nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat Instagram Spotify Twitter Facebook Youtube
Nieuws

Nominaties VSCD Cabaretprijzen

Wim Helsen met ‘Spijtig, spijtig, spijtig’, Ronald Goedemondt met ‘De R van Ronald’, Lebbis met ‘Het grijze gebied’, Van der Laan & Woe met ‘Buutvrij’, de Ashton Brothers met ‘Treasures’ en Kommil Foo met ‘Breken’ zijn genomineerd voor de Poelifinario, de cabaretprijs voor de meest indrukwekkende voorstelling van het seizoen. Vorig jaar won Richard Groenendijk voor ‘Alle dagen’.

Genomineerd voor de Neerlands Hoop, de prijs voor de cabaretier met het grootste toekomstperspectief, zijn Pieter Derks, Johan Goossens, Louise Korthals en Speelman & Speelman. Vorig jaar won Ali B.

De nominaties werden bekendgemaakt in het radioprogramma ‘Sara op zondag’. De winnaars van de twee cabaretprijzen worden op 29 september bekendgemaakt in de Kleine Komedie in Amsterdam.

Juryteksten

POELIFINARIO

Wim Helsen: Spijtig, spijtig, spijtig
Mag een gierige, hufterige, exhibitionistische, sadistische moordenaar op enige sympathie of ook maar op enig begrip van zijn medeburgers rekenen? Ja hoor, volgens Wim Helsen wel. En als je de moeite neemt om de extreem associatieve gedachtehink-stap-sprongen van Helsen te volgen, kun je niets anders doen dan hem gelijk te geven.
Een minuscuul incident in het toilet van een café leidt tot een aaneenschakeling van gebeurtenissen, waarbij het brein volkomen op hol slaat. Het is altijd spitsuur in het hoofd van Wim Helsen. Hij projecteert zijn angsten op het publiek, dat de achterdocht van de cabaretier tegen wil en dank overneemt en constant vastgeroeste meningen moet bijstellen. Het is een mooi filosofisch betoog met krankzinnige voorbeelden en uitstapjes, waarbij aanklager, verdediger en de persoon in de beklaagdenbank voortdurend van positie wisselen. Misverstand op misverstand stapelt zich op en goede bedoelingen raken bekneld in krampachtige pogingen om toch maar vooral politiek en sociaal correct te zijn. Uiteindelijk is er maar een gradueel verschil tussen de uitspraak ‘schuldig’ of ‘spijtig.’
Wim Helsen stelt ons na een aantal topprogramma’s ook in Spijtig, spijtig, spijtig niet teleur. Wim T. Schippers lijkt voor deze Vlaamse reus het woord ‘gekte’ te hebben uitgevonden.

Ronald Goedemondt: De R van Ronald
De R van Ronald gaat over het gebrek aan persoonlijke ruimte. Alles en iedereen dringt zich op, en de enige manier om te overleven is duidelijk voor jezelf stellen wat belangrijk is en daar compromisloos aan vasthouden. Binnen dit raamwerk buitelt Ronald Goedemondt als een op hol geslagen pinball van huiselijk geweld (‘van alle vormen van geweld toch het meest gezellig’) via de haak van een piraat en snelwandelen naar de arrogante rat in een gammel Thais hotel. En elke overgang – soms drie in één zin – is even logisch als waanzinnig. Zijn procedé is heel simpel: gewoon doorraggen totdat de laatste humor-tik is uitgedeeld. Publiek knock-out. Het lijkt zijn missie om het publiek tot aan de laatste ziel te reduceren tot huilende hoopjes mens. Blitzkriegcabaret zoals nog niet eerder is vertoond. Hij is een beul voor het publiek, maar wel een beul zonder kap over zijn hoofd. Bijna angstaanjagend eerlijk krijgen we een inkijkje in zijn zwarte ziel, waarin liegen, bindings- én verlatingsangst en andere menselijke gebreken en zwakheden op elkaar gestapeld liggen. Goedemondt zit bovenop de cabaret-Olympus.

