www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy

terug

Neerlands Hoop

Bello de hond

Daar gingen ze de wagen volgeladen
Het schuifdak open dat was lekker fris
De vrouw zei nog 'we hebben iets vergeten'
'Ik zou alleen bij God niet weten wat het is'
Maar toen ze bij de grens waren gekomen
Sloeg de vrouw onthutst de handen voor haar mond
De man zei 'o die is de paspoorten vergeten'
'Vergeet het maar' zei zij 'het is de hond'

Het is de hond
Bello de hond

Waarop de man zei 'vrouw dat beest moet zich maar redden'
'Als ik eenmaal op weg ben draai ik niet meer om'
'Buurvrouw laat hem wel uit als ze de planten gaat begieten'
'Dat beest krijgt zonder ons zijn buik wel rond'
Ze waren toch al niet van plan geweest hem mee te nemen
Een hond mee op vakantie dat is veel te duur
Ze hadden hem bij Arnhem willen droppen
Gewoon zo'n beest terug in de natuur

In de natuur
Bello in de natuur

De hond zat met zijn halsband aan de tafel
Omdat hij voor het vertrek te opgewonden was
Hij stond meer dan een dag te janken
Want hij was zindelijk en moest heel erg een plas
En toen hij 's avonds laat zijn halsband doorgekauwd
Had jij zijn plas tegen de tafelpoot gedaan
Nadat hij twee geraniums had opgegeten
Was de eerste trek maar niet de honger weggegaan

Het bankstel was na één week nog slechts veren
Getergd begon het dier aan het karpet
Buurvrouw die was gekomen met haar gieter
Lag toen al vier dagen met vleeswonden te bed
De hond hebben ze af laten maken
Zodra ze van vakantie waren teruggekeerd
Twee weken later kwam ik ze weer tegen
Toen ze een bankstel uitzochten bij Van der Meer

Bij wie ook weer
Bij Van der Meer
Bij wie ook weer
Bij Van der Meer

Bericht aan de reizigers

De trein glijdt spoorslags door de groene velden
Als een geslepen broodmes door de zoete koek
Ik ben op weg van Amsterdam naar Leiden
Ik reis tweede klas en ik lees een boek
Ik lees niet echt het is meer een pogen
Door de herrie en het schokken van de trein
Dansen de bladzijden met letters voor mijn ogen
Die tranen en mijn hoofd doet pijn

De titel nog nauwelijks onderscheiden
Heb ik toch al een behoorlijk stijve nek
Als ik verstandig was, legde ik het boek terzijde
Dat doe ik niet, ben bang voor een gesprek
Ik lees ondanks de veel te luide stemmen
Ondanks de zware koffers in het bagagerek
En als de trein bij een onveilig sein moet remmen
Krijg ik de zwaarste koffer in mijn nek

De eigenaar vraagt of ik mij bezeerd heb
Dat heb ik, maar ik schud desondanks van nee
Ik voel me of ik met een beer gecopuleerd heb
En wankel door het gangpad naar de plee
Daar hoef je voor niemand bang te wezen
Daar mag je doen en laten wat je wil
Ik wil niet veel alleen maar lezen
Dan zijn we in Haarlem en de trein staat stil

Je mag de plee niet op stations gebruiken
Gehoorzaam verlaat ik het toilet
Ik neem me voor weer in mijn boek te duiken
Als mijn plaats door een soort pooier is bezet
Als ik alleen mijn jas nog maar wil pakken
Dan springt hij bereid tot een gevecht
Mijn handen zakken automatisch naar mijn zakken
Mijn geld en spoorkaartje zijn weg

Al eens eerder uit de trein getreiterd
Ren ik rap als racekak naar het toilet
De trein zit kennelijk vol met schijters
Op allebei de deuren staat 'bezet'
Ik doe het haast in mijn broek, begin te huilen
Het zweet breekt uit, ik krijg een vuur van kleur
Ik probeer me in mijn boekje te verschuilen
Want ik hoor de kniptang van de conducteur

Vlak voor ik krankzinnig ben geworden
En middenin een angstig schietgebed
Ziet de conducteur mij met een boek en zegt in orde
Hij glimlacht tikt twee vingers aan de pet
Als ik tenslotte arriveer in Leiden
Dan weet ik mij gered door het boek en denk
Ook nog een gesprek kunnen vermijden
Heerlijk zo'n boekenweekgeschenk

Elektrisch levenslicht

De sfeer met Kerstmis is devoot
Wij denken dan aan vrede
Of aan een familielid
Dat is overleden

