belangstellingen. Als geinteresseerden zich met geweld toegang willen verschaffen komt de politie erbij. Salis zwicht en Le Chat Noir opent zijn deuren voortaan ook voor het publiek. De komst van de Parijse elite gaat gepaard met een verhoging van de drankprijzen, want Salis blijft een zakenman. Eentje met een neus voor publiciteit. Zo stelt hij zich in 1884 kandidaat voor de Parijse gemeenteraad met als voornaamste standpunt: de afscheiding van Montmartre. Hij wordt niet verkozen, maar dat was ook niet helemaal de bedoeling.

In 1885 blijkt het huidige pand aan de Boulevard Rochechouart te klein voor de aanhoudende populariteit. Er is ook steeds meer overlast van ongure lieden uit de buurt. Bij een steekpartij komt een bediende om het leven en raakt Salis gewond. Hij gaat op zoek naar een nieuwe locatie.

De tweede Le Chat Noir, 1885-1896

Salis huurt een nieuwe locatie aan de Rue de Laval (sinds 1887 Rue Victor Massé) nummer 12, 450 meter verderop.

In de nacht van 10 juni vindt de verhuizing plaats met een optocht. De stoet wordt geopend door twee prachtig uitgedorste portiers, gevolgd door vier indrukwekkende man die het grote doek 'Parce Domine' van Adolphe Willete droegen. Daarna komt Salis gekleed in burgermeestersuniform, hand in hand met zijn vrouw. Achter hen bedienden die het banier van Le Chat Noir dragen en een gevolg van dichters en schilders, zangers en stamgasten. Dit alles wordt verlicht met fakkels en muzikaal begeleid door een amateur-fanfarekorps dat de door Meusy gecomponeerde 'Marseillaise du Chat Noir'.



Illustratie exterieur tweede Chat Noir, door onbekend

Op de tweede locatie is in alles groter. De buitenkant is voorzien van een sierraam ontworpen door Alphonse Willette. Boven de deur hangt een metalen zwarte kat in een halve maan. Zowel de deur als de ramen op de eerste verdieping zijn versierd met weelderige ornamenten. En op de tweede verdieping hangt een reusachtige tweede zwarte kat omgeven door stralen.



Illustratie: exterieur en interieur tweede Chat Noir, door Balda



Illustratie interieur tweede Chat Noir, door onbekend

Binnen is elke verdieping ingericht in Louis XIII-stijl en zijn de wanden versierd met werken van Willette. Zijn werk 'Parce Domine' dat een belangrijke rol kreeg in de verhuizing naar de nieuwe locatie heeft een prominente plek gekregen op de bovenverdieping. Overal hangen werken van kunstenaars als Steinlen, Renoir, Forain en Pille.



Parce Domine, door Willette

Op de nieuwe locatie gaat geld meer een rol spelen. Opnieuw worden de toegangsprijzen verhoogd. Daarmee gaat ook een deel van de sfeer verloren die die de eerste locatie bezat. Diverse spelers keren niet terug. Willette, verantwoordelijk voor een groot deel van de inrichting, is gebrouilleerd geraakt met de zuinige Salis. Die zuinigheid verzuurt ook de relatie met zijn grote ster, Aristide Bruant die ervoor kiest om een eigen cabaret te beginnen. Ook Jules Jouy heeft met enkele anderen een concurrerend cabaret opgericht, Le Chien Noir. Voor hen in de plaats komen anderen als Maurice Donnay wiens humoristische teksten en chansons veel succes hebben en Vincent Hyspa. Componist en pianist Erik Satie is enige jaren de vaste pianist. Ook Yvette Guilbert, Leon Xanrof en Xavier Privas zijn bespelers in deze periode.

Het grootste succes komt echter met 'Ombres chinoises', het technisch zeer innovatieve schimmenspel van Henri Rivière. Hierbij worden uitgesneden figuren in zink van achter beschenen zodat hun silhouetten zichtbaar worden. Voor de schimmenspelen worden verschillende medewerkers ingezet, Salis verzorgt zelf het commentaar. Het succes is zo groot dat de wekelijkse ovoorstellingen voortaan dagelijks zouden plaats vinden. Salis ziet zich genoodzaakt om zijn medewerkers betalen, geheel tegen zijn gewoonte in. Daarnaast wordt natuurlijk wel de toegangsprijs weer verhoogd.



Illustratie schimmenspel zoals gezien vanuit het publiek



medewerkers achter de schermen bij het schimmenspel



enkele figuren van Rivière



-artikel over het schimmenspel van Rivière

Chat Noir in Nederland

Vanaf 1892 gaat Salis met zijn medewerkers steeds vaker op tournee, ook in het buitenland. Dat brengt hen op 9 augustus 1895 naar Amsterdam met een optreden in het Grand Theatre van Abraham van Lier aan de Amstelstraat. Zo valt te lezen in de krant Nieuws van den dag op 12 augustus.

[le chat noir]-het nieuws van den dag_1895-08-12 (fragment)

Voor deze tournee maakt Théophile-Alexandre Steinlen in 1895 het nu wereldberoemde affiche 'La tournée du Chat Noir.