Van der Laan & Woe: Buutvrij
Doe je mee of niet? En welke gevolgen heeft die keuze? Dat zijn de vragen die Van der Laan & Woe in Buutvrij op talloze manieren stellen. Soms serieus. Verlaag je je als politicus tot allerlei infantiele spelletjes (‘Slechte zorg of slecht onderwijs, u móet kiezen’) omdat dat de enige manier is om aandacht te krijgen in de media? Is een oneliner beter dan niks? Soms kluchtig. Als je in je eentje deelneemt aan een bingo, heeft het dan wel zin om te spelen? Of kun je die prijs net zo goed direct in je zak steken? Van der Laan & Woe hebben lang gezocht naar de ideale vorm voor hun talent. Help Ons was een verhalende voorstelling. Superlatief een mozaïek van sketches. Met Buutvrij zijn ze precies in het midden gaan zitten. En dat werkt goed. De gaatjes in het programma worden gevuld met kleine, melige (woord)grappen. Het lukt ze om meerdere spanningsbogen op te bouwen met sterke personages. Een intens tevreden boer die helemaal nergens aan mee wil doen. Een ‘twitterdeskundige’ die de tweets checkt op trends. Van der Laan & Woe zijn ontzettend muzikaal en behoren allebei tot de betere acteurs binnen het cabaret. Buutvrij is speels, lichtvoetig en toch inhoudelijk. Een absurdistisch actueel sprookje dat tot nadenken stemt.

Ashton Brothers: Treasures
De term “on-Nederlands goed” wordt te vaak gebruikt, maar is op geen enkele act zo van toepassing als op de Ashton Brothers. Wat een schoonheid in de aankleding. Wat een humor in de uitvoering. Wat een prachtige afwisseling van verschillende theaterdisciplines. Eigenlijk weet je al tijdens de opening dat het een bijzondere avond wordt. Er staan drie grafkisten op het podium, een vierde probeert zich er tussen te wurmen. De dans des doods die volgt, blijft je nog dagen bij. Die opening is niet willekeurig gekozen. Sterfelijkheid is een belangrijk thema in Treasures en wie de recente geschiedenis van de groep kent, weet wel waarom. Maar zwaar of naargeestig wordt de voorstelling nooit. Daarvoor is er te veel knipoog, te veel pure levenslust.
Hoewel fysiek spektakel nog steeds een belangrijk wapen is, kijken de Ashton Brothers ook naar de toekomst. Hoe moet dat straks, als de spieren gaan verslappen? Het antwoord op die vraag is zeer bevredigend. Treasures laat zien dat romantiek, muziek en nostalgie voor de mannen minstens zo belangrijk zijn als halsbrekende toeren. Neem bijvoorbeeld de kleine goochelact waarmee Pepijn Gunneweg van de grootste zalen nog intieme huiskamers weet te maken. Een heerlijke verrassing in een voorstelling die daar vol mee zit.

Kommil Foo: Breken
Twee mannen die elkaar zó goed aanvullen, dat moeten wel broers zijn. Kommil Foo stelt in deze indrukwekkend persoonlijke voorstelling een schijnbaar idiote vraag: hoe krijg je een volwassen man in een luciferdoosje? Het antwoord laat zich raden: door hem te Breken. Raf en Mich Walschaerts hebben krassen op hun ziel, die gedurende de voorstelling steeds zichtbaarder worden. Ze vertalen de pijn van verbroken liefde naar krachtige poëzie, sterke toneelbeelden en meeslepende muziek. Zoals altijd ligt de lach weer continu op de loer, maar die overstemt het drama nooit. Kommil Foo krijgt daardoor iets ongenaakbaars. De Vlamingen geven zich niet zomaar bloot, maar schrapen de huid van hun lichamen tot er bloed vloeit. Veel indruk maakt de monoloog van Raf: hij bekent vreemd te zijn gegaan en is er van overtuigd dat hij het aan zijn vrouw zal opbiechten. Hoe dichter hij bij huis komt, hoe groter de twijfel echter wordt. Uiteindelijk weet hij zichzelf ervan te overtuigen dat het beter is om niets te zeggen. Waar haalt hij het recht vandaan om zijn vrouw ongelukkig te maken? De tragiek zit niet alleen in de tekst, maar zeker ook in de macho voordracht, die Rafs kwetsbaarheid prachtig benadrukt.