Als een neger honger heeft
Lijkt zijn lijf veel bloter
Als je in een kerstbal kijkt
Lijkt je neus veel groter

In Engeland eet men met Kerst
Doorgaans een plumpudding
Krijg je de kerstboom op je kop
Heb je een hersenschudding

Elsje

Elsje moet naar hopsy topsy land
Want vader gaat met moeder op vakantie
Ze denken dat het beter is voor Els
Als zij niet meegaat naar het vreemde land
Maar hiet gaat spelen
Met de vriendjes van haar eigen leeftijd

Nu is er een week voorbij
En het is nog steeds niet leuk geworden
Alle meisjes spelen met de jongens
En ik speel met mijn pop
Ik krijg haast elke dag een kaart
Van mijn moeder uit het vreemde land
Ik heb al één keer teruggeschreven
Heus niet dat ik heimwee had

Elsje zit in hopsy topsy land
En als ze niet wil eten komt er een meneer
Die zegt dat eten beter is voor Els
Dan met een lege maag naar bed toe gaan
En dat haar moeder daardood
Toch niet eerder komt dan afgesproken is

Want weer is er een week voorbij
En nu nog zeven nachtjes slapen
Alle meisjes spelen met de jongens
En ik tel de dagen af
Ik heb al veertien ansichtkaarten
Ik ken de plaatjes uit mijn hoofd
Ik heb maar niet meer teruggeschreven
Ze zijn al onderweg

Elsje zit in hopsy topsy land
Ze kreeg zo'n honger dat ze wel moest eten
Die meneer die het haar verteld heeft van haar ouders
Zegt als je straks weer beter bent
Kun je weer spelen
Met de kinderen en met mij

Want er is een maand voorbij
En haar ouders zijn nooit meer gekomen
Alle meisjes spelen met de jongens
Ongelukje in 't verkeer

Later is dit lied door Vivi Bach in het Duits gecoverd.

Fazant met zuurkool

Die avond heeft de vrouw
Ontzettend goed haar best gedaan
Dan belt haar man op
Dat hi later komt met eten
Ze zegt 'o goed'
Maar denkt dat kan je wel vergeten
De smaak gaat er a
Als ik het te lang laat staan

Ze draait het gas weer uit
Het is al zeven uur
Ze pakt het boek
Dat hij voor haar heeft meegenomen
En als ze denkt
Nu kan hij ieder ogenblik komen
Gaat ze weer terug
En zet de pan weer op het vuur

Ze ploft terug in haar stoel
Pakt het boek weer in haar hand
Door de honger
Wordt ze geeuwerig en loom
Tien minuten later
Schrikt ze wakker uit haar droom
Door de stank van fazant met zuurkool
Die verbrandt

Dan gaat de telefoon
Het is opnieuw haar man
Dat hij in het spitsuur heeft gezeten
En daardoor nog wat later is met eten
En zij is blij
Dat ze nog wat maken kan

Ze rent naar de keuken
Pakt vlees uit het diepvriesvak
Ze houdt van hem
Maar heeft de pest aan overwerken
En opdat hij straks niks
Van de stank zal merken
Staat het aangekochte
Afzuigapparaat op acht

Daar is de auto op het pad
Ze heeft het net gered
Ze pakt zijn jas aan
En hij laat haar weten
Dat zij die avond
Maar alleen moet eten
Hij heeft migraine
En hij wil meteen naar bed

(Achter de façade van) Glitter en Goud

Achter de façade van glitter en goud
Staat elke dag dezelfde lach dezelfde sleur
Je wordt veel sneller oud
Als je van theater houdt
Van op- en afgaan door diezelfde deur
Achter die deur hoor je ze kermen
Een artiest lijdt wat af achter de schermen

Toch komt hij op met een lach en een pasje
Hij zingt van rozegeur en maneschijn
Maar als je kon kijken in zijn hart onder zijn jasje
Zou je zeker minder vrolijk zijn

In zijn kleedkamer zet de komiek zijn kraaiepoten aan
Wat zou er van hem zijn als hij zijn vak niet had
Hij reperteert zijn repertoire
Hij doet het al dertig jaar
Bakken die niet leuk zijn en gejat
Hijzelf heeft zelf het beste in de smiezen
want daar staat hij trillende tussen de coulissen

Toch komt hij op met een lach en een pasje
Als het publiek niet lacht houdt hij zich schijnbaar groot
Maar diep in zijn hart onder zijn jasje
Gaat hij elke keer een beetje dood

