nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat Instagram Spotify Twitter Facebook Youtube
Nieuws

Yentl en De Boer winnen Concours om de Wim Sonneveldprijs

Yentl en De Boer, foto Astrid Verhoef

Yentl Schieman en Christine de Boer hebben als het duo Yentl en De Boer zowel de jury- als de publieksprijs gewonnen van de 26e editie van het Concours om de Wim Sonneveldprijs. De andere finalisten waren José Schuringa en Cortijn Tonkes.
www.yentlendeboer.nl
www.joseschuringa.nl
www.cortijntonkes.nl

De finalisten zijn van 7 tot en met 11 mei nog te zien tijden de finalistenweek in Theater Bellevue te Amsterdam. Vanaf september volgt nog een finalistentournee door het land.

Lees hier de algemene jurybeschouwing en juryrapporten:

Algemene jurybeschouwing Concours om de Wim Sonneveldprijs 2013
Uitgesproken door Ruud Buurman

Wie hier straks ook met het beeld van Wim Sonneveld in zijn handen zal staan, hij of zij zal vanaf nu heel hard moeten vechten voor een plekje in het theater.
Dat klinkt als een open deur die wordt ingetrapt.
Want geldt dat niet voor elke jonge theatermaker?
Ja, maar als cabaretpolitie vindt een jury het soms nodig de feestvreugde in perspectief te plaatsen.
De bij leven zwaar onderschatte optimist en beroepsmisantroop Bert Klunder, schopte alvast een deuk in zijn nieuwe Opel Kadet, nog voordat hij ermee de showroom uitreed. Uit voorzorg. Dan was dat maar vast gebeurd.
De jury van deze aflevering van het Wim Sonneveld Concours wil na het zien van alle kandidaten in voorrondes, twee halve finales en deze finale, Klunder postuum eer bewijzen met het aanbrengen van enkele deukjes en krasjes.

Om nog even in de autobranche te blijven: met een Opel Kadet was niks mis. Maar je schopt het er niet ver mee tijdens een Grand Prix.
Het Concours om de Wim Sonneveldprijs is voor menig theatermaker de start van een Grand Prix. En je kunt niet meer aan de streep verschijnen in een keurige middenklasser met 90 pk.
Cabaret is nog steeds de grote trekker voor de middelgrote en kleine theaters. Maar de tijd dat het publiek ook nieuwsgierig naar de grote onbekende nieuweling kwam kijken ligt al jaren achter ons. Te vaak kwam het dan ook van een kouwe kermis thuis. Het publiek stelt eisen aan kwaliteit.
Daar kun je als gepassioneerd maker in eerste instantie weinig mee. Je maakt wat je noodzakelijk vindt. Maar het is een gegeven dat het publiek kiest voor goed, onderscheidend cabaret en kleinkunst.
Het kiest voor makers die daarin al naam hebben gemaakt. Programmeurs van theaters nemen in reactie daarop, nauwelijks risico’s meer. Ja, drie onbekende cabaretiers op één avond, zoals in Cabarestafette of in de finalistentoernee na dit Concours boeken ze graag, want die blijken onverminderd succesvol. En het is crisisbestendig theater: Drie Halen – Een Betalen en als er eentje tegenvalt, heb je altijd de anderen nog.

Een Concours als dit, is door zijn opzet van voorrondes, drie dagen op Texel, een uitgebreide tournee met professionele begeleiding, finalerondes, plus een finalistentournee, meer dan ‘een cabaretwedstrijdje’. Dit concours wil vooral stimuleren. Maar een jury is er natuurlijk niet alleen om zoete broodjes te bakken. Ja, we beoordelen ze op hun vermogen theater te maken van hun verhaal, op hun authenticiteit, op hun muzikaliteit en vooral op hun inhoud en originaliteit.
Niet op hun kansen als starters op de markt.
De volgers van dit concours en van het cabaret in ‘t algemeen weten dat we het afgelopen decennium heel veel deelnemers deze showroom zagen uitrijden die zeer succesvolle starters op de markt werden: Dames voor na Vieren, Pieter Derks, Van der Laan en Woe, Thijs Maas, Yora Rienstra, Jan van Maanen en niet te vergeten Louise Korthals die met haar debuutprogramma Vlieguur – hoe toepasselijk – alles waarmaakt wat ze hier twee jaar geleden beloofde.
Vlieguren moet je kunnen maken als je begint en vlieguren kun je alleen nog maken als je je werkelijk onderscheidt, als je geen dertien in een dozijn bent, geen Opel Kadet.

Echt onderscheidend cabaret/kleinkunst hebben we tijdens dit Concours te weinig gezien. Het was er wel, maar nog te onvolwassen of te weinig doordacht om tot de finale door te dringen. De jury zag ook weinig gevaar op het podium. We hoefden nergens van te schrikken of terug te deinzen. Niemand riep eens heel hard Boe. Slechts een enkeling was in staat alert in te haken op een actuele gebeurtenis van de dag, de week of desnoods de maand. En we werden niet totaal van onze stoelen geblazen, overrompeld of overmand door emoties.
De trend van de afgelopen jaren dat muziek weer een prominente plek krijgt en deze ook steeds beter van kwaliteit wordt, zet zich gewoon door, al haalden de muzikale acts om diverse andere redenen deze finale niet.

