Recensies voor Jan Jaap van der Wal en Jetty Mathurin.
Recensenten lijken flink te moeten wennen aan een serieuzere Jan Jaap van der Wal.
“Als hij opkomt in zijn nieuwe voorstelling ‘Staat’, is het of Wim Kan nog leeft. Grote tekstborden, een stoel en een microfoon op een standaardje, precies zoals de oude meester het altijd deed.
Maar als Jan Jaap van der Wal gaat praten, merk je dat er veel veranderd is. De tijd, de onderwerpen, de politieke namen. Die opening doet ineens wat geforceerd ouderwets aan. Ook al omdat Van der Wal gekleed is in een strak pak en zelfs een stropdas om heeft. In niets lijkt hij op de vrolijke, losse grappenmaker die we elke week op tv zien. Het is alsof hij het publiek zeggen wil: in het theater doe ik alles anders. Niks geen spervuur aan harde, snelle grappen, Van der Wal probeert de spanningsboog dit keer langer vast te houden. Dat doet hij door eigenlijk heel serieuze zaken aan te kaarten. (..) Maar als er eens een grap valt, is hij wel erg goed. Het publiek lacht meteen bevrijdend: hé, het kan eindelijk. Onomstotelijk staat vast dat Jan Jaap van der Wal talent heeft. Alleen in de vorm blijft hij zoeken.”
‘Jan Jaap van der Wal is te serieus’ door Rinske Wels, in: Trouw, 21 november 2003
Mathurins vaste typetjes, ook die in Dichterbij, haar vijfde programma, spelen weer een grote rol. Met een stortvloed aan woordspelinkjes (een laptop wordt een kleptop, en heeft een knop voor de spelletjescontrole) die haar aanhang tot uitbundige vrolijkheid brengen.(..) Mijn voorkeur gaat meer uit naar een paar opmerkingen die de hete hangijzers van tegenwoordig relativeren. Zoals een terzijde over de roti van Knorr, die meer op een taco lijkt. ‘Integratie kan ook te ver gaan,’ luidt dan haar laconieke conclusie. Of haar stelling, dat hooligans altijd wit zijn en bankrovers zwart: ‘Dat komt omdat er geen witte bivakmutsen zijn.’ (..) voortdurend weet Jetty Mathurin de indruk te wekken dat het podium haar natuurlijke habitat is. Ogenschijnlijk volstrekt ontspannen kuiert ze heen en weer, steekt haar praatjes af en werpt heel precies gemikte blikken van verstandhouding naar de zaal. En iedereen – ook een witte die minder hard lacht – kan zien hoe veel succes ze daarmee heeft.”
‘Mathurin als `taante’ en macho’ door Henk van Gelder, in: NRC Handelsblad, 19 november 2003
“Als Jetty Mathurin opkomt, is het binnen een mum van tijd feest. Ze bespeelt haar zaal alsof ze op het podium geboren is. Zelfverzekerd en ogenschijnlijk moeiteloos bouwt ze haar eigen theaterfeestje, of het nu de premiére is of niet. Maakt niet uit dat de Gerda Havertongen, Hannah Belliots en John Leerdammen ook in de zaal zitten; het is haar avond. (..) Bij standup-comedy komt het nogal eens voor dat publieksparticipatie een pijnlijke exercitie wordt, maar bij Mathurin zal dat niet snel gebeuren. Haar show is bepaald niet strak geregisseerd en laat ruimte voor rumoer uit de zaal en een gesprekje met de voorste rij.(..) Mathurin speelt met de culturele verschillen in de zaal. Soms gebruikt ze een Surinaams woord om de tegenstelling tussen wit en zwart aan te zetten. “Je weet niet wat een snorder is? Dan woon je niet in de Bijlmer!” De uitleg die dan volgt is meestal het grappigst. Laat communiceren maar aan Mathurin over.”
‘Mathurin bouwt feestje’ door Merijn Henfling, 13 november 2003



