www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
portret

Jeroen van Merwijk

Seizoen 2020-2021
Nog niet bekend.

Impresariaat
Theaterbureau De Mannen [m/v]

Laatste nieuws
-al het nieuws over Jeroen van Merwijk

Bio.txt
Na een studie Nederlands in Amsterdam en Utrecht, studeerde Jeroen van Merwijk (Bilthoven, 11 juli 1955) aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag.

Vanaf 1978 werkte hij mee aan de KRO-radioprogramma's 'Gort en watergruwel', 'Schoolradio', 'Krachtvoer', 'Nieuwsbox', 'De Krijsende Tafel' en 'Ratel'. Verder maakte hij deel uit van het cabaret van VARA's 'Spijkers met koppen' (waar een boekje met cassette van verscheen) en presenteerde hij het AVRO Radio 2-programma 'Het Punt'.

In het KRO-programma Radio Magnolia was hij te horen als (de 70-jarige) Yoris van Asperen en in het VARA tv-programma 'Zappelin' was Jeroen wekelijks te gast met het actualiteiten-lied 'Wat een week'. Voor de KRO werkte hij mee aan het cabareteske 'Aardige mensen', met zijn satirische blik op het nieuws van de afgelopen week.
Voor de NPS presenteerde hij in navolging van Jacques Klöters elke zondag 'Podium', een programma dat aandacht besteedt aan het Nederlandse lied.

Samen met Cees Rutgers richtte hij in 1985 de cabaretgroep Meester Cornelis op. Na het eerste programma 'De Gymnasiast' (1986) hield Rutgers ermee op en stond Van Merwijk solo op het podium. Hij maakte de programma's 'Van ouwehoer tot troubadour' (1987), 'Geef mij mijn sperma terug' (1989), 'Een AVRO-lid is ook een mens' (1992) en het eerder genoemde 'Van Merwijk legt het nog één keer uit' (1994). In 1996 kwam hij met 'Het podiumbeest is terug'.

Belandde hij tijdens het Amsterdams Kleinkunst Festival in 1988 met het lied 'Zuid-Afrika' (ookwel 'Apartheid es ein skone zaak') naar eigen zeggen rond de 81ste plaats, toen Karin Bloemen het (in een swingender arrangement) zong werd het een succes. Het is het, in nep-Zuidafrikaans geschreven, relaas van een Zuid-Afrikaanse boer die op vakantie is geweest bij zijn schoonfamilie in Nederland en bij zijn terugkeer uit Nederland aan zijn collega-boeren verteld wat voor een geweldig land Nederland is: arm en rijk wonen gescheiden, buitenlanders maken schoon en mannen maken 's ochtends ruzie in de file, terwijl de vrouwen thuis blijven met de kinders.
Onder meer tijdens een optreden voor Nelson Mandela bleek Bloemen er wel een andere interpretatie op na te houden, maar Van Merwijks naam als tekstschrijver was gemaakt. Zo schreef hij ook teksten voor Harrie Jekkers ('Straatnaambordjesblues') en Hans Dorrestijn ('Wat zijn de vrouwen groot'), zelf ook niet de minste tekstschrijvers.

Even leek het er met 'Van Merwijk legt het nog één keer uit' (1994) op dat Jeroen van Merwijk voor cabaretminnend Nederland verloren leek. Vervolgens maakte hij weer een prachtig programma met 'Het podiumbeest is terug' (1996).

Zittend op een stoel begeleidt hij zichzelf op gitaar terwijl hij als een chagerijnige zwartkijker zijn laconieke liedjes ten gehore brengt. Als bezoeker moet je wel van cynische humor houden. Liedjes uit zijn vorige programma als 'Het was meer dan erg op de Grebbeberg' (een meezinger) of 'Het leven is kut' waarin 'kut' ± 40 keer voorkomt ("En is het een keer niet kut, dan is het klote"), of het manonvriendelijke lied 'Alle mannen moeten dood' deed zelfs een fiks aantal bezoekers het theater verlaten.

Met zijn Radio Magnolia-maatje Bavo Galama brak Van Merwijk door naar de grotere zalen met het programma 'De omgekeerde wereld'.

In 2008 maken Van Merwijk, Kees Torn, Theo Nijland en Maarten van Roozendaal de voorstelling 'De Bende van Vier', een co-productie van De Kleine Komedie en de VARA. Een unieke, gezamenlijke voorstelling van de beste liedjesmakers van Nederland. Een registratie wordt uitgezonden op televisie, kom daar tegenwoordig nog maar eens om met liedjes, laat staan cabaretliedjes. Ook verschijnt er een DVD.

Voor 'Dat moet meneer Van Merwijk nodig zeggen' (2009) wordt hij in 2010 genomineerd voor de Poelifinario, de prijs voor de meest indrukwekkende voorstelling van het seizoen.

Na 'De vleesgeworden bescheidenheid' (2011) en 'Er zijn nog kaarten' (2013) vormt Van Merwijk twee seizoenen lang opnieuw een duo. Ditmaal met oude vriend Harrie Jekkers voor de voorstelling 'Als we zo vrij mogen zijn'.

In 'Lucky' speelt Van Merwijk meer met de vorm van de voorstelling. Zo staat hij als twee persoonlijkheden op het toneel, eerst als zichzelf als uitgebluste kunstenaar en na de pauze zijn transgenderkat 'Lucky'. En met 'Was volgend jaar maar vast voorbij' geeft hij zijn eigen draai aan de oudejaarsconference, namelijk geheel in liedvorm.

Naast zijn theaterwerk is Van Merwijk een beeldend kunstenaar en onder de naam Malfet maakt hij schilderijen in acryl die hij regelmatig exposeerd. Zo ontving hij na een tentoonstelling in het World Trade Centre in Washington zelfs een lovende recensie in The Washington Post. Diezelfde Malfet illustreerde ook het boekjes die Van Merwijk schreef.

Op 2 juni 2007 presenteert hij zich als woordvoerder van 'De groep Malfet', een samenwerking van zeven schilders. Van Merwijk zegt niet tot deze schilders te behoren, omdat hij het inmiddels te druk heeft om te schilderen. Hij zal voor deze schilders de publiciteit voor zijn rekening nemen. Waarschijnlijker is dat Van Merwijk al de werken zelf heeft gemaakt in verschillende stijlen.