Triest doet de danseres de spietsen aan haar voet
Die hoofdrol is haar neus voorbijgegaan
Het was technisch nog wel goed
Maar ze weet dat dat er niets toe doet
Als je niet kunt sterven als een zwaan
Daar staat ze naar de anderen te kijken
En ze weet dat zal ik nooit bereiken

Toch komt ze op met een lach en een pasje
En het publiek kijkt niet door de coulissen heen
Ze zoeken naar snoepgoed in hun tasje
Je staat in het theater zo alleen

Toch kom je op met een lach en een pasje
Je zingt van rozegeur en maneschijn
Maar diep in je hart onder je pasje
Zul je altijd eenzaam zijn

Het is weer tijd

In de jaren zestig
Had iedereen zo'n smoel
Nu eten we gebakken peren
Met een triest gevoel
Een kwart van toen is aan de drugs
Een vierde gesaneerd
De rest is ofwel ingepakt
Ofwel genuanceerd

Waar zijn je idealen
Zingt de eeuwige soldaat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

Wat had je geen bewondering
Voor een Martin Luther King
Je had zelfs echte negers
In je vriendenkring
Als hij een fractie had vergolden
Van wat hem was aangedaan
Had hij niet in een zilveren lijst
Op je bureau gestaan

Je wilt graag zelf bepalen
Hoever een vriendschap gaat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

Toen Vietnam voorbij was
Werd het nadrukelijk stil
Goede tijden voor de PPR
En nog een rondje pils
Maar wie toen voor de yankees was
En riep hun strijd is onze strijd
Zit nu nog op het kussen
En is niet zijn baantje kwijt

Niemand wou bepalen
De prijs van het verraad
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

Als je een avond hebt gezopen
En je rijdt er eentje dood
Dan kan dat iedereen gebeuren
Ons begrip is groot
Maar als je de wereld wilt verbeteren
En je doet er eentje pijn
Dan ben je staatsgevaarlijk
Dan is het land te klein

Dan komen ze je halen
De ME staat paraat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

Tweehonderdduizend werklozen
De meerderheid die zwijgt
Mondjes en handjes dichtknijpen
Blij dat je een uitkering krijgt
De vakbond in confectiepak
Voert voor jou de strijd
En dus verdrink je je ellende
In een zee van vrije tijd

Pas als er niets meer valt te halen
Zien we jou weer terug op straat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

We gaan naar Argentinië
Waar dagelijks wordt gemoord
Maar daar is nu eventjes geen tijd voor
Zojuist heeft Rep gescoord
Zonder Cruijff in de finale
Wie had dat verwacht
En op de eretribune
Zitten Wiegel en Van Agt

We zitten in de finale
In een politiestaat
Het is weer tijd om te bepalen
Waar het allemaal op staat

Ik tel mijn idealen

En als het morgen wordt
Zal ik mijn idealen tellen
De tralies
Die de zon in vieren delen
Zijn even ondoorkoombaar
Als de dag

Ik had gezworen
Dat ik mijn vrienden
Nimmer zou verraden
Maar de pijnbank is nu eenmaal sterker
Dan mijn wil

Eén oog is dichtgeschroeid
En wat er van mijn handen rest
Zou ik zo willen missen
Als ik wist
Dat men mij vergeven zou

Kanker is een zachte dood
Vergeleken bij dit leven
Maar jullie huilen liever krokodilletranen
Dan dat je aan den lijve voelt
Wat lijden is

Ik heb een kind verwekt
Dat ik niet lang gekend heb
Toch huilt het elke nacht weer
In mijn hoofd

En morgen is er weer een dag voorbij
In Iran Oeganda Rhodesië

Ik tel mijn idealen
En raak er steeds meer kwijt

Ik voel me eenzaam op de camping

Ik voel me eenzaam op de camping
Want alle kinderen die ik zie
Zijn veel te jong om mee te spelen
En met de ouderen meedoen mag ik niet
Mijn ouders hier heb ik alleen maar last van
Ze hebben leuke uitstapjes bedacht
Die zijn niet half zo leuk als vaders witte benen
Hoewel hij boos wordt als je daar om lacht

We gingen samen naar de speeltuin
Ik mocht van pa niet uit het hek
Maar God straft meteen de autoritairen
Pa kreeg een schommel in zijn nek
Moeder zag niet dat ze op de wip zat
Vloog met de picknickspullen door de lucht
En voor ik ergens mee gespeeld had
Reden we alweer naar de camping terug

We gingen samen met midget-golven
Moeder stond te zwaaien met haar stick
Het balletje bleef rustig liggen
Alle omstanders kregen een tik
Vader was natuurlijk beter
Die sloeg er profesioneel op los
Een mep en dan weer uren zoeken
Naar het balletje in het bos

