terug

De Loop Der Dingen: Wie Ben Ik, Wat Ben Ik

Ik moest eigenlijk door de Catch-22 van de angst heen: vaker optreden, zodat ik wat meer op mijn gemak was, waardoor optreden beter zouden gaan. Toen ik begin 2011 strandde in de halve finale van het G/ZCF had ik het gevoel dat ik er niet uithaalde wat er in zat. En dat lag niet alleen aan angst.

Maar gelukkig! Ik had een uitvlucht gevonden! In de herfst van 2010 had ik de selectieprocedure gedaan voor de tweejarige opleiding tot scenarioschrijver voor film- en televisie in Amsterdam, bij de scriptschool. Boom baby!

Filmscripts vond ik al veel langer interessant. Toen ik in Delft studeerde ging ik vaak naar de bibliotheek van Rotterdam (grote modderfokker), waar ik het boek 'Screenplay' van Syd Field vond, zo'n beetje de bijbel voor het schrijven van filmscripts. Aan de hand van de film 'Chinatown' legt hij uit hoe de structuur van een film zou moeten zijn. Ik verslond het boek en alle andere boeken die ik over dat onderwerp vinden kon. Misschien was ik altijd wel meer bezig geweest met film dan met cabaret. Toen ik Monty Pythons Flying Circus voor het eerst zag maakte dat veel indruk, maar Taxi Driver maakt zeker zoveel indruk.

Ik dacht, misschien moet ik daar iets mee, dus bezocht ik op mijn 25ste de open dag van de Nederlandse Film- en Televisieacademie, rond dezelfde tijd dat Delfts Blok serieuzere vormen aan begon te nemen. Op die open dag legde een geluidsman bloedserieus uit dat de geluidsman net zo belangrijk is als een regisseur! Immers! En mensen die zichzelf bloedserieus nemen, daar kan ik niet zo goed tegen. Misschien was ik wat dat betreft toch meer van het cabaret: "Er is niets zo serieus dat er geen grappen over gemaakt kunnen worden!" - Hitler, 1941*. (*Compleet verzonnen)

Maar die dag was er ook een leuke, relativerende geluidsman, inclusief grapjes. Daarentegen. Dat compenseerde al weer een beetje. Bovendien bekeken we een mockumentary van een afstudeerder, 'De Tranen Van Castro', over een man die lichaamssappen van beroemdheden verzamelde, die erg leuk was. En tóch had ik niet het gevoel dat ik er thuis zou horen. Bovendien had ik geen zin om weer vier jaar fulltime in de collegebanken plaats te nemen- ik had mijn studie in Delft nog niet eens afgemaakt. Conclusie: geen NFTA.

Maar nu was daar ineens die deeltijdopleiding, gefocust op het schrijven van films en TV! Ik keek op mijn spaarrekening (mijn spaarrekening SMEEKTE me om het niet te doen) en ik schreef me in. Ze waren enthousiast over mijn ingestuurde werk, en ik kwam door de selectie heen. Terwijl ik strandde in de halve finale van het G/ZCF, begon ik aan een bona fide schrijversopleiding!

In twee volgende jaren leerde ik alles over het schrijven van scripts: over karakters, structuur, scenes en niet te vergeten: conflict. Dat laatste bleek voor mij en mijn medestudenten een uitdaging. Blijkbaar zijn vrijwel alle schrijvers conflictmijdend, waardoor je tijdens het schrijven dingen denkt als "ah nee, dat kan ik Conan de Barbaar echt niet aandoen! Hij is immers mijn held! Hij heeft er zo hard voor gewerkt! Geen zwaardgevechten hoor. Hup, hij krijgt gewoon zijn zin." Dat zijn korte, intens saaie films. Dat moest eruit.

We kregen les van de schrijvers van Vuurzee, Oorlogswinter, GTST en college met als lesmateriaal 'The Matrix'! Dodge that. Vervelend: na een jaar had ik het gevoel dat ik helemaal NIETS meer wist. Er waren zo veel aspecten bij het schrijven dat elk woord dat ik op papier zette bij voorbaat onbekwaam leek. En dat terwijl toen ik begon ik dacht al enige vaardigheden te hebben.



