terug

De Loop Der Dingen: De Eerste Keer

De teksten die René had waren leuk. Niet spectaculair, maar er zaten zeker leuke dingetjes bij. Dat klinkt misschien niet zo bijzonder, maar als je tien willekeurige mensen van de straat haalt, en hen vraagt wat te schrijven, dan:

- rennen er zes gillend weg;
- schrijven er drie iets wat prima kan worden gebruikt om de barbecue mee aan te maken;
- schrijft die ene misschien iets fatsoenlijks, dat ook nog leuk is voor anderen.

René kon dat laatste, en hij was pas 21. Toen ik 21 was kon ik niet eens een coherent verhaal tegen een kassameisje houden.



René had onder anderen wat teksten over hoe hij met de scouting naar Kenia geweest, en daar had hij wat aardige anekdotes over: over hoe de Kenianen hetzelfde woord hebben voor 'blanke man' en 'portemonnee'; over hoe ze een waterleiding aan wilden leggen voor een dorp, waar het dorp helemaal niet op zat te wachten; en hoe het was om als blanke tussen de Afrikanen te lopen. Het waren leuke anekdotes.

De weken erna kon ik hem wat aanwijzingen geven over zijn teksten, maar vooral tips waar op te letten als je op een podium staat:

- Zorg dat je resoluut het podium oploopt en weet waar je gaat staan.
- Beentjes uit elkaar, en relax. Relax! RELAX!!! KALMEER!!! STRESS, DAT ZIEN MENSEN!!! Ahhh kom op niet huilen. Relax.
- Kijk het publiek aan. Neem iemand in het publiek, kijk die een paar seconden aan, en daarna de volgende. En als je ze door het licht niet kan zien: Doe alsof.
- Spreek met volume. Hou in gedachten dat de mensen achterin je ook moet kunnen verstaan. Dat betekent harder praten en beter articuleren dan je normaal doet.
- Eigen lol eerst: Zorg dat je zegt en doet wat je leuk vindt, en ervaar het ook zo op het podium. Iemand die er lol in heeft is leuk om naar te kijken.
- Eet nooit met elf man vlak voor een optreden patat met saus, als er in de kleedkamer maar één WC is.

Dat soort dingen. De meeste van deze tips had ik van onze regisseur Pim opgepikt, of zelf op het podium geleerd. René was leergierig en oefende flink, terwijl hij tegelijkertijd af en toe wat nieuwe dingen schreef.

Zomaar een beetje oefenen in een scouting-hut in Schipluiden, dat is voor niemand leuk, dus we hadden een doel nodig. René kwam met het Griffioen Cabaret Festival (tegenwoordig uitgebreid naar Zuidplein), een (toen nog) klein cabaret-festivalletje in Amstelveen. Zijn eerste optreden zou de auditie voor dat festival worden.

U vraagt zich misschien af: waarom zou je direct mee doen aan een festival? Waarom ga je niet eerst wat open podia doen? Beetje testen, beetje spelen. Het logische antwoord is: ik heb geen idee. Ik denk dat het kwam doordat dat Delfts Blok ook 'maar' mee had gedaan aan een klein festivalletje (de Pythische Spelen), en dat het daardoor de voor de hand liggende methode was om te beginnen in de cabaret-wereld.

Ik ging proberen een 'programma' te maken van het materiaal van René. Hij mailde mij al zijn teksten, en ik weet nog dat er een paar behoorlijk leuke dingen tussen zaten die ik in de scoutinghut nog niet had gehoord. Toen ik vroeg waarom hij die niet eerder had laten horen zei hij wat ik zelf ook zo vaak heb gedacht: "Ik dacht, dat is vast niet leuk genoeg." Het blijft vreselijk moeilijk om in schatten wat zal werken, zéker van je eigen materiaal. Pas als je op het podium staat, je tekst uitspreekt, en het enige geluid wat je hoort het suizen van de rotte tomaten is, dán weet je zeker: "Shit, het werkt niet. Ze haten me allemaal." Tot dat moment blijft het hopen/bidden.

De auditie naderde, en ik had een volgorde van teksten in elkaar gedraaid, met als rode draad de verhalen rond Kenia. Een rode draad, daar was ik wel van. Ik had bij Delfts Blok geleerd dat je het publiek daarmee een aardig rad voor ogen kan draaien. Door één verhaaltje tactisch door het geheel heen te weven, denkt het publiek al snel: "Wat zit dat goed in elkaar! Er zit een verhaal in!" Dat probeerde ik met het Kenia-verhaal van René ook te doen.

In de weg naar de auditie was er één onduidelijke factor: René. Hij oefende hard, schreef veel, maar hij was een 'gewone jongen': hij had geen buitengewoon lollig hoofd, geen gekke fysiek of heel aanstekelijke pretoogjes. Hij kon geen truukjes, beatbox-geluiden of stem-imitaties. Kortom, ik had geen idee of, als hij eenmaal op een podium stond, hij leuk zou zijn, of überhaupt enig podiumcharisma zou hebben. Op de auditiemiddag van het Griffioen zou ik het zien.

[wordt vervolgd]