www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
Wilko Terwijn trok in de zomer van 2004 door Amerika. Sinds hij in Nederland begon met stand-up comedy, wilde hij altijd al naar Amerika om daar te gaan stand-uppen en nu was het zover. Eerst naar New York, vervolgens naar Cleveland, Los Angeles en San Francisco... Dat was in ieder geval het plan.

Hoe het hem verging kan je hier lezen, want voor Zwartekat International hield Wilko een reisverslag bij.

terug naar het overzicht

Los Angeles

Last days in the USA 2

De verjaardag

Na de eerste verjaardagskater was het s’ middags zaak om bij te komen en iets te bedenken om s’ avonds te doen. Normaliter haat ik mijn verjaardag en vandaag is het niet anders. De lunch helpt totaal niet om het natte zaagsel, dat aan de binnenkant van mijn schedel kleeft aan de gang te krijgen. Maar echt misselijk word ik pas een My limouurtje later in het bubbelbad. Een bijna Romeins gevoel voor decadentie komt over me heen. Terwijl ik mijn antiperistaltische spasmen in het warme woelende water probeer te onderdrukken, bubbelt deze gedachte naar boven. “Misschien is een limo wat? Gewoon met de jongens de stad in, je vol zuipen en je geen zorgen maken of je thuis komt…” Ik weet wat me te doen staat en slenter richting het appartement om Kelley van mijn plannen in te lichten. Nadat we in de gouden gids van L.A. ongeveer dertig pagina’s aan limoservices en bedrijven zijn tegengekomen, blijkt het toch nog lastig te zijn om geen Spaans sprekend ventje aan de andere kant van de lijn te krijgen. Uiteindelijk komen we er met een gebrekkig Engels sprekende helemaal uit en staat er om acht uur een gigantische aso-bak met chauffeur voor de deur.

the Mild BunchHet eerste wat we doen is even langs gaan bij The Comedy Store. Daar staan twee van de zelfvernoemde komische genieën, die ik de vorige keren al als eikels had beschreven, interessant te doen bij de buitenbar. Zo nonchalant mogelijk stap ik met een groot glas wodka on the rocks uit de streched limodeur, die door de chauffeur wordt opengehouden. Koeltjes knik ik even richting de verbaasd kijkende wannabee comedians, alvorens met Kelley nog een drankje te doen aan de bar. De blik van die twee was de hele ritprijs al waard. Even snel als we aan waren gekomen verdwijnen we ook weer, om Freddie, George en Bill op te pikken. Hun buren zitten buiten te keuvelen en kijken vreemd op als de limo voor komt rijden en de hele comedy kliek vrolijk instapt. Het wordt tijd voor een kroegensurivaltocht. Eerste stop is de Rainbow Bar. Dit was van horen zeggen een coole bar, maar het doet allemaal een beetje triest aan. Na één drankje zijn we de getatoeëerde omgeving en Bon Jovi beu en vluchten we richting een ander drinkhol, waar we het ook na één drankje voor gezien houden. Gelukkig ziet er in de limo een flinke bar, dus we hoeven niet te wanhopen. We gaan het maar eens iets hogerop proberen.

De Skybar, L.A.’s hipste bar. Eerder deze week kwamen we er nog met geen mogelijkheid in, met een limo verwachten we minder moeilijkheden. Maar zelfs met limo blijken we alleen binnen te komen, omdat de portier Freddie herkent van één van zijn vele sitcom rolletjes. Het is duidelijk dat dit een plek is om gezien te worden, want we worden compleet genegeerd. We trekken ons daar weinig van aan en bestormen de bar. Kijk niet gek op als je negen dollar kwijt bent voor een biertje, maar aan de andere kant is het wel een bar met een zwembad. Her en der zie ik mensen zich belangrijk voordoen. Het is duidelijk dat dit groepje ouwe komieken niet tot de standaard cliëntèle behoord. Zeker het tempo waarmee gezopen wordt staat in schril contrast met de groene thee drinkende siliconen massa. Het is natuurlijk net op het moment dat het een beetje leuk begint te worden alweer sluitingstijd, dus zoeken we ons geluk elders. Maar we merken dat de sluitingstijden in L.A. niet stroken met ons tijdsbesef en na het laatste afzakkertje wordt het tijd om bij deze poppenkast de gordijntjes dicht te trekken. Rijden door Hollywood in een enorme glimmende zwarte compensatiepik met complementairy bar, terwijl er in die bar vijf comedians zitten, blijkt niet mijn slechtste verjaardagsinvulling ooit te zijn.

