nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat Instagram Spotify Twitter Facebook Youtube
Nieuws

Feuilleton: De kwestie Sally – 11

Radiomaker Roland Vonk bestudeert het Rotterdamse lied in al zijn vormen. Onlangs verdiepte hij zich in de herkomst van één bepaald lied: Sally met de roomijskar.

Louis Davids heeft ooit succes gehad met het nummer ‘Sally met de roomijskar’, en hij staat te boek als schrijver van dat nummer, maar hij zou het met auteursrecht en al hebben gekocht van de Rotterdamse artiest Harry de Wolf. Ik was gebleven bij deze vraag: 7. Wat zitten er voor aanwijzingen in de tekst? Waar gaat die tekst over? En welke chronologie past daarbij?

Ik ga uit van de versie die Louis Davids op de plaat heeft gezet in 1934.
Eerst maar even het refrein:

‘Ik ben Sally, goocheme Sally
Die de mensen op zijn duimpie kent
Hoeveel mensen in de rats
Heb ik van mijn kleine krats
Nog wat gegeven
Zal ik leven!
Want ik ben Sally, goocheme Sally
En toch zeggen ze: ik ben een ouwe nar
Dan schud ik alleen mijn kop
Geef er geheel geen antwoord op
Ik ben Sally met de roomijskar’

Dat is een beeld zoals Harry de Wolf (foto) het heeft kunnen schetsen in zijn veronderstelde oerversie van Sally van het Van Hogendorpslein. Het beeld van een ijscoman met een goed hart, midden in het maatschappelijke gewoel. En net zoals verderop in de coupletten zitten er woorden uit het jiddisch in die het joods-zijn van Sally benadrukken: goochem (slim, wijs) en krats (kleinigheid).
Woorden die bij zowel Louis Davids als Harry de Wolf passen, die allebei joods waren. Net als trouwens de bekendste uitvoerder van dit lied, Sylvain Poons.

En dan de coupletten. Daarin wordt pas goed duidelijk dat dit een lied is tegen de achtergrond van het wapengekletter van de Eerste Wereldoorlog:

‘Een mens het in zijn leven wat een zorg in zijn kop
Om te blijven een fatsoendelijke man
En als je wilt fatsoenlijk zijn, dan heb je strop op strop
Je wordt er gewoon balorig van
Mijn buurman in zijn zaak
Heeft zich vlug schatrijk gemaakt
Gezwendeld heeft hij zonder hart of ziel
Ik hou niet van die pretjes
Ik deed het altijd netjes
Daarom blijf ik een arme schlemiel

Ze smoezen over crisis dat een mens balorig wordt
Heb je ooit zo een mesjoggaas gezien
Spinazie wordt verbrand, de koffie in de zee gestort
En suiker en rubber bovendien
Van alles is te veel
En we zien van honger scheel
Terwijl de boel te rotten staat op het land
Wat is dat voor een crisis
Een crisis die mij misch is
Aan een ding is gebrek, dat is verstand’

Hoe zat het ook al weer met de economische gevolgen van de Eerste Wereldoorlog voor Nederland?
Nederland wist weliswaar neutraal te blijven, maar de bevolking leed wel degelijk onder de internationale onrust.

Al meteen in 1914 riep Groot-Brittanië een economische blokkade uit tegen Duitsland, een blokkade die ook Nederland trof. De koopvaardij van en naar Nederland kwam onder druk te staan. En daarbij ging het niet alleen om wapens, maar ook om grondstoffen en voedsel. Nederland was bijvoorbeeld voor graan en veevoer afhankelijk van overzeese aanvoer.
In februari 1915 begon Duitsland een duikbootoorlog die de boel nog verder compliceerde. Ook ‘neutrale’ schepen, zoals de Nederlandse, liepen gevaar. In de loop van 1916 werden twaalf Nederlandse koopvaardijschepen door Duitse duikboten de grond in geboord. En nadat die duikbootoorlog vanaf 1 februari 1917 ‘totaal’ was geworden, werden nog meer Nederlandse schepen naar de kelder gestuurd, waaronder zes schepen met graan. Allerlei produkten uit onze kolonies konden Nederland ook niet meer bereiken. Denk aan: suiker, rijst, olie, katoen, tabak, thee, peper en rubber. Het was er wel, maar hoe kreeg je het Europa in?

Als gevolg van dit alles kwam er schaarste aan voedsel en brandstoffen in Nederland, levensmiddelen werden duurder, allerlei producten gingen op de bon, en hier en daar verdienden mensen goud geld aan smokkel en zwarte handel. Zij maakten zogezegd oorlogswinst, OW. Zulke mensen werden OW’ers genoemd, net als later in de Tweede Wereldoorlog. Mogelijk verwijst de zwendelende buurman uit het lied daarnaar. Nederland telde na de Eerste Wereldoorlog drie keer zo veel miljonairs als daarvoor. Inderdaad: wat is dat voor een crisis?

En dan komt het tweede, wat gewijzigde, refrein:

‘En hoor nou Sally, goocheme Sally
Die de mensen op zijn duimpje kent
Voor kanonnen is er geld
Worden miljoenen neergeteld
Ondanks Geneve
Zal ik leven
Dat zegt u Sally, goocheme Sally
Weet u het einde van dat geharrewar
Morgen is Japan de piet
Heel Europa gaat failliet
Dat zegt Sally, met de roomijskar’

Die ene zinsnede met ‘Genève’ had ik nooit verstaan. Vast mede doordat Davids die stadsnaam vanwege het rijm uitspreekt als Genéve.
Hij verwijst er vermoedelijk mee naar de oprichting van de Volkenbond in Genève, op 25 januari 1919. De Volkenbond, de boven landen geplaatste organisatie die een eind aan alle oorlogen moest maken. Nooit meer zoiets als De Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog toen nog algemeen werd genoemd.
Die zinsnede met Genève moet Davids later hebben ingebracht.
Die kan niet in het ‘origineel’ van Harry de Wolf van 1916 hebben gezeten, want toen was die Volkenbond er nog niet. En ook niet in 1917, toen Davids het lied gebruikte in de musical Bleeke Bet.

Het zou me ook niet verbazen als de versie van 1934 in meer opzichten afwijkt van die van 1917 of 1916. Want er was in de jaren dertig wéér een crisis waarnaar goocheme Sally kon verwijzen. En op politiek vlak was het ook niet rustig in Europa.
Helaas heb ik geen versie uit 1916 of 1917 op papier. Wel nog wat extra coupletten uit de nalatenschap van Harry de Wolf. En een versie van Sylvain Poons met daarin iets wonderlijks.

[morgen meer]

Categorie: Divers | Meer over: , , ,