www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

terug

In de media: Hans Dorrestijn - 7 nov 2008
"Welke liedtekst bevat jouw kern? 'Buigen. Dat zat jaren in een map. Af en toe keek ik ernaar: wat moet ik hiermee? Sinds een tijdje weet ik: dit ben ik.' Recht zijn rug en declameert: '"God mag weten voor wie ik niet heb gebogen / Ik boog voor koning zowel als voor lakei / Ik keek de meester en zijn knechten naar de ogen / Voor edelman en bedelman, ik boog voor allebei." Nou ja, en zo gaat het verder. Dat ik in het stof ben gegaan voor maagden en hoeren - voor wie niet? Maar aan het eind zweer ik nooit meer te buigen. Ik heb er muziek bij gemaakt jongen, muziek...o, o! In E-klein. God, je zou het moeten horen, een toppunt in mijn oeuvre! Niet aanstellerig of zoiets, nee: wáár. Ik ben altijd bang geweest. Een pantoffelheld. Een angsthaas. Ik heb mezelf bijvoorbeeld veel narigheid op de hals gehaald door een verhouding te beginnen met een leerlinge op de middelbare school waar ik les gaf. We schrijven '68 of '69. De conrector zei: "Hans, niemand heeft er last van, maar je zult toch met haar moeten trouwen." Heb ik nog gedaan ook. Dat huwelijk heeft ternauwernood een jaar geduurd.' Wanneer besloot je nooit meer te buigen? 'Dat is van recente datum. En het komt door een overmaat aan leed. (..) Opnieuw boog ik - maar dan voor de levensdrift. Je moet een enorme vechtpartij leveren om op een punt te komen dat je naar buiten kijkt, een vogeltje in de top van een boom ziet zitten, en tegen jezelf zegt: dit is de moeite van het leven waard.'"
"Elke maand ontvangt.." door Frénk van der Linden, in: Het Parool, 22 nov 2008

"(..)Het lied Buigen (is) volgens Dorrestijn zelf zijn beste tekst. Hij bekent dat hij voor vrijwel iedereen heeft gebogen: voor koning, lakei, meester, knecht, maagden en hoeren, maar dat die nederigheid nu voorgoed voorbij is. Alle Dorrestijn-ingrediënten zitten erin: treurigheid, zwarte humor en die ene schitterende regel. Na een moeizame theaterstart met Levi Weemoedt rond 1980 in de 'open jongerenriolen' groeit zijn aanhang vanaf begin jaren negentig gestaag met programma's die stijf staan van humoristisch vertaald persoonlijk leed. Leeftijd en broze gezondheid doen hem nu besluiten om geen vermoeiende tournees meer te maken langs grote zalen. Zo nu en dan zal zijn kraakstem nog wel in een intieme omgeving te horen zijn. De finale in Carré krijgt extra allure door de medewerking van een aantal (theater)vrienden, zoals de mannen van Don Quishocking, Erik van Muiswinkel, Peter de Jong en Karel de Rooij (Mini & Maxi) en Maarten van Roozendaal. Alle gasten zijn bewonderaar van de tekstdichter, ook al is hij niet erg vormvast en bespeurt collega-tekstdichter Rob Chrispijn achter de techniek ook 'kreupeldwang en rijmelzucht.' Behalve cabaretier/tekstdichter is Dorrestijn vooral een gemankeerd levenskunstenaar. Van Roozendaal: 'Ga er maar vanuit dat wanneer hij over mislukking en verwarring schrijft, daar niets van gelogen is.' Zijn vrienden beschrijven hem als een complexe persoonlijkheid: jaloers, onzeker, vol huilbuien, maar ook met heel veel enthousiasme voor hobby (vogelaar), werk en relaties."
-lees het volledige artikel
'Treurigheid en die ene schitterende regel' door Patrick van den Hanenberg, in: Volkskrant, 6 dec 2008