Lebbis: Het grijze gebied
Een man die op het podium staat en zijn visie op de wereld deelt. De kracht van Lebbis schuilt in de eenvoud. Hij pakt het publiek moeiteloos in met meningen die ze niet noodzakelijkerwijs delen, verhalen die ze niet per se willen horen. Het onderzoek naar de rellen in Haren kostte meer geld dan Project X zelf. Waar zijn we dan mee bezig? Moeten we niet gewoon accepteren dat puberaal geweld er bij hoort, zo af en toe?
Schaamteloos geëngageerd fileert Lebbis de maatschappij. Niet door te schelden, maar door intelligente verbanden te leggen. Hij schuwt gemakkelijke grappen, gaat vaak dieper dan je in eerste instantie denkt. De politiek, het bankwezen, de natuur, verzekeringen: hij rijgt onderwerpen moeiteloos aan elkaar en daagt de zaal continu uit: waarom doen we niets? Waarom hebben we medelijden met een gestrande walvis, maar niet met de kip naast onze frieten? Lebbis vult zijn maatschappijkritiek aan met filosofische overpeinzingen en, laten we dat vooral niet vergeten, hilarische verhalen. Het grijze gebied bevat een absolute parel: in 1977 werkte hij als student samen met Andre Kuipers. Hun werk: flamingo’s vangen die ter decoratie op tentoonstellingen hadden gestaan. Op zich al een prachtige anekdote, die door zijn vlekkeloze timing naar een nog veel hoger niveau getild wordt. Lebbis is als cabaretier volledig af.

NEERLANDS HOOP

Pieter Derks: Van Nature
Zie hem daar staan, de ideale schoonzoon, het brave jochie. Ach, wat moet hij tussen al die grote jongens? Pieter Derks geeft zelf het duidelijke antwoord met zijn programma Van Nature. Door zijn snelheid, zijn vileine grappen – die extra hard aankomen door die onschuldige façade –, zijn haarscherpe kijk op de actualiteit en zijn analytisch vermogen, waardoor hij ernstige en complexe zaken, zoals het Palestijns-Israëlisch conflict of de concurrentiemanie bij de post en spoorwegen, in één compacte scène glashelder en met veel humor uit de doeken doet, hoeft Pieter Derks voor geen enkele grote jongen meer onder te doen. Derks is een intelligente denker zonder zwaar-filosofisch over te komen. Zijn grapdichtheid is hoog maar hij gaat niet per se voor de lach. De cabaretier overziet, hij hakt op stupide trends in, zet publieke domoren uit de politiek en advocatuur intelligent in hun hemd, en vermaakt. Helaas zingt Derks slechts twee liedjes, maar die zitten poëtisch en melodisch wel heel puik in elkaar. Het schitterende slotlied draait een veelgehoord cliché om: brutalen hebben de halve wereld. Ja, maar de andere halve wereld is ‘van ons’: zij die niet schreeuwen, maar nadenken. Pieter Derks is hun vaandeldrager.

Johan Goossens: Leer mij de mensen kennen
Wat moet je als cabaretier als je speellijst wel erg kort is? Johan Goossens nam er een baantje bij. Dus stond de blanke homo opeens als onbevoegd en onervaren docent Nederlands voor dertig Marokkaanse leerlingen op het Middelbaar Beroepsonderwijs, niveau 2. Wel even slikken voor iemand die zelf gymnasium en de universiteit heeft doorlopen. ‘Voor mij zijn HBO’ers al mensen met een vlekje.’ Je hoeft zelf niet in het onderwijs te zitten om de problemen te zien aankomen met leerlingen die al een strafblad hebben, de taal nauwelijks spreken, geen boeken en schrijfgerei meenemen en liegen dat het gedrukt staat. Het happy end aan deze strijd met de ‘cognitief uitgedaagde’ leerlingen ligt er misschien wel iets te dik bovenop, maar Goossens maakt er zeker geen slijmerig feel good sprookje van. Het is hard cynisch met een liefdevolle ondertoon. Naast dit geestig-schurende verhaal blijft er voldoende ruimte over voor misschien wel zijn grootste talent: het zingen van prachtige, verhalende kleinkunstliedjes die vaak net een andere kant opgaan dan je verwacht. Met name het lied over zijn vader is schitterend: hartzeer verpakt in glimmend glazuur.

Louise Korthals: Vlieguur
Festivalwinst is zeker geen garantie voor een overtuigend debuutprogramma. Want hoe ga je in hemelsnaam van een half uur naar avondvullend? Louise Korthals laat in Vlieguur zien weinig moeite te hebben met die vraag. Wat een energie, wat een drive, maar bovenal: wat een geboren performer. Ze gebruikt een klassiek kleinkunstformat waarin ze zich duidelijk thuis voelt. Op haar beste momenten doet ze denken aan iconen van vorige generaties, zoals Jasperina de Jong en Adèle Bloemendaal.
Korthals brengt ouderwets engagement naar de 21ste eeuw door de eeuwige spagaat van haar generatie te schetsen. Liken of geliket worden? Idealisme of pragmatisme? Blijven hangen in je comfortzone of verder proberen te komen door je angsten te overwinnen? Ze verpakt die inhoud in sterke liedjes en overtuigende conferences.
Soms mist Korthals weliswaar een rem, waardoor ze iets te groot speelt, maar dat is een prima te genezen kinderziekte. Wat beklijft zijn haar persoonlijkheid en vakmanschap. Ze zweept de zaal moeiteloos op met een uitbundige Hazesmedley, springt vervolgens van haar stoel en zegt dan: ik wil het eigenlijk even over Syrië hebben. Dat is niet alleen geestig, maar getuigt ook van een prettig soort lef. Korthals heeft terecht vertrouwen in eigen kunnen.

Speelman & Speelman: Optimisten
Joost en Daan Speelman kijken al jaren kritisch om zich heen. En waar ze ook spelen, ze weten hun verbazing, verwondering en irritatie keer op keer te verpakken in energieke en aanstekelijke liedjes. Maar met Optimisten slagen ze er voor het eerst óók in om hun blik op de wereld een interessante en spannende theatrale vorm te geven. De titel van het programma vat de inhoud prima samen: hier wordt niet getreurd. De wereld is weliswaar een zooitje, aldus het openingslied, maar de bodem is bereikt. We kunnen eigenlijk alleen nog maar omhoog. De lome beschouwingen van een vrolijke Antilliaanse postbode vormen het hart van de voorstelling, waarin diepgang en vermaak fraai gelijk opgaan. Speelman & Speelman pakken het publiek in met authentiek enthousiasme. Een simpele leren bank is het decor voor knotsgekke, razendsnel gespeelde sketches die mooi tegenwicht bieden aan de vaak serieuzere liedjes. Veel indruk maakt het ontroerende gedicht over een arme rijke man die zijn geluk nog nooit geteld heeft. Ook voor hem is er hoop. De lege A4‘tjes die de zaal binnen dwarrelen staan symbool voor een universeel soort troost: je kunt altijd opnieuw beginnen.

Categorie: Prijzenfestival | Meer over: , , , , , , , , , , , ,
Richard van Bilsen. Eindbaas Zwartekat.nl.