'Ga fijn met je vader zwemmen'
Gehoorzaam liep ik met hem mee
Ergens diep de hoop nog koesterend
Dat hij te ver zou gaan in zee
Dat deed hij niet ik had het kunnen weten
Daar is hij veel te schijterig voor
Hij liep tot aan zijn enkels in het water
En riep toen heel sportief 'ik ben erdoor'

Ik haal patat als moe te moe is om te koken
Geen eigenheimers dat lijkt tenminste wat
Maar de lol gaat eraf als ze elke dag te moe is

Ik vreet al veertien dagen lang patat
Vader ligt voor pampus in de voortent
Zegt dat hij van werken minder moe wordt dan van mij
Dan kan hij volgende week weer uit gaan rusten
Ik heb nog tot half augustus vrij

Mayonaise

De zure stank is niet te harden
Net zo min als het lawaai
Daar waar ze daaglijks deksels
Op mayonaisepotjes draait
Als zij 's middags vijf uur vijftien
Haar hoge hielen licht
Zitten zesduizendzesendertig
Mayonaisepotten dicht

Buiten adem, nogal stinkend
Naar zweet, maar vooral azijn
Springt ze om vijf uur achtenveertig
Op haar intercitytrein
Heeft die trein dan geen vertraging
Komt ze om zes uur achttien aan
Daar de kantoren eerder sluiten
Heeft zij dat half uur moeten staan

Ze eet haar prak zonder te proeven
Die avond is het prei
Pakt de patat
En neemt er automatisch mayonaise bij
Ze gaat die avond niet naar dansles
Te moe en helemaal geen zin
Ze bladert vluchtig door de Viva
Maar er staat voor haar niks in

Vader heeft niets nieuws te melden
Ze is blij als ze naar bed toe mag
Ze ligt erin iets over elven
Morgen is het weer vroeg dag

De trein, de prikklok, de kantine
Eens per uur naar het toilet
En ondertussen
Zesduizendzesendertig deksels klem gezet
Ze sluit steeds hetzelfde aantal
Aan de band voldoet ze goed
Een keer in de maand wat minder
Omdat ze dan wat vaker moet

De muur

Ik had geen enkel uitzicht meer
Mijn leven was verzand
Ik ging naar een zigeunerin
En toonde haar mijn rechterhand
De vrouw begon te beven
En raakte overstuur
Ze zei 'in deze lijnen hier
Zie ik een lange stenen muur'

'Een muur die dwars door het landschap gaat
Wel vijftien meter hoog
Waar hij begint of waar hij eindigt
Is onzichtbaar voor mijn oog'
Toen gaf ik haar mijn linkerhand
Ze keek ernaar en zei
'Ik zie een vogel in mijn hand
Die vogel legt een ei'

'De muur is je beperking
Het ei de vrede en het geluk
Als je in je handen knijpt
Dan gaat dat eitje stuk
Je moet zeven keer zeven jaren wachten
En dan om zeven uur
Krijgt het geluk zijn vleugels
Vliegt het uit boven de muur'

Ik koesterde mijn linkerhand
Zes jaar ging snel voorbij
Tot iemand op die hand ging staan
Hij kraakte als een ei
De waarzegster was op de vlucht
Na een klacht van een cliënt
Ik had geen enkel uitzicht meer
Maar zelfs dat uitzicht went

De muur is je beperking
Het ei de rede en het geluk
Als iemand op je ziel gaat staan
Dan is je leven stuk
Je moet zeven keer zeven jaren wachten
En dan om zeven uur
Krijgt het geluk zijn vleugels
Vliegt het uit boven de natuur

De muur is de beschaving
Het ei is de natuur
De botsing is een kwelling
Die een mensenleven duurt
Dat is zeven keer zeven jaren wachten
Op zeven keer zeven uur
Ofwel je hele leven vechten
Met je rug tegen de muur

Opa

De bank kijkt uit over het grasveld
En opa strompelt er naar toe
Buiten adem ploft ie op de zitting
Hij heeft nog niets gedaan en is al moe
Hij kwam vertellen dat ie stuurman op het schip was
En alle kinderen mochten gratis mee
Dan voelde hij het roer weer in zijn handen
Op die bank die brug was en het gras zee

De bal blijft achter het grasveld
Alle kinderen rennen naar hem toe
'Opa, vertel nog eens van vroeger'
'Nee, ga maar spelen, opa is een beetje moe'
De kinderen gaan niet, ze blijven rustig wachten
Dat zegt ie altijd voor een fijn verhaal
In een kring zitten ze rond zijn voeten
Hij kijkt naar de gezichten, herkent ze allemaal

Maar ditmaal schiet hem niets te binnen
Hij is vergeten hoe het was
Als ie zich eindelijk weer iets herinnert
Spelen de kinderen allang weer op het gras

Opa kijkt uit over het grasveld
Nu begrijpt ie wat de bootsman heeft bedoeld
Toen ie zei: 'Een stuurman moet het schip verlaten
Als hij geen roer meer in zijn handen voelt.'