In de media: Hans Dorrestijn - 16 dec 2007
"De nu 67-jarige dichter-zanger van de wanhoopshumor houdt er na zijn huidige tournee mee op. Toen hij 35 jaar geleden bgon, was hij naar zijn zeggen 'de eerste pessimistische humorist'. En nu, zo'n 35 jaar later, stelt hij tevreden vast dat Nederland 'gelukkig lang zo vrolijk niet meer' is. (..) Dorrestijn (wordt) net als in zijn vorige twee progrmama's, vergezeld door pianist Martin van Dijk die allang niet alleen de begeleider meer is. (..) Geoefende podiumartiesten zijn Dorrestijn en Van Dijk niet. Ze lezen heel veel van een papiertje en hebben blijkbaar weinig benul van timing. Heel wat grappen vallen daardoor op de grond. En bovendien is Dorrestijn door de zanger een steeds amechtiger zanger geworden. Het is maar goed dat Van Dijk af en toe wat extra reliëf aan die lidjes geeft. Meer veel belangrijker is het dat Dorrestijn in dit programma nog één keer de onvervalste somberman is."
Dorrestijn blijft echte somberman' door Henk van Gelder, in: NRC Handelsblad, 6 okt 2007

"Na tien solo-programma's en voorstellingen met dichter Lévi Weemoedt en pianist Frans Ehlhart is het niet dat hij geen inspiratie meer heeft, maar hij heeft genoeg van de worsteling die steeds een nieuw theaterprogramma met zich meebrengt. Hij is 67 inmiddels en heeft zijn pensioen verdiend: 'Aan alles komt een eind.' (..) In 'Ruines' komt het vooral neer op ouderdom, de toestand van de wereld en natuurlijk de vrouwen. Geen programma van Dorrestijn is compleet als die soort niet aan bod komt. Vaak zijn slechte, chagrijnige of ronduit gewelddadige vrouwen hoofdpersoon, toch typeert Dorrestijn zichzelf als een vrouwengek. Al blijft zijn motto: 'De vrouw is een geschenk van God, al gaat de man eraan kapot.' Niks is wat het lijkt bij Dorrestijn en juist dat maakt hem onweerstaanbaar grappig. Maar Dorrestijn kan ook ontroeren. Als hij het lied zingt 'Ik zal mijn lot met vreugde dragen', doet hij dat zo zachtjes dat het je raakt. Theater Carré heeft hij dan misschien niet gehaald, het vrolijke gesomber van Hans Dorrestijn is inmiddels niet meer weg te denken uit het cabaret."
Vrolijk somberende zwanenzang van Dorrestijn' door Rinske Wels, in: Trouw, 6 okt 2007

In de media: Hans Dorrestijn - 22 nov 2004
"In 'De naakte waarheid' spelen Dorrestijn en Van Dijk twee psychiatrische patienten die leuke liedjes voorbereiden voor de bonte avond in hun kliniek. De één zit er omdat hij op het punt stond voor de trein te springen, de ander vanwege de hallucinerende gevolgen van een alcoholdelirium. Het is een gegeven waar de twee nogal losjes mee omgaan, want van een echt verhaal of uitgewerkte personages is geen sprake. (..) Hoewel ze het in de sketches en liedjes luchtig weten te brengen, stemt het leven in de kliniek ze uiteraard alles behalve vrolijk. Gelukkig maar, want maar weinigen kunnen depressies, zelfmoordneigingen en andere ellende zo ontzettend grappig en onderkoeld onder woorden brengen als Hans Dorrestijn. Zijn inmiddels aardig gevorderde leeftijd en ongetwijfeld naderende dementie zijn een dankbare bron van inspiratie, en verder moeten nog altijd vrouwen het regelmatig ontgelden."
'Het blijft lachen met Dorrestijns ellende' door Guido Verburg, in: Spits, 4 okt 2004

De Telegraaf over het programma 'Cirkels' van Hans Dorrestijn met Martin van Dijk. "Ook in zijn nieuwe programma 'Het naakte bestaan' is het treurnis troef. (..) De twee lezen hun teksten van papier, gaan wel eens in de fout en zingen welbewust als kraaien. Die gecultiveerde knulligheid werkt bepaald aanstekelijk. Inhoudelijk zitten er tussen de losse vondsten genoeg zwarte pareltjes. Hans Dorrestijn kan als geen ander de schaduwkanten van het bestaan in kaart brengen. Zijn bevindingen presenteert hij dan ook met gevoel voor drama en komische timing. Martin van Dijk is beter thuis op het klavier dan Dorrestijn, maar overspeelt zijn hand in de presentatie van de teksten. Als aangever functioneert hij prima, aan het afmaken schort het nog wel eens. Soms klinken de woorden uit zijn mond geforceerd, te vaak blijft de pointe van zijn grappen in het luchtledige hangen. Eerlijk delen zou bij dit sympathieke duo daarom niet het uitgangspunt moeten zijn. Uitbuiting van hun eigen unieke talenten levert simpelweg een nog leuker programma op."
'Treurnis nog altijd troef bij Dorrestijn' door Marco Weijers, in: De Telegraaf, 4 okt 2004

