www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

terug

In de media: Richard Groenendijk - 15 februari 2006
"Cabaretprogramma's beginnen zelden met een monoloog van Kniertje uit Herman Heijermans toneelstuk Op hoop van zegen. Richard Groenendijk doet dat wel, waarna hij vertelt hoe hij twintig jaar geleden vergeefs een figurantenrolletje probeerde te bemachtigen toen het stuk verfilmd werd inhet Zeeuwse dorp van zijn jeugd. Ook toen leed hij dus al, zoals hij het zelf uitdrukt, aan 'de ziekte van Aandacht'. Het is een mooi begin voor De adem van de nachtchinees, zijn vijfde soloprogramma in minder dan tien jaar - en ongetwijfeld zijn beste. (..) Tot dusver riep Richard Groenendijk bij mij vooral gemengde gevoelens op. Het was alsof hij er nooit helemaal in slaagde een vorm te vinden waarin zijn onmiskenbare podium talenten goed tot hun recht kwamen. (..) Maar in dit programma heeft die onevenwichtigheid plaatsgemaakt voor een strak gestileerde opeenvolging van verhalen waarin hij, zo te zien, veel dichter bij zichzelf blijft. (..) De adem van de nachtchinees (is) eindelijk een programma dat Richard Groenendijk op zijn best laat zien. Tot en met de finale, die al even verrassend is als het begin."
'Strakke verhalen van Groenendijk' door Henk van Gelder, in: NRC Handelsblad, 26 jan 2006

"Een van de thema's in zijn nieuwe voorstelling is wat mensen doen om het leven dragelijk te houden. Ze zijn er vaak niet trots op, maar het houdt ze gaande. Een kakkineuze vrouw lijdt aan kleptomanie en leeft zich uit in racisme. Prachtig is de scène waarin zij zich aan de hemelpoort beklaagd over haar overlijden. Zij krijgt een keiharde spiegel voorgehouden. Groenendijks buurman heeft zijn vrouw verloren en lost dat verdriet op met Schippersbitter. Groenendijk spaart ook hier zichzelf niet en vertelt over zijn fascinatie voor de nachtchinees aan de Rotterdamse Witte de Withstraat. Daar, zo schetst hij met glimmende ogen, komt de hele wereld aan je voorbij. De doorsnee van de samenleving, allemaal in het nietsverhullende tl-licht aan die troosteloze formica tafeltjes. Zelf eet hij er altijd gefrituurd buikspek met ketjap. Hij heeft een scherp oog voor smeuïge details en schetst het plaatje in een handomdraai. Zijn boodschap is even simpel als helder: schaam je niet. Niet voor die Schippersbitter, niet voor het bordje buikspek. (..) 'De adem van de nachtchinees' is een bijzonder gaaf programma geworden."
'Gelukkig worden van een bordje buikspek' door Rinske Wels, in: Trouw, 2 feb 2006

"De late eters in de nachtchinees aan de Rotterdamse Witte de Withstraat vormen volgens cabaretier Richard Groenendijk een staalkaart van het leven. In zijn derde solo De adem van de nachtchinees staat het etablissement met de felle tl-lampen en formicatafeltjes centraal als toevluchtsoord. Het restaurant staat voor Groenendijk voor 'alles waar we misschien niet trots op zijn, maar wat we nodig hebben om het leven een beetje aan te kunnen.' Groenendijks vorige voorstelling Ego was lelijk van kitsch. De smakeloze opsmuk droop af van het decor, de kostuums en zelfs de liedjes waren doordrenkt met bombastisch taalgebruik. In De adem van de nachtchinees heeft hij de frivoliteiten en franje afgeschud en toont hij met een voorstelling die prachtig is om de verhalen en thematiek zijn ware gezicht. (..) Net als in zijn vorige voorstellingen strooit hij met jeugd- en familieanekdotes. Of Groenendijk heeft de meest krankzinnige familie van het land of hij is een meesterlijk bedenker van absurde situaties - hoe dan ook: in het vertellen van dergelijke verhalen is de cabaretier een meester. (..) de smakelijke verhalen zouden zielloze losse flodders zijn geweest als Groenendijk ze niet zo prachtig in zijn thema had ingevlochten. Ieder mens heeft een beschadiging en allemaal hebben we een veilige haven nodig om onbekommerd te kunnen stranden - een toevluchtsoord zoals hij die vindt in de nachtchinees."
-lees het hele artikel
'Groenendijk briljant in absurde situaties' door Alexander Nijeboer, in: Volkskrant, 25 jan 2006