Toen ie zei: 'Een stuurman moet het schip verlaten
Als hij geen roer meer in zijn handen voelt.'

Plankenkoorts

Plankenkoorts plankenkoorts
Hoort zegt het voort
het woord plankenkoorts
Ja dames en heren, plankenkoorts.
De zenuwen voor zo'n voorstelling daar zou ik u boeiende verhalen van kunnen vertellen.
Er zit een man in het restaurant achter een bord soep, roept-ie de ober bij z'n bord en zegt: 'Ober, er loopt een vlieg over mijn soep!' Waarop de ober de handen ten hemel heft en zegt: 'Jezus is terug op aarde!'
Ja dames en heren, en zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan.

Plankenkoorts, de zenuwen voor zo'n voorstelling. Daar zijn geweldige boeken over geschreven. Maar goed.
Er zit een vrouw in een restaurant met een enorme boezem en komt er een klein mannetje de tram binnen die iets te diep in het glaasje heeft gekeken. Opeens krijgt dat baasje verschrik-ke-lijk de hik. Maar toen was die vrouw gelukkig allang uitgestapt.
Ja, er gaat er weleens een de mist in, maar ja dat is theater en dat moet je incasseren.

Plankenkoorts, de zenuwen voor zo'n voorstelling. Vlak voordat je opmoet schieten je soms de meest merkwaardige dingen te binnen. Gisteren vlak voordat ik opging schoot me opeens iets te binnen, jammer dat het me nu weer ontschoten is.
Ja ik verzin ze waar u bij zit. En zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan.

Maar goed, er moet gewerkt worden, dames en heren. Plankenkoorts, de zenuwen voor zo'n voorstelling.
Er zit een non in de tuin van het klooster heerlijk van de zon te genieten en om ook haar dijen flink te laten meeprofiteren van de gezonde zonnestralen heeft ze haar rok opgetrokken tot boven haar knieën. Ze heeft net een weesgegroetje beëindigd als Moeder Overste haar in de gaten krijgt en even later zitten beide nonnen te genieten van de zonnestralen.
Ja en zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan.

Ja dames en heren, we moeten bij ons onderwerp blijven: de zenuwen voor zo'n voorstelling, plankenkoorts, kriebel in je maag, je gaat overgeven, klef braaksel, zichtbare etensresten, diaree, je lacht wat af op de bühne.

Vraagt de vader aan de zoon: 'Ken jij het verschil tussen een piano en een meisje?'
Zegt de jongen 'Nee'. Zegt die vader: 'Snap ik nou hoe die piano in verwachting komt.'
Pikant èn ondeugend. Ik verzin ze waar u bij zit. Ja en zo zou ik nog wel uren door kunnen gaan.

Er zitten twee meisjes van plezier op een zonnig terras achter een geweldige sorbet, komt er een heilsoldaat langs met een strijdkreet, zegt de ober..... eh ai, nu ben ik even de clou kwijt. Maar ja, daar kom ik zo wel weer op, ik verzin ze waar u bijzit.

Vroeger, dames en heren, toen had je pas theater: Pissuise, Davids, Troelstra, Mussert. Dat waren de dagen van weleer.

Er lopen twee mannen van het handje in het Vondelpark met een ruwharige tekkel, komt er een arbeider uit de bosjes die zojuist de aardappels heeft afgegoten. Zegt die ober: "Dat is dan drie vijftig, inclusief." JA, dat was 'm! Dat was de clou van die vorige! Ja dames en heren, ik verzin ze waar u bij zit. En zo zou ik nog wel úren door kunnen gaan. Maar ja er moet gewerkt worden, ook dat is theater.
Tussen haakjes, weet u wat er gebeurd is met dat ontvoerde minderjarige meisje? Nou daar zijn de ouders ook reuze benieuwd naar!
Ja er gaat er wel eens een de mist in, dat moet je incasseren, dat is theater.
Er moet gewerkt worden dames en heren. En vlak voordat ik moet beginnen moet ik altijd denken aan die gewèldige annecdote die wijle Godfried Bomans altijd vertelde over die lijvige operettezangeres ................ zó!