"'Het naakte bestaan' is Dorrestijns tweede programma met pianist Martin van Dijk en hij krijgt een steeds grotere rol op het toneel. Een volwaardige podiumpartner dus en tegelijkertijd de nuchtere Drent die Dorrestijn bij de les houdt. Die is immers al over de zestig en het geheugen is ook niet meer wat het geweest is. Omdat Van Dijk in veel nummers de tweede stem zingt, kan Dorrestijn makkelijker aanhaken bij zijn eigen teksten. (...) Beiden zijn geen topacteurs, het is soms wat flauwigheid, maar hun verhalen zijn bijna altijd raak en mooi. (..) Maar in hoofdzaak draait het in de voorstelling om de liedjes. De muziek is vaak vrolijk om het leed in de tekst tegen te kleuren. Hoogtepunt vond ik het lied over een vlek op de muur. Dorrestijns stiefvader gooide wel eens een jampot naar zijn hoofd, maar miste doel. De stille getuigenis bleef nog jarenlang zitten en werd een soort triomf voor Dorrestijn."
'Dorrestijn geëerd voor 30 jaar vakmanschap' door Rinske Wels, in: Trouw, 4 okt 2004

"'Het naakte bestaan' omvat zodoende diverse dialogen aan een kaal tafeltje dat de suggestie van zo'n kliniek oproept. Af en toe is er ook sprake van een feestavond die moet worden georganiseerd, en de teksten die daar ten gehore zullen worden gebracht. Maar verder hebben Dorrestijn en Van Dijk hun vorm voornamelijk gevonden in de vormeloosheid, waarin alles past: een groot aantal losse invallen, aforismen, ultrakorte verhaaltjes en even korte liedjes. Ze werden een duo, toen ze het programma 'Cirkels' maakten, waarin Van Dijk voornamelijk de begeleider was. Nu gaan ze min of meer gelijk op, hoewel Dorrestijns teksten onmiskenbaar beter tot hun recht komen als hij ze zelf, klaaglijk kraaiend of met een verbaasde blik om zijn eigen schrijfsels, te berde brengt. Het is nu eenmaal zijn eigen hoogst particuliere zwartkijkerij."
'Dorrestijn op dreef in gesticht' door Henk van Gelder, in: NRC Handelsblad, 4 okt 2004

"Bij Dorrestijn zijn vrouwen lelijk, is de seks slecht en de eenzaamheid eindeloos - en dat dan op een droogkomische manier verteld. (..) Van Dijk is bovendien een uitstekend muzikant met een sympathieke uitstraling. Als ze samen achter de vleugel kruipen en 'Ik zat vannacht in een tochtig bordeel' zingen - het nummer eindigt in een cantate van Bach - klopt de samenwerking volledig. (..) In 'Het naakte bestaan' spelen Dorrestijn en Van Dijk twee psychiatrische patiënten in een kliniek. In wijde witte pyjama's lezen ze voor uit eigen dossiers en roddelen ze over andere patiënten. Het is een kapstok voor een voorstelling die verder een grabbelton is van liedjes, gedichtjes en gedachtenkronkels. Inclusief mopjes van een ontstellende flauwheid, waar toch gretig om wordt gelachen."
'Droogkomische ellende, nu al dertig jaar lang' door Merijn Henfling, in: Het Parool, 4 okt 2004

"Zijn grimmige, zwartgallige, met menselijk leed doorspekte liedteksten en conferences bleken een bron van inspiratie voor een nieuwe lichting cabaretiers als Hans Teeuwen en Jeroen van Merwijk. (..) Vooral in de sombere, inktzwarte levensliedjes toont de cabaretier nog niets aan kracht te hebben ingeboet. Hij bezingt een mysterieuze rode vlek op de muur als stille getuige, maar laat de toeschouwer gissen naar de herkomst van de vlek. Het is een van de mooiste liederen die Dorrestijn de afgelopen jaren schreef. Ook de ballade 'Waar is Arianne?' waarin eenzaamheid en wanhoop de boventoon voeren, is van ongekende schoonheid. Het lied 'Whiskey, vodka en cognac' is een echte sombere Dorrestijn-klassieker, net als het hekellied over zijn geboortestad Ede - alhoewel dit lied wel veel lijkt op het lied 'De polder van Eemnes (..) Na al die jaren strooit Dorrestijn nog steeds met virtuoze pareltjes - al leest hij ze dan van papier, de liefhebber zal het hem graag vergeven."
'Jubilaris Hans Dorrestijn strooit nog altijd pareltjes' door Alexander Nijeboer, in: De Volkskrant, 4 okt 2004

