portret

Wim Ibo

Laatste nieuws
-al het nieuws over Wim Ibo

Bio.txt
Johan Willem Ibo werd geboren op 10 april 1918 in Arnhem. Hij overleed op 18 mei 2000 in Amsterdam.

Al vroeg stond voor de kleine Ibo vast dat hij artiest wilde worden. Na 'experimentele theatervoorstellingen' met zijn broertje en zusje waarmee zij optreden bij bruiloften en partijen, richtte hij met schoolvrienden een cabaretgezelschap op: The Merry Young Five.
Aanleidingen voor zijn belangstelling voor cabaret noemt hij in zijn autobiografie 'Brieven voor jou': "een Koos Speenhoff bundel in de boekenkast van mijn vader, een optreden van Willem van Iependaal op een verkiezingsbijeenkomst, cabaretprogramma's via de radio met Emmy Arbous of Chiel de Boer, de Duitse protestzanger Ernst Busch, de geboorte van het ABC-cabaret, de cabarettiere Fien de la Mar, een boek met Jacobsliedjes op het Waterlooplein en de samenwerking met oudere collega's in de theaters, voor de radio of bij de televisie."

Ooit solliciteerde hij bij het ABC-cabaret van Wim Kan, maar die adviseerde hem om eerst maar eens zijn studie af te maken.
Na zeven jaar HBS en OHS wilde hij eigenlijk naar de Toneelschool, maar hij voelde zich -zeker gedurende de crisistijd- verplicht om een baantje te zoeken. Zo kwam hij bij de PTT terecht als 'werkloos intellectueel nuttige doch niet noodzakelijke arbeid', waar hij zich bezig hield met de registratie van radiotoestellen.

Toen het ABC-cabaret voor -zoals later bleek- onverwacht lange tijd in Nederlands-Indie verbleef deed hij auditie bij het cabaret van Fien de la Mar en Martie Verdenius. Ibo was in zijn puberjaren idolaat van De la Mar en zette een imitatie van haar neer. Hij werd aangenomen. Tijdens de oorlog speelde hij verder in 'Cabaret de Koplamp' en 'De Jonge Nederlanders'.

Als schrijver en ook als uitvoerend artiest was Ibo geen licht. Hij bleek wel een enthousiasmerende persoonlijkheid die beter was in het produceren. Daarbij deed hij tijdens zijn studiereizen naar Amerika veel ideeen op latere programma's als 'Cabaret de Camera Obscura', 'Familie Doorsnee', 'Pension Hommeles' en 'Artiestencafé'.

Zijn programma's 'Triangel' en 'Namen die je nooit vergeet' stonden in het teken van het cabaret. Voor phonogram produceerde hij 22 jaar lang cabaretplaten. Veel theaterprogramma's zijn op die manier bewaard gebleven. Zo werd ook oud repertoire van bijvoorbeeld Jacobs en Pissuise opnieuw opgenomen door de nieuwe generatie cabaretiers.

Tijdens één van zijn studiereizen maakte hij in 1947 kennis met het fenomeen soaps. Op de Amerikaanse radio werd dagelijks een door een team geschreven soap uitgezonden. Pogingen om in Nederland zo'n serie te starten stuitte op onwil van de VARA. In 1952 keerde Ibo terug naar Amerika waar de soap nog steeds liep. Terug in Nederland bleef Ibo doorzeuren tot hij zijn zin kreeg. Om het schrijversteam samen te stellen toog hij allereerst naar Annie M.G. Schmidt. "Ach Wim, mag ik het niet alleen doen?" vroeg zij. Ruim honderd afleveringen zou zij schrijven van Neerlands eerste soap, 'De familie Doorsnee', die bestond van 1952 tot 1958. Ibo was producent van Doorsnee en zou later ook Schmidts 'Pension Hommeles' voor de televisie produceren.

In 1954 haalde hij Wim Kan over om een radio-versie te maken van zijn theaterprogramma. Het bleek het begin van een nieuwe traditie: de oudejaarsconference.

In 1960 ontstaat er een conflict rondom het lied 'Milord' van Edith Piaf over een hoertje dat meer dan haar lichaam gaf aan een ontgoochelde, eenzame man. In een Nederlandse vertaling was het een enorm succes voor Corry Brokken, maar voor een 5 mei-uitzending kwam de tekst niet door de censurerende tekstcontrole. Ibo verklaarde zich solidair met producent Karel Prior uit frustratie over eerdere censuur bij de Familie Doorsnee (het woord "kontje" kon echt niet). Hij werd woordvoerder van de artiesten die zich verzette tegen deze censuur. Gevolg was een boycot van Ibo door de omroepen en de intrekking van een toegezegde reisbeurs.

Naar aanleiding van zijn tv-programma's kreeg Ibo vele vragen over het Nederlands cabaret waarop hij het antwoord niet wist. Begin jaren zestig vatte Ibo het plan op om de geschiedenis van het cabaret te gaan beschrijven. Als uitgangspunt hanteerde hij 19 augustus 1895 als de geboortedatum van het cabaret en de volgende definitie van 'cabaret': "Professionele literair-muzikale theaterkleinkunst in een intieme omgeving voor een intelligent publiek". Over zo'n definitie valt te twisten en dat gebeurde/gebeurt dan ook veelvuldig. Na veel research wordt in 1970 het eerste exemplaar van 'En nu de moraal van dit lied' met bijbehorende LP gepresenteerd aan burgemeester Samkalden van Amsterdam.

Ibo was betrokken bij de oprichting van de Akademie voor de Kleinkunst in Amsterdam, waar hij ook doceerde. Jaren na zijn afscheid was hij er nog regelmatig te vinden. En verschillende jeugdige cabaretiers mochten zich verheugen op zijn aldanniet gevraagde advies.