In front of Pink'sMijn laatste volle dag in Californië begint met een verassing. Mijn kater is lang niet zo erg als ik had verwacht. Morgen vertrek ik en dat maakt me ondanks het gevoel dat ik nu wel weer eens terug naar Nederland wil, toch een beetje melancholisch. Kelley heeft een briljant idee voor het ontbijt. We gaan naar Pink’s, de meest fameuze hotdogtent van Los Angeles. Iedereen moet tenminste één keer in zijn leven een Pink’s hotdog eten, aldus Kelley en ik kan hem geen ongelijk geven. Er staat een gigantische rij van zenuwachtig drentelende Vergelijkend hotdogonderzoekhongerige Amerikanen. Zeker drie kwartier moeten we wachten voor we aan de beurt zijn. Het lijkt wel een rij voor een achtbaan in een pretpark, maar deze rij staat er al decennia. Orson Wells heeft de mythe nog verder opgestuwd door dagelijks Pink’s hotdogs naar binnen te werken. Zoveel zelfs dat velen menen dat deze hotdogs zijn ondergang zijn geweest. Na Orson’s dood schijnen er volgens de overlevering tijdens de autopsie 14 hotdogs in zijn maag te zijn gevonden. Tsja, als dat geen smaakvolle advertentie is, dan weet ik het ook niet meer. De hotdog die ik bestel is gewoon niet anders te beschrijven dan megalomaan. Het is onmogelijk om dit gevaarte fatsoenlijk op te eten, maar de Mulhollanddrivedog, een extra large chili-nachocheese-and-union-dog met extra zuurkool, is zonder twijfel de lekkerste hotdog die ik ooit in mijn trechter heb geduwd.

Malibu BeachNadat we alle meuk van onze vingers en snuiten hebben geveegd gaan we nog één keer rijden door L.A. via Mulholland drive gaan we eerst richting The Valley om later richting Malibu Beach te gaan. Rijden door de heuvels van Hollywood i simpelweg heel relaxed en wordt alleen maar overtroffen door het rijden langs de kust met Grote Oceaan richting Malibu. De schoonheid van het land staat in schril contrast met zijn bewoners, dit is echt. We belanden na uren rijden op een prachtig privé-strandje. Een perfecte plek om de laatste uurtjes in L.A. door te brengen. We knopen de broekband iets losser om nogmaals onze kaken in een berg voedsel te zetten en ik slurp nog een aantal Corona’s weg tot de zon onder gaat. Het is mooi geweest.

Kelley saying goodbyeIk weet niet wat het is met koffers inpakken, maar ik word er altijd een beetje onrustig van. Ik loop als een kip zonder kop met mijn rommel heen en weer en kan pas weer een beetje ontspannen, als ik de volgepakte koffer met behulp van mijn bips weet dicht te klikken. Kelley geeft me mijn laatste lift naar het vliegveld. We zijn voor ons doen redelijk stil onderweg en als we aankomen in de chaos van L.A.X. airport, is het afscheid noodgedwongen kort. De vlucht die me te wachten staat is er één van een uitzonderlijke misère. Eerst moet ik naar Houston, waar ik lekker een paar uur mag wachten om vervolgens in één ruk door te vliegen naar Amsterdam. Natuurlijk zit ik op weg naar Houston naast een jengelend kind, dat allerhande voedsel en drinken lekt. Redelijk plakkerig kom ik een uur of vier later aan in Houston Texas. Dit is duidelijk weer een heel ander stukje Amerika dan dat ik tot dan toe had gezien. Hier lopen de linedancers nog in het wild rond en valt het spraakgebrek van George Dubya totaal niet op. Mijn plan om even buiten een kijkje te nemen wordt in de kiem gesmoord. Zodra ik uit de airco loop valt er een warme klamme deken over me heen. Het is 39 graden en het motregent, een Turks stoombad is de eerste associatie die ik heb, maar ik sta gewoon in Marlboro country. Binnen twee minuten heb ik een gaargekookte voorkwab. Ik snap opeens ook die malle Stetson’s. Zet hier drie minuten je hoed af en de eieren zijn klaar.

Ik zoek onmiddellijk de airco weer op en dood de tijd met bier drinken in de zeer gezellige met TL-licht verlichte foodcourt van de luchthaven. Als ik aansluit bij de wachtende meute voor het vliegtuig richting Amsterdam, bevind ik me voor het eerst sinds tijden weer tussen groepen Nederlanders en het beetje heimwee dat ik had verdwijnt als sneeuw voor de zon.
In het vliegtuig slapen lukt me nooit en terwijl ik me door het aanbod van relatief nieuwe B-films werk, kan ik het niet helpen om te mijmeren. Bijna zes weken Amerika heb ik achter de rug en nog steeds kan ik er geen touw aan vastknopen. Zoveel tegenstellingen, tegenstrijdigheden en ‘good old American bullshit’ heb ik gezien en meegemaakt. Waarom kan een land als Amerika zowel Jerry Springer kandidaten, als mensen zoals Johnny Steele en Kelley Rodgers opleveren? Bill Hicks en Lenny Bruce aan de ene kant, Billy Graham en George W. Bush en aanhang aan de andere kant. Er lijkt haast een onoverbrugbare kloof tussen deze uitersten te bestaan. Ik kan maar één reden bedenken. Op een grote hoop stront kan veel moois groeien.

Als ik in Schiphol mijn nieuwe knalrode koffer van de band af zie hobbelen, merk ik dat de kevlar monoshell van mijn olifantresistente koffer volledig aan gruzelementen ligt. Het schiet door mijn hoofd om misschien een keer voor de gein de bagagejongens van Schiphol af te laten reizen naar de Olympische Spelen. En ze dan laten uitkomen op de onderdelen kogelstoten, discuswerpen en hamerslingeren, want zo te zien hebben ze voldoende talent. Als ik met een geestelijk gehandicapte koffer richting de parkeergarage langs klagende Nederlandse vakantiegangers loop, zie ik een bordje met een grote klomp en een pijl naar rechts. Ik besef in één keer dat we in Nederland ook nog genoeg shit hebben en ik ruik mijn kans.

-

Wilko Terwijn

terug naar het overzicht