www.zwartekat.nl - Verzamelpunt voor cabaret en stand-up comedy
nieuws  voorpagina | archief | volg ons via twitter.com/zwartekat Instagram Spotify Twitter Facebook Youtube
Nieuws

Thijs van de Meeberg wint Leids Cabaret Festival

Thijs van de Meeberg

Thijs van de Meeberg heeft de jury- en publieksprijs van het Leids Cabaret Festival gewonnen. De andere finalisten waren Tim Hartog en Nabil Aoulad Ayad.

Van de Meeberg (1988) studeerde in 2014 af aan de Koningstheateracademie in Den Bosch.
thijsvandemeeberg.nl

TERUGBLIK EN JURYRAPPORTEN FINALE

Terugblik

Wie ook maar iets van dit festival heeft meegekregen, zal hebben gemerkt dat het in de geboden voorstellingen voortdurend over de jeugd ging. Als begin van het juryrapport zal ik ingaan op dit terugkerende thema van de acht programma’s. Vaak keerden de makers terug naar hun jeugdjaren en werden herinneringen opgehaald aan de toekomstdromen van toen: de een wilde draak worden, de ander Power Ranger of voetballer. Soms klonk er nostalgie in door, bijvoorbeeld in de mooie scène waarin Nabil terugdacht aan het speelgoed en de liedjes uit de jaren negentig. Soms ook hulde de cabaretier zich in de gedaante van de cultuuranalyticus, zoals in de voorstelling van Twan Janssen. Hij kenmerkte zijn generatie als ‘Generatie Y’ en spotte hij met het egocentrisme en het gebrek aan wijgevoel van deze generatie.
Misschien sloeg hij daarmee wel de spijker op de kop, want wat opviel aan deze voorstellingen was dat de cabaretiers – op één act na allemaal individuen – op zoek gingen naar individualiteit en zelfstandigheid. Ze waren echter zeker niet vol zelfvertrouwen, want steeds opnieuw vroegen ze om richting, om zekerheden, om steun. Het is vast niet toevallig dat vaderfiguren, als symbool van autoriteit, regelmatig opdoken. In twee voorstellingen viel de vader als steunpilaar weg: Nabil vertelde over het overlijden van zijn vader, Janneke Jager stelde aan de kaak hoe haar vader na zijn coming-out niet meer de centrale rol in het gezin kon spelen die ze nodig had. Bij Yahia Yousfi was de vader juist een tiran die niets aan autoriteit had ingeboet. Tegelijkertijd ging zijn show over het volwassen worden, en over zijn pogingen om die dominante vaderfiguur te ontgroeien. Tim Hartog probeerde als het ware een vaderfiguur voor zijn kleine neef te worden en hem zo voor fouten te behoeden.
De twee meest a-typische voorstellingen passen óók in het patroon. Steve Aernouts gaf een pleidooi voor zichzelf en probeerde zijn straatje schoon te vegen van alle beschuldigingen aan zijn adres, maar bij hem viel op dat hij zijn jeugd en zijn genetische bepaaldheid de schuld gaf van al zijn misstappen. De Blonde Jongens en Tim maakten fysiek cabaret waarin het onder de oppervlakte voortdurend om gezag en zekerheden draaiden. Vier jongens, overduidelijk onzeker over zichzelf en hun seksualiteit, vervielen op het ene moment in overdreven masculien gedrag, dan weer in homo-erotiek. Ook in deze act sluimerde het verlangen naar een leidersfiguur.

Thijs van de Meeberg stelde het meest expliciet de vraag naar een nieuw vergezicht ter discussie. Wat is de verbetering tussen ‘toen’, ‘nu’ en ‘later’? Hoe zorg je ervoor dat je zelf de regie over het leven houdt en geen muren bouwt die je jeugddromen voorgoed onmogelijk maken? Het is de jury opgevallen dat deze lichting cabaretiers zich zelden zulke vragen stelt. En als er een persoonlijke visie wordt ontvouwd, dan heeft zij vooral betrekking op het persoonlijke leven van de cabaretier, niet op de maatschappij of de politiek. Natuurlijk, een cabaretier moet helemaal niks. Maar deze jury zou het interessant vinden als de nieuwe generatie cabaretiers nog duidelijker op zoek gaat naar haar plek in de wereld. Het publiek wil met vragen geconfronteerd worden – maar die vragen worden pas echt interessant als ze, door een gelaagde, niet te expliciete vorm, het publiek ook aan het denken zetten.
Ik lees nu in volgorde van opkomst de drie juryrapporten van de finalisten voor. Helemaal aan het einde volgt de uitslag. Allereerst willen we zeggen dat we diep onder de indruk zijn van de prestatie die de finalisten vanavond hebben laten zien. Sanne Wallis de Vries noemde de finaleavond geheid de slechtste avond voor de deelnemers, maar het tegenovergestelde is gebeurd: alledrie stegen ze boven zichzelf uit. Dat getuigt van een geweldige professionaliteit.

Tim Hartog

Tim is een echte stand-upper, gezien zijn interactie met het publiek en de hoge dosis grappen. Tegelijkertijd bevat zijn voorstelling Gezellie ook een rode draad. Het draait bij hem om gezelligheid en hoe we die in ongemakkelijke situaties kunnen bewaren. Gezelligheid hangt volgens hem met aanmoediging samen: niet alleen tijdens feestjes is het bewaken van de gezelligheid belangrijk, sportwedstrijden worden ook pas de moeite waard wanneer het publiek de sporthelden toejuicht. De onderwerpen sport, feestjes en jeugdigheid keren in deze voorstelling voortdurend terug, en soms in een verrassende gedaante. Zo zingt Tim zijn boekhoudster Mirjam toe met een opeenvolging van supportersliederen.