"Groenendijk pakt het publiek zoals we dat van hem gewend zijn: hilarisch, soms geëxalteerd, met mooie observaties en gave types. (..) Maar Groenendijk is bovenal een geboren verteller. In een sober maar effectief decor plezier en pest hij de zaal met anecdotes uit zijn jeugd en zijn loopbaan als kunstenaar. (..) Zijn wapen is dat van de zelfspot: Groenendijk wendt zijn homoseksualiteit, tamelijke corpulentie en koddige motoriek graag aan om meewarig en clownesk naar zichzelf te kijken, een aloude theatrale truc die hem de vrije hand geeft datzelfde met zijn omgeving te doen. Groenendijks vijfde solo-voorstelling mag gezien worden: het is weinigen gegeven de toeschouwer zo bij de hand te nemen."
'De adem van de nachtchinees' door Arno Gelder, in: AD, 27 jan 2006

In de media: Richard Groenendijk - 29 mei 2004
"In zijn vierde soloprogramma plaatst Groenendijk zichzelf alvast op het hoogste ereschavot. Op het affiche van de voorstelling prijkt zijn hoofd op een Oscaraward. Ironie weliswaar, die leuk wordt als Groenendijk vervolgens een awarduitreiking persifleert. Met een enorme overdrijving zet hij een naar een prijs hunkerende artiest neer. Maar 'Ego' maakt ook de indruk een behoorlijk realistische typering te zijn van een ambitieuze cabaretier, die naar de top verlangt. Groenendijk zegt moe te worden van zijn eigen talenten. Wellicht ook juist door het uitblijven van de grote algemene waardering. Voor 'Ego' zal hij die ook niet krijgen. De voorstelling is daarvoor te onbestemd. (..) Toch is Groenendijk een smakelijk verteller en weet hij heel beeldend situaties te duiden. Hij heeft een goede stem, maar de liedjes zijn niets. Aan echt zingen waagt hij zich ook niet. De teksten en melodieën zijn ook zo weinig zeggend, dat dit ook verspilde moeite zou zijn. Het slot van de voorstelling waarin de cabaretier plots waardering toont voor zijn gestorven neef die nooit ambities heeft gehad, wringt. Een staaltje van politieke correctheid, die de voorstelling diepgang moet geven, maar maakt dat je met hem beaamt: 'er is al zo weinig te lachen. En dat geldt ook voor 'Ego'."
'Geen Oscar voor Groenendijk' door Marc Couwenbergh, in: Goudsche Courant, 19 apr 2004

"Bij zijn vierde programma bedacht de Rotterdammer Groenendijk: zelfspot is leuk, maar te veel relativeren hoeft ook weer niet. 'In Nederland geldt: als je met je kop boven het maaiveld komt, hakken we 'm lekker met z'n allen af. Nu denk ik: ja hoor, de groeten. Ik sta niet voor niets drie dagen in het Nieuwe de la Mar.' (..) 'Ik ben een redelijk goed meelopende middenmoter. Ik zit niet meer bij de jonge aanstormenden, maar ik hoor ook niet bij het Marc-Marie-segment.' (..) 'Ik wil elke show wel een soort progressie zien: in zaalbezetting, inhoudelijk of in mijn werk naast de optredens.' En dat lukt, verklaar hij: zijn publiek wordt groter en dit seizoen kreeg hij er leuk werk bij als vaste invaller bij het radioprogramma Spijkers met koppen. (..) 'Laatst sprak ik een collega die helemaal (in) een depressie zat. Hij gilde: 'Ik wordt links en rechts ingehaald door mindere goden.' Zo ver zal het bij mij nooit komen. Als ik over tien jaar een soort Jan Rot ben, stop ik. Dat vind ik zo'n hopeloze toestand: kom ik in een schouwburg en hoor ik dat Jan Rot de avond ervoor 32 man in zijn zaal had. Na een carriere van twintig jaar! Hij zal best een lieve jongen zijn, maar dat is voor mij echt een spookbeeld.'"
'Spelen met grote en met kleine ego's' door Merijn Henfling, in: Het Parool, 2 apr 2004
met dank aan: Bumme

In de media: Richard Groenendijk - 6 apr 2004
"Groenendijk op een toneel levert een wisselend complex aan vaardigheden en missers op. Hij is van alles een beetje: cabaretier, crooner, entertainer, showman en zanger van een paar gevoelige liedjes. (..) als je hem even los laat, slaat hij bij voorkeur scorend door in vette, banale grappen, terwijl hij de indruk hoog houdt dat hij in diepste wezen theater met serieuze onderwerpen ambieert. (..) De bezwaren tegen de onsamenhangende structuur van zijn 'Ego' vervagen als hij abrupt een geloofwaardig klinkend verhaal opbouwt over een bezoek aan koningin Beatrex, hypocriete bescheidenheid wegsmijt en opeens belangstelling genereert voor de man Groenendijk naar wie we tevergeefs hadden uitgekeken. Minder irritant behaagziek hengelend naar aandacht, erkenning en genegenheid is hij eigenlijk leuker en interessanter dan in de uitgesponnen scènes waarin hij leuk doet."
'Schreeuw om aandacht bij Richard Groenendijk' door Jacques d'Ancona, in: Dagblad van het Noorden, 20 mrt 2004

"Groenendijk brengt treurig volk voor het voetlicht, volk dat verschrikkelijk zijn best doet het ego op te poetsen. Een Vlaamse vader die zijn achtjarig dochtertje met liposuctie en botoxinjecties klaarstoomt voor de eeuwige roem, een musicalzanger met aanstelleritis die een award mag uitreiken en er zelf geen krijgt, Jopie, een vals wijf in een rolstoel dat steeds zegt een 'gevert' te zijn, geen 'nemert' en vervolgens minutenlang zevert over zichzelf. (..) Aangevuld met een paar verhalen over zichzelf, wat gesprekjes met het publiek en wat liedjes, is het een programma geworden dat een uur en drie kwartier niets méér doet dan 'voortkabbelen'. Een aantal verhalen is ronduit de moeite van 't vertellen niet waard. Het gezwollen taalgebruik in de liedjes is irritant. (..) Het lijkt alsof de inspiratie Groenendijk even is ontvlogen. (..) Zijn natuurlijke flair sleept hem er nog enigszins doorheen, want als hij gaat dollen met het publiek, dan is Groenendijk op z'n best. Een beetje meedoen is dit theaterseizoen belangrijker dan winnen voor Groenendijk."
'Beetje meedoen is genoeg voor Richard Groenendijk' door ??, in: De Stentor, 25 mrt 2004

"Nog niet zo heel lang sliep hij een hele week niet als een recensent iets onaardigs had geschreven. (..) 'Op de keper beschouwd, word je er ook niet veel wijzer van. Op het ene moment geef ik volgens de heren en dames critici te weinig van mezelf bloot, op het andere moment ben ik te persoonlijk. De ene recensent vindt me te traag, terwijl de ander me op dezelfde dag de hemel in prijst om mijn snelheid. Daar kun je als cabaretier toch helemaal niets mee? Je zou al deze recensies voor de gein eens naast elkaar moeten leggen en achterop een flyer voor je voorstelling moeten plakken. De schrijvende pers valt publiekelijk door de mand. Collega's die al langer in het vak zitten zoals Karin Bloemen, adviseren me de kritieken niet meer te lezen. Maar naast me neerleggen kan ik ze ook weer niet. Nog niet.' Met Karin Bloemen trekt Richard Groenendijk eind dit jaar door het land met een reprise van 'Het Grote Nieuwe de la Bloemen kerstbal'. 'Mijn technica is een schat. Maar na 120 met haar in een pizzeria te hebben gegeten, is het voor de afwisseling wel eens leuk om met een groep te toeren.'"
'Mij heb je al met een bakje slagroomvla' door Dijlan van Vlimmeren, in: Rotterdams Dagblad, 25 mrt 2004
met dank aan: Bumme

In de media: Richard Groenendijk - 24 feb 2004
"In zijn nieuwe solo haalt de cabaretier (..) zwoegers die met zichzelf worstelen voor het voetlicht: een Vlaamse huisvader die zijn dochter naar modellenwedstrijden sleept, een overspannen artiest die in de schijnwerpers staat, omdat hij een Musical Award mag uitreiken maar er liever zelf een had gekregen en een bejaarde vrouw die klaagt over haar levensleed. Uiteindelijk herkent Groenendijk zichzelf in al die zwoegers. (..) Het thema van Ego staat als een huis en de voorstelling kent best aardige grappen, en toch vallen vooral nogal wat zwakke momenten op. Exemplarisch zijn de familieanekdotes. In zijn vorige voorstelling, Nep, waren die familie-inkijkjes bij vlagen hilarisch. De verhalen waar Groenendijk in Ego mee komt, zijn slechts schimmen van eerdere anekdotes. Ook de timing is een probleem. (..) liedjes die opvallen door krachteloosheid en bombastisch taalgebruik (..) Alleen in de improvisaties met het publiek laat hij even zijn krachtige, spontane, vileine spot zien, maar te snel verschuilt hij zich weer in het keurslijf van zijn bedenksels en de regie."
'Groenendijk is in Ego zichzelf niet' door Alexander Nijeboer, in: De Volkskrant, 2 feb 2004

"Dit vierde soloprogramma staat in het teken van het ego dat je moet koesteren. Groenendijk vindt dat mensen zich zich te veel laten en te weinig zichzelf zijn. (..) Groenendijk vertelt (..) op meeslepende wijze, vol vaart en boeiend van begin tot einde. Hij heeft een prachtige show gemaakt die zeer goed gestructureerd is. Zo komt het basisverhaal over de begrafenis van neef André op drie verschillende momenten terug. Dat zorgt voor herkenning, maar ook voor rust. (..) grappen en grollen (volgen) elkaar in rap tempo op. "
'Vaart en diepgang bij Richard Groenendijk' door Gerard Jager, in: Leeuwarder Courant, 10 jan 2004

"Hij kan met zijn vlotte babbel en losse opmerkingsflodders een typetje neerzetten dat zo geloofwaardig is dat je wakker geschud moet worden als dat optreden afgelopen is. Kostelijk. (..) Groenendijk wil meer dan de typetjescabaretier zijn. Hij wil zingen als een grootheid (..) maar hij moet het meer hebben van zijn zangtechniek dan van zijn eigen klankkleur en zangtalent. En hij verschuilt zich in deze voorstelling ook weer achter een 'showisme' dat eigenlijk niet aan hem besteed is. Die musicalgrandeur heeft hij niet (..) Als hij dan zijn eigen voorstelling tegen het einde ontleedt, relativeert en ironiseert (..) wordt de theatrale illusie helemaal de nek omgedraaid. (..) Leuk zijn de verhalen rondom zijn zoektocht naar rust, regelmaat en reinheid in een soort kuuroord. De types en observaties die hij daarin beschrijft, zijn levensecht. (..) wat hij beoogt met zijn pathetische gewauwel om eens uit je eigen egorol te springen is een groot raadsel: moraaldwang van een voorbij jaargetij. (..) Zijn kracht is om mensen aan het lachen te maken (..) inhoudelijk word ik in deze voorstelling niet geraakt. Daarvoor is hij als cabaretier te ongevaarlijk en babbelt zijn show lekker voort (..)."
'Groenendijk overtuigt inhoudelijk nog niet' door Wiggele Wouda, in: Friesch Dagblad, 12 jan 2004

In de media: Richard Groenendijk - 26 jan 2004
Richard Groenendijk zal de discussie rond cabaret worst wezen, maken wij op uit dit eerdere gesprek met Vrij Nederland.
"Ik heet nu dan wel opeens 'cabaretier' - en daarbij denken de meeste mensen toch onvermijdelijk aan Youp van 't Hek - ik vind dat ik veel meer een gevarieerd theaterprogramma maak. Met naar mijn mening een aantal boodschappen die niet te zwaar zijn, maar waarmee ik wil zeggen: let gewoon op, kijk om je heen. Het is niet altijd wat het lijkt in dit programma. Maar daarnaast wil ik gewoon een leuke avond maken, want cabaret is ook amusement.
-Dromerige grappen
Door Bas Canoy, in: Vrij Nederland