De Telegraaf interviewde Hans Dorrestijn. "De cabaretier kan zich ontzettend kwaad maken over de suggestie van sommige mensen dat zijn zwaarmoedigheid en klunzigheid op het podium slechts een pose zijn. 'Dat is echt het ergste verwijt dat je me kunt maken. Zoiets kun je niet faken en ik al helemaal niet. Ik heb namelijk als groot nadeel dat ik absoluut niet kan acteren. Ik kan iets niet als ik het niet ben. Ik zou bijvoorbeeld ook dolgraag van die typetjes willen doen, maar dat lukt me gewoon niet. (..) Nu op mijn 64e, heb ik het gevoel dat ik hét nog steeds niet heb bereikt. Ik wil nog één keer bewijzen dat ik echt een hele goede liedjesschrijver ben. Iedereen zegt wel dat ik dat ben, maar ik heb bijvoorbeeld nog nooit een hit gescoord. Ik weet in de derde regel altijd weer iets verkeerds te schrijven. Pas toen ik de Gouden Harp kreeg, dacht ik even: dan moet het wel waar zijn dat ik aardig kan schrijven. Maar je weet zelf nooit of een nummer goed is, alleen wanneer het waardeloos is.' (..) Hoeveel liedjes hij inmiddels heeft geschreven, weet hij niet. Maar in een archiefkast in zijn werkkamer liggen lades vol met plastic mapjes met daarin liedteksten die hij nog nooit heeft gebruikt, dus dat moeten er wel honderden tot duizenden zijn. (..) 'Ik ben mijn hele leven al aan het schrijven, maar een geslaagd lied blijft het hoogst haalbare. Liever een goed lied dan een wereldroman op mijn naam. Als ik geen liedjes schrijf, ben ik verloren. Dat bevestigt mijn bestaan.' (..) 'Het is een zegen om met Martin (van Dijk, zk) te werken. Hij is, in tegenstelling tot mij, eentheaterbeest. Hij is echt mijn geruststellende factor. (..) Het schrijven ging verbazingwekkend makkelijk. In vier weken had ik de kern van het programma al. Ik vertrouwde het absoluut niet, zo eenvoudig kan het toch niet zijn?' (..) Geniet hij inmiddels wel een beetje van het leven? 'Wat kzal ik zeggen. Mijn kinderen leven nog, ik kan behoorlijk koken, ik eet graag, ik neem alle Bach-suites en -partituren door op de piano, ik maak tochten op mijn snorfiets en ik ga naar verre landen om vogels te bekijken. Daar heb ik best lol in. En als ik onder de mensen ben, ben ik helemaal niet zo somber. Ik hou van mensen. Maar als je in je eentje thuis zit, is het leven helemaal niet leuk. (..) Optimisme, daar heb ik niets mee. En zeker niet met van die domme optimisten die niet snappen dat jij het leven nu eenmaal niet altijd zo leuk vindt als zij. Ze begrijpen niet dat ik best wel dood wil, maar nu nog even niet.'"
'Ik speel niet dat ik zwaarmoedig ben' door Esther Kleuver, in: De Telegraaf, 25 sept 2004
met dank aan: Bumme

In de media - 14 aug 2003
Hans Dorrestijn schreef voor NRC Handelsblad een column over zichzelf in de cabaretwereld.
"Heel lang heeft het er naar uitgezien dat ik de loser was van mijn cabaretgeneratie: Freek de Jonge, Paul van Vliet, Gerard Cox. Ik kreeg geen poot aan de grond. Maar de cabaretiers van nu, Hans Teeuwen, Sanne Wallis de Vries, Jeroen van Merwijk, zijn allemaal dolle bewonderaars. Ik zat laatst in het tv-programa Dit was het nieuws en het publiek lachte zich kapot. Het brulde, geloei! Ik vertelde over het nachtelijk vangen van een kip en ik merkte dat ik dat godvergeten goed kan. Dat effect is wonderbaarlijk. Daar leef ik voor."
-Hans Dorrestijn: Godvergeten goed