(Een leuke bijkomstigheid was het spotten van BN-ers in de kantine van Endemol. Ik had een sterk 'vis op het droge'-gevoel toen ik Robert ten Brink in de rij van de kassa zag staan, met een soepje, zonder All You Need Is Love-bus. En ik hoorde Peter R. de Vries met zijn karakteristieke stem mokken dat de harde broodjes op waren, en ik hield mijn lachen in (ik denk dat het namelijk heel onverstandig is om Peter R. de Vries uit te lachen, voor je het weet vinden ze één of ander lijk onder een brug met mijn DNA erop)).

Hoewel ik grote moeite had met het schrijven van fatsoenlijke scenes bleek wel dat ik de andere studenten feedback kon geven- iets wat ik bij cabaret ook al had ervaren. Misschien is het zo dat ik beter ben áchter de schermen. Dat ik mensen kan helpen om de spotlights op hen te richten. Misschien ben ik meer een schrijver/regisseur dan een acteur/cabaretier. De profetische omroep RTL4 riep het jaren terug al: "wie ben ik, wat ben ik, dat is het waar het hier om gaat".

Dat zat me op het podium in de weg: ik wist niet goed wie ik was, en hoe anderen me zien. En dat is belangrijk: authentiek zijn, jezelf zijn, waaruit je grappen voortkomen. Eigenheid. Tricky shizzle. Legio cabaretiers en stand-uppers zijn vakkundig, kwalitatief behoorlijk goed, maar uitwisselbaar- niet heel eigen. Om echt eigen te zijn, moet je jezelf laten zien, ook alle zwaktes en narigheden- misschien júist alle zwaktes en narigheden. Maar daar moet je wel een potje veel lef voor hebben.

Example. Louis C.K. was tien jaar geleden een goede, maar middelmatige comedian. Vakkundig, leuk, maar niet echt bijzonder. Maar ergens transformeerde hij, en werd hij briljant. Alsof het hem geen reet meer interesseert wat anderen ervan denken. Hij noemt zijn kinderen klootzakken, zegt als opening dat hij alle moeders van iedereen in het publiek geneukt heeft, en legt uit waarom het niet lullig bedoeld is als hij homo's uitlacht. Hij heeft alle schroom van zich afgegooid en is echt (goed) geworden.

Om het nog verwarrender te maken presteerde ik het om meerdere malen een dramatische scene in te leveren, om daarna van mijn medestudenten te horen dat ze weer erg gelachen hadden om mijn scene. Yo, bedankt. Nou ja, misschien was ik dan toch meer een cabaretier?

In december 2012 behaalde ik mijn schrijversdiploma en na afloop gingen we uit eten met alle medestudenten- ook mijn vriendin was mee. Daar zat ik met die nieuwe groep, en ik dacht aan die andere, oude groep, waarmee ik in 1999 voor het eerst de cursus Kleinkunst deed. Verbonden door een gezamenlijke hobby, en met de drang daar iets mee te doen.

De Delfts Blokkers zijn de belangrijkste groep vrienden die ik heb. We lijken op elkaar: we houden van cabaret, het toneel, grappen, muziek, en we worden nooit helemaal volwassen. Hoewel we elkaar niet meer zo vaak zien als vroeger, lijkt de band hecht te blijven.

De groep van scriptschrijvers is nog pril: verhalenvertellers, karakteronderzoekers, gevoelsmensen. Verliefd op de beelden uit Pulp Fiction, The Wire, L.A. Confidential, Taxi Driver, X-Files. Ook in deze groep klikt het goed, ondanks de diverse karakters en meningen.

Maar ben ik nou een scriptschrijver of een cabaretier? Of geen van beiden, maar gewoon een boerenlul met een tekstverwerker?

"Je hebt ze nu gezien", zei ik na het etentje tegen mijn vriendin, "de elf jongens van het cabaret, en de acht van het scriptschrijven".
"Ja," zei ze, "wat is daarmee?"
Ik vroeg: "In welke groep pas ik nou het best?"
"Daar zeg je zoiets", zei ze. Ze dacht kort na en vervolgde: "Eén van die twee groepen past inderdaad beter bij je."