portret

Waardenberg & De Jong

Laatste nieuws
-al het nieuws over Waardenberg & De Jong

Bio.txt
De beste omschrijving van hun programma is wellicht 'fysiek absurdistisch theater' (waag het niet om het 'cabaret' te noemen). De twee Rotterdammers deinzen er niet voor terug om in het kader van machtspelletjes elkaar te lijf te gaan met houtlijm, plastic reigers en skippy ballen, waarbij Wilfried de Jong (Rotterdam, 1958) vaak te grazen wordt genomen door een bijna sadistische Martin van Waardenberg (Rotterdam, 1956).

Net als Marijke Boon, Loes Luca, Adelheid Roosen, Bavo Galama en Titus Tiel Groenestege studeerde Van Waardenberg aan de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar te Utrecht. Met jaargenoot Evert de Vries maakte hij deel uit van de cabaretgroep Van Santen.
In 1977 doet Van Santen mee aan Cameretten en worden derde met hun eerste programma 'Vrolijke humor, net cabaret'. Vanaf 1983 werkt hij daar enkele jaren als begeleider van de kandidaten, zoals Brigitte Kaandorp.
Met Van Santen zouden vijf programma's volgen met als thema burgelijkheid, gebracht door twee absurd keurige heren. Maar in 1985 houdt Van Waardenberg het voor gezien. De volgende dag had hij met Wilfried de Jong de eerste try-out in Schiedam. Dat was het begin van het eerste programma 'Begin maar vast', een voorstelling die langzaam maar zeker tot het kleine circuit doordrong. Met hun optreden op de cabaretmarathon 1987 in Rotterdam, Van Waardenberg als het balorige, nogal moeilijk opvoedbare jongetje Doerak, kwam de publiciteit.

Van het begin af aan was voor hen de opzet van de programma's duidelijk: het publiek amuseren, laten lachen om een sliert van humor. In 'De gekkengallerij' is er geen spake van een verhaallijn of een boodschap, maar gewoon wat losse fragmenten die behalve de overgangen de constante onzin absoluut niets met elkaar te maken hebben. Er is met een gefingeerde forumdiscussie wel gelegenheid om te improviseren met tekst, maar dan wel binnen vastomlijnde grenzen. Om het publiek te boeien kozen ze voor beweeglijk theater. De dynamiek staat voorop.

Met het tweede programma 'De Gekkengallerij' gaan ze elkaar te lijf met yoghurt, verf, water en houtlijm. Ze eindigen als zeeleeuwen, die van een glijbaan in een heus zwembad plonzen onder geanimeerd gekrijs.
Groot verschil met 'Begin maar vast' is de rol van contrabassist Wilfried de Jong. In dat eerste programma moest hij vooral begeleiden, die scheiding viel weg bij 'De gekkengallerij'. Hij treedt meer op de voorgrond, terwijl Van Waardenberg zich ook meer als muzikant manifesteert. Met zijn stem weliswaar, maar ze zijn nu volkomen gelijkwaardig. Van Waardenberg is wel de dominante factor op het toneel, De Jong vaak de schlemiel. Dat begint al als hij bijna verdronken wordt in een aquariumpje.
De Jong in een interview: "Ho ja, ik ben de knecht, met veel plezier. In omgekeerde rollen zouden we ons ongelukkig voelen" zei De Jong in een interview met NRC in 1988. "Ons optreden is de manier waarop we 's avonds uitgaan, we raggen. We eindigen in de goot. Als ik ergens mag liggen, laat het dan alsjeblieft de goot zijn."

De Jong doorliep de sociale akademie in Den Haag en werd verpleeghulp, journalist voor een Rotterdams wijkkrantje en contrabassist. Op een kinderkamp voor moeilijk opvoedbare kinderen ontmoet hij Martin van Waardenberg waar ze waren gevraagd om 'lol' te maken. ("Tien minuten na aankomst waren alle portemonnees al weg en stond er een hooiberg in de hens. (...) Het was tuig, maar we moesten vreselijk om ze lachen"). Het klikt tussen de twee en ze besluiten om een duo te vormen: Waardenberg en De Jong ("Dat vonden we wel een goede naam").
Ze zouden daarna eerst voor kinderen spelen, maar het liefst traden ze op voor volwassenen. Waardenberg & De Jong trekt een nieuw, jonger (tussen de 20 en 35 jaar) publiek naar de theaters. Bij nachtvoorstellingen in Amsterdam en Den Haag kwam een poppubliek af, jongeren die twee keer driekwartier feest willen, raggen, dollen en keten. Op de eerste drie rijen zitten soms motorjongens met leren jacks. Bejaarden zijn vanaf rij 57 niet welkom. In 1989 winnen ze voor 'De Gekkengallerij de CJP-podiumprijs.

In hun derde programma 'Jool Hul', dat vernoemd is naar een vrijersplek langs de snelweg tussen Amersfoort en Apeldoorn, slaan ze op elkaar in met reigers en in de meesterlijke wijn-en-spuug-scène rochelt Van Waardenberg in de wijd opengesperde mond van De Jong.
Voor het titelloze derde programma uit 1992 verzorgt de eveneens Rotterdamse John Buijsman (presenteerde 'Taxi' op televisie) het voorprogramma 'De Deur'. In 1995 komt hij met Dodo op de planken. Het is enerzijds banaal en rauw, anderzijds aandoenlijk, komisch en poetisch. In het decor van een soort onverklaarbaar bewoonde woning speelt hij iemand met een meervoudig persoonlijkheidssyndroom. Sommige scènes zijn niet geschikt voor zwakke magen. Dit alles onder regie van Van Waardenberg.
Het voorprogramma is een tegemoetkoming aan de theaters, omdat Waardenberg & De Jong geen zin in een pauze hebben. Het programma is aggressief en opnieuw hakken ze creatief op elkaar in (zo knallen ze zelfs met een stalen kast tegen een stroomleiding), waarna ze uiteindelijk in elkaars armen vallen.

Op 20 april 1994 zijn Waardenberg & De Jong met een try-out van hun nieuwe show 'Naggelwauz' in de schouwburg Concordia in Breda. De Jong hangt op zes meter hoogte aan een decorstuk. De Jong plettert naar beneden en breekt zijn linkerpols en heup. Van Waardenberg in een interview: "We hadden afgesproken dat hij 'mamma' zou zeggen als hij het hangend aan die lier niet zou houden. Toen dat gebeurde heeft hij wel 'mamma' gezegd, maar dat viel midden in een lach van het publiek. En schreeuwen? Dat is niks voor Wil. Je speelt tenslotte tot je sterft. Bovendien was die lier zo traag dat het misschien maar acht centimeter had gescheeld op die 6 meter, die hij viel. Helemaal stoppen met dit soort acts? Je vraagt toch ok niet aan een voetballer of hij stopt als hij zijn been gebroken heeft?" De Jong oppert zelf nog de mogelijkheid van rolstoeltheater, maar na een half jaar revalidatie staat hij alweer op het podium. Op 21 oktober 1994 wordt de tournee hervat, zonder de 'fatale' act.

Dat wil echter niet zeggen dat de heren op zeker spelen. Zo komt Van Waardenberg op met een luid knetterende Puch Maxi, waarmee hij rakelings langs de eerste rij scheert, voor een rijles met speciale aandacht voor de dooie hoek. In 'Naggelwauz' spelen ze in losse scènes een soort associatief opgebouwd absurdistisch spel met een verwrongen werkelijkheid. Ze strijden om te overleven door de ander letterlijk en figuurlijk onderuit te halen. Als kemphanen staan ze soms tegenover elkaar en slaan elkaar opnieuw met allerlei attributen om de oren.
Van Waardenberg is opnieuw de verpersoonlijking van macht die de schlemielige De Jong afblaft en op een grove manier kleineert en in een hoek zet. Bij De Jong wordt zelfs de broek naar beneden getrokken om zijn geslachtsdeel als microfoon te kunnen gebruiken. Die scheve verhouding wordt later enigszins recht getrokken tijdens de oefening met de gymnastiek-ringen waarmee De Jong een stuk vaardiger blijkt te zijn dan de stuntelige Waardenberg.
Ze gebruiken ook een soort van stoomketel die later gedemonteerd wordt en dienst doet als putopeningen om later als turks bad gebruikt te worden. Ten slotte komt er een gigantische luchtmatras te voorschijn die de eerste twee rijen publiek bedekt. Met skippyballen meppen ze elkaar van de matras af en eindigen uiteindelijk in elkaars armen onder de dekens.
Spektakel is veel minder ongeschikt gemaakt aan het spel of, zoals in het nummer met de flexibele electriciteitsbuizen als wapperende grassprieten, aan mooie beelden. Ze wonnen dan ook de 'Scheveningen vormgevingsprijs' mee.

Daarnaast hebben zij hun eigen activiteiten om niet met elkaar te vergroeien. Naast activiteiten voor Radio Rijnmond (Het motorpaleis), interviewde Wilfried de Jong kunstenaars in het radio-programma Ophef & Vertier en reed hij mensen rond de 'Taxi' met verborgen camera. Bij Radio Rijnmond presenteerde hij iedere zaterdagochtend zijn eigen programma en heeft hij bij de VPRO zijn eigen sportprogramma: Sportpaleis De Jong. Van Waardenberg speelde in produkties van theatergroep Poppenkeet en tv-programma's zoals bijv. Myxomatosis, Pleidooi, In voor- en tegenspoed en Loenatik. Daarnaast is hij te horen in reclames ("Hallo Rambo. Waar zijn wij nou eigenlijk mee bezig??" en "Dat zeg ik. Gamma.")

Uiteindelijk maken Martin van Waardenberg en Wilfried de Jong nog één theaterprogramma samen, 'Bandkaai' in 1996. Wel maakten ze samen voor de VPRO een tv-serie die in maart-april 2002 is uitgezonden.