De Jury’s van de grotere cabaret- en kleinkunstfestivals reageren al jaren kribbig op de zoveelste kandidaat die het kriebelende pluisje in de eigen navel tot de meest schokkende gebeurtenis op de wereld benoemt en dat met een zaal wenst te delen. Natuurlijk, dat kan ook mooi en onderscheidend theater opleveren. Maar de inhoud van deze egodocumenten hebben we al vele keren gehoord en gezien: de worstelingen met verkeringen, je ouders, de dood van oma en de scheiding.
‘Jonge theatermakers hebben nog weinig andere referentiekaders. Die maken theater van hun belevingswereld’, hoor je dan vaak als verklaring. Dat is zo. De vraag die je als jury stelt is dan ook: zit er talent genoeg waarmee hij of zij straks andere referentiekaders kan vinden en de belevingswereld kan vergroten? Kun je je over een tijdje ook onderscheiden in inhoud? We willen niet alleen naar je kijken, we willen ook graag naar een cabaretier/kleinkunstenaar luisteren.

De drie finalisten van vanavond zijn finalisten omdat ze theatraal verder zijn dan de bijna veertig andere deelnemers die tijdens dit concours te zien en te horen waren. Maar ze gaven ook blijk verder te willen en te kunnen kijken dan de eigen veilige zolderkamer. Dat gaf de jury het gevoel dat ze in staat moeten worden geacht zich in de toekomst te onderscheiden. Want dat is nodig wil je een verrijking van het bestaande grote aanbod zijn.

José Schuringa / Bangk

José Schuringa is een goed actrice. Dat zagen we vanavond opnieuw. Ze staat met flair op het podium, heeft een prettig soort gestoordheid en een goede mimiek waar je in het begin lekker in mee kunt gaan.
Maar dan gaat na een tijdje de lage energie die ze in haar optreden stopt, zich toch wreken. Dan gaat ook het voortdurend afbreken van zinnetjes, haar gespeelde onzekerheid en de houding die ze heeft en niet loslaat, haar verhaal in de weg zitten. De balans tussen de onhandige gescheiden vrouw en de wraakzuchtige Josie Barnego is vanavond beter dan in de halve finale, omdat ze het visueel heeft gemaakt met de laarzen en hoorbaar met de muziek. Maar de jury is nog steeds van mening dat ze er veel gevaarlijker mee voor de dag kan komen, veel extremer. En dat het zoveel pijnlijker zou kunnen. De jury heeft waardering voor haar verhaal, dat goed gecomponeerd is en een half uur stand houdt en belangstelling toont voor de wereld om ons heen.

Cortijn Tonkes / Maat

Het is goed te zien dat Cortijn een gedreven man is, vastbesloten cabaretier te worden. Er staat al iemand, maar een jury zou geen jury zijn als we niet zouden zeggen: mooi, maar het kan zóveel beter nog: dieper nadenken, grotere reflectie aan de dag leggen. Hij heeft ten opzichte van een week geleden niets veranderd aan zijn programma. En misschien daarom ging het de jury opvallen en op den duur ook hinderen dat het overslaande stemmetje veel van zijn verhalen ongevaarlijk maakt. De samenhang in zijn programma ontging een deel van de jury. De keuzes die hij maakt en waarop hij steeds niet terug durft te komen, kunnen zoveel wonderlijker worden uitgewerkt. Heel leuk Cassis in plaats van bier en dat is een fijne manier om de onzekerheid van mensen te schetsen. Maar welke gevolgen gaat dat hebben? Dat trekt hij niet fors genoeg door.
Cortijn stapt te vaak naar de zijkanten van het podium uit het harde witte licht en daar moet hij op gaan letten. Hij leek vanavond te verzuipen op een te groot podium.

Yentl en De Boer / De Mensen

Wat Yentl en De Boer doen kunnen ze heel goed. En dit is een duo dat vanaf de eerste rondes tot en met de finale voortdurend is gegroeid. Het aangename is dat van de kritiek die ze in de halve finales kregen, een deel niet meer op gaat, omdat ze zichtbaar en hoorbaar alle zeilen bijzetten om hun programma te verbeteren. Zo verraste ons het pianonummer Slaap, dat in voorgaande optredens bijna een soort overgangsdingetje was, en nu wel geïntegreerd werd en vanuit woede werd gebracht. Dan wordt hun wonderlijke universum, waarvan je niet precies de rode draad kunt vatten en dat bestaat uit losse dwaze nummers, ook spannend. Ze experimenteren, zijn niet bang als er iets mislukt. Het spel mag wat natuurlijker, minder overkill. Ze overschreeuwen zich soms. En mogen het gevaar en de ontroering veel meer opzoeken. Het blijft inhoudelijk nog wat teveel aan de oppervlakte. Muzikaal waren ze deze avond uniek.
foto: Astrid Verhoef

Categorie: Festivals | Meer over: , , , , ,
Richard van Bilsen. Eindbaas Zwartekat.nl.