Interessant is dat deze voorstelling ook bekeken kan worden als een reflectie op het genre cabaret. Tim begint zijn voorstelling met de uitspraak dat hij hoopt dat het niet ongemakkelijk wordt. Opvallend is dat het tempo in de voorstelling vaak laag ligt, maar gezien de thematiek van ongemakkelijkheid is dit ongetwijfeld een bewuste vormkeuze, die aansluit bij Tims slim uitgespeelde onhandigheid. Stiltes zijn cruciaal binnen een voorstelling als deze: Tim onderzoekt wat er gebeurt wanneer de cabaretier niet een ontmaskeraar en afzeiker van het publiek is, maar een verlegen goedzak die expliciet aanmoediging en steun van zijn publiek vraagt. Natuurlijk is hij niet de eerste cabaretier die zichzelf als een antiheld neerzet, maar hij gaat toch vrij ver in zijn kwetsbaarheid.

Dat levert ontroerende momenten op, zoals de scène waarin hij uitspraken voorleest uit zijn ‘foutenbundeltje’. Mooi vindt de jury ook zijn hoop dat er een Afrikaanse stam zou bestaan die mensen die in de fout zijn gegaan twee dagen lang ritueel zou prijzen. Ook zijn tekst is soms indringend en subtiel: neem de uitspraak ‘de gazeuse die we dronken had dezelfde kleur als het slootwater waaruit we de ballen visten’.

Tegelijkertijd is het een behoorlijk risico om zoveel pauzes te laten vallen en het tempo laag te houden. De scène met de supportersliederen vindt de jury in de huidige vorm niet goed genoeg werken: er zit veel tijd tussen de liedjes, en de vondst is niet sterk genoeg voor zo’n lange scène. De jury denkt dan ook dat Tim, met hulp van een goede regisseur, zijn tempo en timing nog verder kan verbeteren. Zijn thema’s smaken naar meer, en een overtuigender performance zou die thema’s nog beter tot hun recht laten komen.

Thijs van de Meeberg

De jury is onder de indruk van Thijs, om diverse redenen. Hij is een rascabaretier: hij heeft met zijn dozenmuur een fraai podiumbeeld te pakken, maakt soepel van het hele podium gebruik en zet mooi zijn slungelige lichaam in – onder meer door aan het begin onzichtbaar te blijven en daarna bijna naakt, met alleen een zwembroek aan, achter de muur van dozen op te komen. (De jury merkte overigens wel op dat Pink Floyd voor The Wall al eerder zo’n dozenmuur op het podium heeft neergezet.) Zijn spel, mimiek en timing zijn telkens raak. Bovendien is Thijs een geweldig improvisator. In de voorrondes speelde hij heel slim in op de punaise die door de presentatoren op de grond was achtergelaten, in de halve finale maakte hij gehakt van een man die beweerde dat hij ‘een goede wip maken’ als belangrijkste droom had, en vanavond koppelde hij zelfs twee verschillende publieksreacties aan elkaar.

Thijs heeft een ijzersterk ‘verhaal’ in zijn voorstelling, en wie het programma vaker ziet, ontdekt steeds beter hoe ingenieus alle scènes als steentjes voor één bouwwerk fungeren. Er zitten goede, onverwachte plotwendingen in het programma en hij boort steeds nieuwe lagen in zijn thematiek aan. Hij vertelt over het verschil tussen zijn jeugd en het heden: wat te doen met alle ‘rotzooi’ aan kennis, tips en ideeën die hij vanaf zijn jeugd heeft moeten opdoen onder het motto: ‘Dat is voor later’? Op een intelligente manier verbindt hij dit idee van ‘rotzooi’, dat onder meer terugkeert in zijn tirade tegen Rome, met het thema van ‘zelfstandigheid’. Al in het begin constrasteert hij bijvoorbeeld het ‘zwemmen’ als manier om in leven te blijven en zelfstandig te worden met ‘watertrappelen’, een zinloze en zelfs sadistische activiteit.

Alles hangt in deze voorstelling met alles samen: van de Chinese muur en de bouwplaats voor zijn huis gaan we naar de dammetjes die hij bouwde in Frankrijk en de muur van bibliotheekobjecten die niet met een voorleespas geleend mogen worden. De meest onvergetelijke figuur van deze voorstelling lijkt op het eerste gezicht buiten deze thematiek te staan: de dorpsgek Arno Cox, die schreeuwend in Eindhovens winkelend publiek actief bekeert. Maar dan ontpopt Cox zich tot de moralist van de voorstelling en vallen de stukjes op hun plaats. Cox gelooft ergens in en confronteert de omstanders met hun lafheid. Waarom realiseer je je dromen niet, en doe je dingen waar je eigenlijk geen zin in hebt? Door met de stem van Arno Cox tot het publiek te spreken, weet Thijs een moraal naar voren te brengen zonder moralistisch te worden, in de traditie van de beste cabaretiers. Het is bijzonder dat hij zo authentiek is, en zich tegelijkertijd tot die grote voorbeelden kan verhouden.

Nabil

Nabil is een talentvolle, veelzijdige theatermaker, zo toont hij in zijn voorstelling. Hoewel hij zich vooral als een geoefende stand-upper laat zien, is hij meer dan dat: een bekwaam pianist, een zanger die verbluffend realistisch Wes en Youssou N’Dour na kan doen, een knap imitator. Weinig mensen die zijn voorstelling gezien hebben, zullen de figuur van meester Ad uit Waalwijk vergeten, met zijn even scherpe als briljante grap over een Power Ranger achterop een vuilniswagen. Ook andere grappen zijn steengoed. