www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

terug

Fons

Er is veel gesproken over de angsten van Fons Jansen. Niet in de laatste plaats door hem zelf. Ik ga het er weer over hebben, maar dan ook over de mijne.

Ik kende Fons de laatste vijf jaar van zijn leven. Mijn eerste kennismaking ging ongeveer zo:
- Met Kick van der Veer
- Met Fons Jansen! U bent toch kenner van het betere lied?
- Eeh dag, mijnheer Jansen
- Fons alsjeblief
- Eh Kick natuurlijk. Ja dat zeggen ze.
- Welnu Kick, ik zoek liedjes die gaan over vaders. Want ik denk dat nogal wat mannelijke cabaretiers een moeizame verhouding met hun vader hadden of hebben. Is die indruk juist?
- …

Kortom, ik was nogal verrast door zijn directe manier van 'binnenkomen' . Hij nodigde me uit bij hem thuis en we hadden een lang en aangenaam gesprek over zijn vader, die van Freek de Jonge, Seth Gaaikema, Jack Spijkerman en vele anderen die over hun vader hebben geschreven, verteld en gezongen. Ik bezorgde hem een lijst van liedjes en met die gegevens zou hij een column gaan schrijven. Hij was gestopt met theatervoorstellingen, maar schreef met regelmaat columns die hij publiceerde en voorlas in het land, in kleine zaaltjes, zoals hij begonnen was. Maar daar is genoeg over verteld. Volgens mij is die column er trouwens nooit gekomen. Maar er was tussen ons wel een soort vriendschap ontstaan. Hij vond het prettig om een beetje tegen me aan te filosoferen over van alles en nog wat. Soms ook stokten onze gesprekken. Dan was het opmerkelijk lang stil en het is verleidelijk om nu op te schrijven dat dat 'aangename stiltes' waren. Maar eigenlijk was dat niet zo. Het waren de momenten dat we allebei een beetje bang waren. Bang dat het te intiem werd, bang dat we elkaar zouden kwetsen en ook gewoon bang dat het gesprek over koetjes en kalfjes dreigde te gaan. Want wij hadden allebei een gloeiende hekel aan die lulgesprekken over helemaal niets.

Op een gegeven moment belde hij me met de mededeling dat er een 'omnibus' moest komen van zijn werk en dat ik die moest samenstellen. Er volgde een periode van heel prettig en intensief samenwerken. Opeens vertelde hij me zomaar dat hij bij de dokter was geweest en dat het er niet al te best uitzag. 'Maar maak je geen zorgen, ik ga niet dood'. Dat bleek hij dus wel te gaan.

Ik schreef hem een brief waarin ik meldde dat ik veel aan hem dacht, graag iets wilde zeggen maar verviel in clichés. Maar met clichés kan je heel goed werken als je een dichter(es) bent. Ik wist dat hij dol was op het werk van Liselore Gerritsen en ik stuurde hem dus het onderstaande als bijlage. Een treffend rake tekst.

jij
appel die ver van de boom valt
jij
muis die danst als de kat thuis is
jij
die over één nacht ijs gaat
om jou gaat het

om jou
verre vriend die meer betekent dan een goeie buur
om jou
schoenmaker die niet bij je leest blijft
om jou
die liever één vogel in de lucht hebt dan tien
in je hand

om jou
die weet
dat de waarheid de leugen niet achterhaalt
dat de tijd niet alle wonden heelt
dat zelfs de liefde de dood niet overwint

om jou
ontdekkingsreiziger van alle dag
om jou gaat het
columbus jansen

Fons vond het prachtig. Belde meteen op: 'wil je dit voorlezen bij de begrafenis?'

De uitgever en ik slaagden erin om het boek 'Wat ik zeggen wilde' op tijd af te krijgen. Dat wil zeggen: nog voor zijn dood. We kwamen het eerste exemplaar bij hem brengen. Fons was heel erg mager geworden, kon nauwelijks meer praten, maar was duidelijk heel erg blij met het boek.

En nou komt het: we wisten allebei dat we elkaar nooit meer zouden zien, 'Dag Kick' zei hij bij de voordeur. 'Dag Fons' zei ik. Het was weer een tijdje ongemakkelijk stil, we gaven elkaar een hand en de deur ging dicht.

Nog steeds schaam ik me. Ik had hem (voorzichtig) moeten omhelzen. Ik had hem een kus moeten geven, ik had, ik had. We hadden het allebei zo graag gewild en we deden het godverdomme niet. Er stonden twee bange ex-katholieke mannetjes tegenover elkaar in de gang van een Hilversumse woning.

Nadat ik tijdens de plechtigheid het gedicht van Liselore had voorgelezen was het eerste dat ik kreeg: een kus van een van zijn zoons. Kwam het toch een beetje goed…

Kick van der Veer