En dan lijkt het me nu tijd dat we gaan beginnen, maar eerst nog even dit. Er loopt een troep gotse doedel .. er loopt een schroeps snotse... er loopt een groep dotse... en zo zou ik nog wel úren door kunnen gaan.
Er loopt een groep Schotse doedelzakspelers door de Regulierbreestraat, komt er uit het straatje tussen Tuschinski en de ijscowinkel een groep opgeschoten jongelui met daarachter agenten met een geheven wapenstok, en uit het straatje tussen de Cineac en het herenmodemagazijn komt een groep kostschoolmeisjes op schoolreisje en tegelijkertijd gaat de tweede avondvoorstelling in de Cineac, Mugeraat en Tuschinski uit en zo zou ik nog wel úren door kunnen gaan.

Plankenkoorts

Plankenkoorts plankenkoorts
Hoort zegt het voort
Het woord plankenkoorts
Elke avond eventjes
Die kriebel in de maag
Die twijfel in je lijf
Of het wel lukken zal vandaag
Je frunnikt aan je strikje
Haalt je vinger door je boord
Herhaalt nog even snel
De eerste regel woord voor woord
Plankenkoorts plankenkoorts
Hoort zegt het voort
Het woord plankenkoorts

De Duitse dirigent heeft het bij aanvang weer vertikt
De degenslikker heeft zijn gouden tanden ingeslikt
De striptease-danseres is haar tepeltjes vergeten
En deze die ze nu aan heeft zijn werkelijk versleten

Plankenkoorts plankenkoorts
Hoort zegt het voort
Het woord plankenkoorts
Elke avond moet je
Vlak tevoren naar het toilet
Dat natuurlijk net
Door een van je collega's wordt bezet
Dan stamel je maar 'sorry
Dat ik je heb gestoord'
En samen zing je dan
De eerste regel woord voor woord
Plankenkoorts plankenkoorts
Hoort zegt het voort
Het woord plankenkoorts

Een beginnend ballerinaatje sluit net te laat de rij
De dompteur heeft na een leeuwenhap
zijn hoofd er niet meer bij
De jarige jongleur doet iets met zijn ballen
En roept nu met hoge stem
'Er zal geen vrouw meer op mij vallen'

Plankenkoorts plankenkoorts
Wie heeft er nog nooit gehoord van
Het woord plankenkoorts
Ik ben haast geestelijk gestoord
Door plankenkoorts
Heeft een koorddanser ook last
Van plankenkoorts
Het is een poort daar moet je door
Die plankenkoorts
Stik de moord in Amersfoort
Voor plankenkoorts
En voor Door nog eens in het koor
Plankenkoorts

Stilte

Hoe diep je ook
In het bos gaat
Je hoort een vliegtuig of een trein
Dan weet je ook
Wat het betekent
Dat het nooit meer stil zal zijn

Stilte die je al verbreekt
Door er iets van te zeggen

Un koe

Een koe stond lui te wachten
In een veel te grote wei
En zijn overvolle uier
Hing er als een doedelzakie bij
Hij had geen trek in eten
Als zijn magen zaten vol
Daar stond ie stom te kauwen
Op een stukje stimorol

De boer die hem moets melken
Was weer eens veel te laat
En niets doet meer pijn
Dan een uier die op springen staat
Dan strekken zich de tepels
En rekken zo het vel
Dat je als koe maar af moet wachten
Houdt ie het niet of
Houdt ie het wel

Nu is haast elke uier
Bestand tegen een stoot
Maar ditmaal was de spanning
Voor het uiervel te groot
De boer die aan kwam fietsen
Dacht: die uier houdt het wel
Maar vlak voordat ie aankwam
Dacht ie: Verrek het regent melk

En toen ie rondkeek in de weide
Stond daar enkel nog die knol
En tussen de koeievlaaien
Lag een stukje stimorol

Boe boe koetjeboe
Boe boe koetjeboe

Dus zie je ooit een uier
En staa die tepel strak
Maak dan dat je wegkomt
Het is zonde van je pak

Vacantieperikelen: De lifter

Mijn eerste rondreis was een falikante mislukking geworden en mijn fietstocht langs de jeugdherbergen was mislukt omdat ik geen vader en moeder wilde zeggen tegen twee mensen die mijn vader en moeder helemaal niet waren.
Maar mijn vader wilde een kerel van mij maken en daarom reden we die morgen vroeg op de brommer naar de uitvalsweg naar Utrecht.
"Ga hier nou maar staan en hou je duim krachtig omhoog en hou je bordje 'Tokio' de goede kant op."
Zelf ging hij achter een oude eikeboom staan. Daar stond ik met mijn gebleekte spijkerpak, m'n plastic opengewerkte sandalen, m'n rugzak met verchroomd draagstel en m'n haarband.
Om twaalf uur kwam m'n moeder met de tram en de lunchpakketten. Ze ging ook achter de boom staan.
Na twee uur zeiden ze: "We zullen voor je duimen jongen." En vijf minuten later scheurde ze voorbij in een Alfa Romeo, ikzelf moest nog een uur wachten op een kanariegele daf. De chauffeur begon onmiddelijk over m'n knie te strijken.
Ik zeg: "Handjes thuis meneer!"
Hij zegt: "Oh, ik dacht dat het de versnelling was."
Ik zeg: "We zitten in een Daf, meneer. Die heeft helemaal geen versnelling."
Zegt hij: "Oh nee, ik dacht dat het m'n pientere pookje was."
Ik zeg: "Nou het was mijn pookje en of het pienter is moeten we nog maar afwachten."
Zo gauw als ik kon stapte ik uit en rende terug naar het uitgangspunt. Gelukkig zaten mijn ouders nog achter de eikeboom.

Na drie weken brak de bouwvakvakantie uit en ik werd meegenomen door een gezin in een Opel Record, ik zat op de achterbank tussen vijf kinderen in, die alsmaar zongen: "Hij was een smokkelaar!"
En de vrouw vertelde me dat ze wat levensmiddelen hadden meegenomen, omdat alles in Duitsland twee keer zo duur was. Nu begreep ik waarom de uitlaat over het asfalt sleepte.
Daar waren we bij de grens.
"Haben Sie etwas zum zohlen?" vroeg de beambte bars.
"Nur Mündvorrat," zei de bouwvakker, duidelijk ingestudeerd met veel understatement.
Eén van zijn kinderen kreeg de slappe lach en ik kreeg een rood hoofd. De kofferruimte moest open.
Op het eerste gezicht zag hij vier pakken koffie liggen. "Ist das alles?" vroeg hij bits.
"Ich glaube es," zei de bouwvakker, hetgeen hij duidelijk niet had ingestudeerd.
Hij liep naar voren en vroeg aan zijn vrouw: "Hoeveel pakken koffie hebben we bij ons? Vier of vijf?"
"Acht!" antwoordde de vrouw, met weinig gevoel voor understatement.
Alles moest eruit en het was een hele hoop, want ik bleef midden in de kring achter met een hoeveelheid levensmiddelen die best in een kleine Vivo-zaak hadden kunnen staan. Ik kreeg het formulier met de schade van 1256 DM en zag nog juist hoe in de verte de Opel Record wegreed en ik werd nagewuifd door de vijf kinderen van de bouwvakker.

Na twee dagen werd ik opgepikt door een mevrouw met een Fiat 500, die hem tot stilstand had gebracht door krachtig over mijn tenen te rijden.
"Je kunt meerijden tot Heidelberg," zei ze.
Monter stapte ik in, op de achterbank lag een Boxer die ik niet gezien had. Hij mij wel. Vrolijk sprong-ie bij me op schoot en begon m'n brilleglazen schoon te likken. De vrouw probeerde hem naar achteren te praten, maar verloor daarbij zoveel mondvocht dat er best ruitewissers aan de binnenkant hadden mogen zitten. Samen met haar speeksel, het gekwijl van de hond en mijn angstzweet steeds het vochtigheidsgehalte tot ver boven het landelijk gemiddelde. Ze wilde nu de hond met haar hand naar achteren drukken, maar reed daardoor twee meter door de berm, zodat de boxer als een vosbont rond mijn hals werd geslingerd.
"Ik geloof dat ik moet overgeven," zei ik.
"De kotszakken zitten in het dashboardkastje," antwoordde ze gevat.

Eindelijk bij Heidelberg mocht ik eruit. En daar zag ik haar staan: De zo stoere verpleegster uit Dokkum, rugzak en hangtieten. Ze was na twee dagen al zo verbrand dat de brandweer uit voorzorg de muren van de belendende percelen nat moest houden. Ze was met hoge verwachting van de Italiaanse man op stap gegaan en kwam ook weer in verwachting terug. Het was gebeurd voor ze het in het woordenboek had kunnen opzoeken.
We besloten samen met de trein terug te gaan en zo trof ik mijn ouders die middag op het Centraal Station. 's Avonds gingen we in het Okura Hotel nog een hapje eten.
"Als je straks je toetje opeet, mag je nog een paar keer met de lift op en neer," zei mijn moeder.
En zo werd het dan toch nog een beetje vakantie.

Vogelvrij

Ze loopt gearmd met haar vriendin
Te zoeken in de vreemde stad
Het adres is haast onleesbaar op de brief
Die ze uiteindelijk heeft gehad
Ze draait zich om als haar vriendin
De weg vraagt aan de dienstdoende agent
Ze is bang dat hij haar door heeft
Bang dat ze door iemand wordt herkend
Ze is vierentwintig, maar heeft de angsten van een kind
Ze is stout geweest!
En iedereen mag zeggen wat ie d'r van vindt
Ze kende hem vier dagen
Ze waren allebei alleen
Nu is ze vogelvrij, ze is onteerd, ze is van iedereen

Het staat op achtendertig plaatsen in de bijbel
Het is een slachthuis en 't doet ontzettend pijn
Denk aan de vrouwen die geen kinderen kunnen krijgen
En je moet flink, gelovig, dankbaar zijn
Het is jouw schuld, die je nooit meer kan betalen
En je doet je ouders onnoemelijk veel verdriet
Je mag het leven van het leven niet bepalen
Dat mag niet, dat kan je niet, dat doe je niet

Als de zuster haar komt halen moet ze overgeven op de gang
Degene die het op komt ruimen kokhalst vriendelijk:
'Wees maar niet bang'
Een uur daarna staat ze op straat
Ze kan opnieuw beginnen zonder pijn
En een jongen op een brommer roept
Ga je mee schat
Ik zal voorzichtig zijn...

In 1979 is dit lied door Liesbeth List gecoverd, te vinden op het album 'Meisjes van dertig'.

Vieze oude man

Vijfenzestig plusser
Compleet met wandelstok
Waar zo op het oog niets vreemds aan lijkt
Staat bij gebrek aan geld
Voor de vitrine van de bioscoop
En kijkt
Kijkt

Daar loopt hij weer
In de drukke winkelstraat
Waar het kooplustig vrouwvolk krioelt
Hij struikelt over zijn stok
Houdt zich schijnbaar staande aan hun rok
Maar voelt
Voelt

Vieze ouwe man
Hij droomt er elke nacht weer van
Vieze ouwe man
Hij is een man die nog graag wil
Maar niet meer kan
Vieze ouwe man

Hij heeft in een warenhuis
Een zijden damesonderbroek gegapt
En is betrapt
Toen een juffrouw hem op heterdaad verraste
Heeft hij het zijden slipje haastig ingeslikt
Bijna gestikt

Vieze ouwe man
Een vrouw stapt van haar fiets
Het zadel is nog warm
Als hij uit het niets
Uit een portiek opduikt
Met zijn kromme benen naar de fiets toeloopt
En aan het zadel ruikt
Ruikt

Vieze ouwe man
Hij zit er elke nacht weer an
Vieze ouwe man die nog graag wil
Maar nooit meer kan

Lieve ouwe man

Wij moeten strijden voor de wadden

Ons land is klein dat weet een ieder
Dat hebben we op school gehad
Maar het kan groot zijn in zijn schoonheid
Ik denk hierbij speciaal aan het wad
De Zeeuwse Wateren zijn ook prachtig
Zoals in vele folders staat
Maar zij missen net dat wat het Wad heeft
En wat zich niet beschrijven laat

Als je bij eb door het kleffe Wad loopt
En de klei zich aan je zolen kleeft
Zie je het licht van de Brandaris
Dan besef je dat je leeft
Je loopt maar watdoor het Wad te waden
En je houdt je kleren droog
Want je weet als straks de vloed komt
Gaan de broekspijpen omhoog

Als je bij vloed gehaast weer terug moet
Niet meer goed weet wat je doet
Stuit je vaak op verraderlijke plekken
Waar je blijft steken met je voet
Als de reddingsploeg dan uitblijft
Worden vele in paniek gebracht
Maak ik raad u aan dan eens te letten op
De schoonheid van het Wad bij nacht

Zo kan ik nog wel uren doorgaan
Tot u denkt wat een O.H. is dat
Uw aandacht zou daardoor verslappen
Dat zou ten koste gaan van het Wad
Want hoe wij hier dan ook bijeen zijn
Van gematigd links tot radicaal
We moeten strijden voor de Wadden
In het belang van allemaal

Want hoe wij hier dan ook bijeen zijn
Van knettergek tot schizofreen
Van horrelvoet tot slecht ter been
Van kwart over acht tot half één
Wij moeten strijden voor de Wadden
Tot het nut van het algemeen