Het einde

In 1896 loopt de huur af en moet de Chat Noir het pand verlaten. Salis moet zijn levenswerk ontmantelen om zo het gebouw in originele staat op te leveren. Hij is gebroken en gefrustreerd. Karikaturist Leandré ziet hem met een bijl het interieur te lijf gaan. De resterende inboedel wordt opgeslagen en Salis smeedt plannen voor een derde Chat Noir. Maar eerst gaat hij opnieuw op tournee waar hij wordt getroffen door tuberculose. Zijn toch al zwakke gezondheid door drankmisbruik verslechtert snel. Hij vestigt zich in Naintré waar hij op 20 maart 1897 zal overlijden, slechts 45 jaar oud.

De naam Rodolphe Salis is dan misschien grotendeels vergeten, maar dankzij het affiche van Steinlen leeft zijn Le Chat Noir voort in de wereld. En ook wel een beetje via Zwartekat.nl.

Le Chat Noir is dood, leve Chat Noir

Wat is er nog te zien van de oorspronkelijke Chat Noir locaties? Voor het antwoord op deze vraag reizen we in juli 2016 naar Montmartre. Vanaf Garde Du Nord is Montmartre snel bereikt.

Na het vertrek van Salis van Boulevard Rochechouart 84 vestigt Aristide Bruant daar zijn eigen cabaret 'Le Mirliton' (Het Blaaspijpje).



Cabaret Le Mirliton aan de Boulevard Rochechouart 84

Bruants cabaret zou tot 1894 bestaan en trekt veel beroemde bezoekers. Eén daarvan is de schilder Henri de Toulouse Lautrec die Bruant vereeuwigt in enkele beroemde affiches.

De affiches van Toulouse-Lautrec. Met inleiding van Edouard Julian.
-download op archive.org

En ook Bruant brengt een tijdschrift uit. Verzamelbundel tijdschrift 'Le Mirliton' van Aristide Bruant, volume 1-6, 1885.
-download op archive.org

Verzamelbundel tijdschrift 'Le Mirliton' van Aristide Bruant, volume 7-9, 1885.
-download op archive.org

Aan de Boulevard Rochechouart 84 huist tegenwoordig een onooglijke souvenierswinkel. Ze hebben ansichtkaarten met de Chat Noir van Steinlen, maar men lijkt zich niet zeer bewust van de geschiedenis van het pand. Pas als je de goedkope tasjes ruw opzij duwt herinnert een informatiebord aan de roemrijke geschiedenis. Dat bord vermeldt vreemd genoeg niets over het cabaret van Bruant.



Boulevard Rochechouart 84, dit doet best een beetje zeer



Verstopt informatiebord en Zwartekat voor de deur van Chat Noir

Aan de Rue Victor Massé 12 is tegenwoordig een tandartsenpraktijk te vinden. Iets met lachen als een boer met kiespijn. Een plakkaat herinnert aan de roemruchte geschiedenis.



Rue Victor Massé 12, toen en nu



Plakkaat aan de muur bij Rue Victor Massé 12

Toch is 'Le Chat Noir' nog overal te vinden in Montmartre. Zo verrijst in 1907 verrijst aan de Boulevard De Clichy 68 een derde cabaret met de Chat Noir-naam, mogelijk met toestemming van de wedeuwe van Salis. Dit cabaret zou nog tot in de jaren dertig bestaan. Veel foto's van dit pand worden op internet ten onrechte aangemerkt als de originele Chat Noir.

Op dit adres is tegenwoordig een café-restaurant te vinden dat zich nogal misleidend 'Le Chat Noir 1881' noemt. Links ervan is de ingang van het hotel erboven, Hotel Design Chat Noir gevestigd. Daar verbleef ik tijdens mijn bezoek aan Montmartre. De service is goed, de kamer schoon en het ontbijt in de gemeenschappelijke ruimte op de eerste verdieping prima.






Goed toeven, al is de Boulevard De Clichy en Boulevard de Rochechourt minder geschikt voor jeugdigen, met zijn aaneenschakeling van sekswinkels, nog meer sekswinkels, souvenierswinkels en broodjeszaken (er moet tussen het sexen door ook gegeten worden). Twee deuren verder is een smoezelige nachtclub vernoemt naar Bruants 'Mirliton'. Gelukkig draai je daarna direct de Rue Lepic op en start het mooie gedeelte van Montmartre. In de overvloed aan souvenierswinkels tref je vervolgens altijd wel de beroemde kat van Steinlen aan.

Ook buiten Montmartre duikt de kat op..

Guido Weijers in Hotel Nirvana te Lima (Miraflores), 2004



Bij Martijn Koning thuis (intro Eindemaands-filmpjes), 2012



In een aflevering van de detectiveserie Lewis.



Voer voor parodieën





Gebruikte literatuur
- Lisa Appignanesi - The Cabaret, 1975
- Philip Dennis Cate - The Spirit of Montmartre and Modern Art 1875-1910, 2014
- Wim Ibo - En nu de moraal van dit lied, 1970
- Rits Kruissink - Montmartre: van tempel tot tingel-tangel, 1960
- Guus Luijters - Montmartre heeft echt bestaan: portret van een wijk, 2003
- Theophile-Alexandre Steinlen: meester van Montmartre, catalogus Kunsthal Rotterdam, 2007

en talrijke artikelen via de onschatbare website Delpher.nl.