www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

Gerard Cox

Seizoen 2020-2021
Nog niet bekend.

Laatste nieuws
-al het nieuws over Gerard Cox

Bio.txt
Gerardus Antonius Cox (Rotterdam, 1940) wordt geboren in Rotterdam-Zuid. Als katholieke jongen zingt hij in de kerk, het schoolkoor en doet hij mee aan operettes. Hij zit een tijd op een kostschool in Oudenbosch waar hij de Mulo doet en het begin van de kweekschool (de latere Pabo). Die maakt hij af in Rotterdam, waarna hij werkzaam is als docent gymnastiek en handenarbeid.

Hij is veel geziene gast bij muzikale avonden in Rotterdam waarin hij liedjes in de stijl van Jaap Fischer zingt op de liedjes avonden van Marinus van Henegouwen (pseudoniem van de Rotterdamse vrouwenarts Rinus Pannekoek, de vader van tv-regisseur Jop Pannekoek en opa van cabaretier Peter Pannekoek). Vanaf 1961 kiest Cox voor een bestaan als artiest. Samen met Jan Willem ten Broeke maakt hij muzikale cabaretprogramma's als Van de prins geen kwaad (1963), Moeilijk doen (1964) en Welvraat (1966). En brengt hij singles uit als 'Spinnetje' en 'Jacqueline'. In 1962 doet hij auditie voor de toneelschool, maar wordt afgewezen.

Dan wordt hij gecontracteerd voor Cabaret Lurelei waarin hij met het programma 'Relderelderel' speelt met Eric Herfst, Jasperina de Jong, Marjan Berk, begeleid door Rogier van Otterloo. Het programma doet zijn eer aan dankzij de vlijmscherpe satirische pen van Guus Vleugel. Het is juist Cox die twee van de meest omstreden liedjes vertolkt, 'Arme ouwe' en 'God is niet dood'.

'Arme ouwe', waarin een provo koningin Juliana vergelijk met zijn oude moedertje, levert Cox een proces-verbaal op wegens majesteitsschennis. Platenmaatschappij Phonogram weigert het lied uit te brengen. In 'God is niet dood' danst Cox een tango met God in een commentaar op het 'ezelproces' van Gerard Reve, naar aanleiding tot een passage in het boek 'Nader tot u' waarin Reve schreef seks te hebben met een als ezel geïncarneerde God. Het lied werd als godslasterlijk gezien, maar het zou in 1967 toch door CNR op single worden uitgebracht. In 1968 was het nog wel aanleiding voor de VPRO om een tv-uitzending af te gelasten.

Na het Lurelei-programma 'Oud zeer', waarin Cox ook weer meespeelt, wordt besloten om vooralsnog geen nieuw programma te maken. Omdat daarmee voor het eigen theater een gat in de programmering ontstaant vraagt Eric Herfst aan Cox om het seizoen te vullen. Die benadert Adèle Bloemendaal, maar die had al een eerdere afspraak met Frans Halsema. Ze besluiten met gedrieën verder te gaan en maken het zeer succesvolle 'Met blijdschap geven wij kennis'. Voor de reprise laat Bloemendaal zich vervangen door Conny Stuart.

Cox en Halsema zetten hun samenwerking voort met het even succesvolle 'Wat je zegt, dat ben je zelf' (1973). Hiervoor werken ze intensief samen met tekstschrijver Michiel van der Plas, die zij kennen van hun medewerking aan het radioprogramma Cursief. In 1975 zegt Frans Halsema de samenwerking op, hij zoekt nieuwe uitdagingen, tot groot onbegrip van Cox. In 1982 raken ze weer in gesprek over een hernieuwde samenwerking, maar uiteindelijk gaat dat toch niet door.

Ondertussen had Cox een grote hit gescoord met het lied ''t Is weer voorbij die mooie zomer', een bewerking van 'City of New Orleans' van Steve Goodman, al neemt Cox een franse cover als uitgangspunt. Dat levert hem veel kritiek op. Hij wordt hypocriet genoemd, omdat hij in 1968 in het lied 'De liedertjes' nog artiesten de maat had genomen die makkelijk zouden scoren met liedjes vertaald uit het Frans. Eén iemand die bijzonder verontwaardigd is, is Ivo de Wijs. Hij schrijft het felle 'Ome Gerard' met daarin het refrein "Pak de poen, Ome Gerard / altijd doen, Ome Gerard / kampioen van het verdwaasde legioen, Ome Gerard / Duik met temerige teksten / en met melige muziek in de armen van je kwijlende publiek." In 2001 maakt Cox zich onsterfelijk door met veel gevoel voor zelfspot dit lied te zingen tijdens een hommage aan Ivo de Wijs.

In 1977 trouwt hij met Joke Bruijs. Het wettelijke huwelijk zou uiteindelijk veertien jaar duren, maar op artistiek vlak zou dit zich voortzetten op televisie en in het theater, veelal als getrouwd stel.

De cabaretprogramma's 'Niemand weet, niemand weet, dat ik Repelsteeltje heet' (1977) en 'Steilewandrace' (1978) maakt Cox met studenten van de Akademie voor Kleinkunst, waarbij het laatste programma behoorlijk negatieve recensies krijgt. Daarop richt Cox zich meer op toneel, tv en film. In 1982 speelt hij in de musical 'Fien', naast zijn oud-Lurelei-collega Jasperina de Jong.

Bij 'Fien' ontmoet hij de Friese cabaretier Rients Gratama en ze besluiten samen een cabaretprogramma te maken onder de naam 'De grijze plaag' (1984). Er komt een vervolg met het programma 'Beperkte dijkbewaking' (1986) en een tv-serie onder de naam 'De grijze plaag'.

Als ook deze samenwerking stopt richt Cox zich voornamelijk op televisie. Hij speelt in de komedie 'Drie recht, één averecht' (1988) en de opvolger 'Vreemde praktijken' (1989-1993). Hierin werkt hij samen met Sjoerd Pleijsier met wie hij tussen 1994 en 2009 ook weer samenwerkt als acteur en scenario-schrijver van 'Toen was geluk heel gewoon'. Deze serie is onverbloemde nostalgie naar het Rotterdam-Zuid zoals hij dat heeft meegemaakt. In 2014 krijgt de serie een vervolg als film.

Tussen 2005 en 2011 is hij verbonden aan het Echt Rotterdams Theater als auteur en regisseur. Als speler laat hij - op enkele gelegenheidsoptredens na - al die tijd het theater links liggen. Tot hij in 2016 met Joke Bruijs voor Gouden Lijn Theater in de komedie 'Alles went behalve een vent' gaat spelen. Samen zijn ze ook te zien in 'De Oase Bar' (2016) en 'De Oase Bar geeft een feestje' (2017).

Sinds 1975 is Cox woonachtig in Mijnsherenland in de Hoeksewaard. Dat belet hem niet om kritiek te leveren op de multiculturele veranderingen in het Rotterdam dat hij van vroeger kent. "Als jongen bracht ik in Rotterdam-Zuid driehonderd kranten rond. De Maasbode, een katholiek dagblad. In die buurt woont geen Nederlander meer, laat staan een katholieke. (..) Ik loop door de stad en het kan ook Ankara zijn of Paramaribo," zegt hij in een interview met de Volkskrant. Het komt hem op veel kritiek te staan. In latere interviews hekelt hij politieke correctheid ("Die politieke correctheid vandaag de dag is een plaag. Een beetje schuren, prikkelen, provoceren... Ik zie cabaret als een worst die je het publiek voorhoudt en waarvan je niet zeker weet of het hem lust. De mensen op stang jagen, dat is leuk"), de discussie over ons slavernijverleden, Theo Hiddema van Forum voor Democratie en Sylvana Simons.

In november 2019 gaat hij in premiere met een soloprogramma: 'COX - de grote grijze belofte'.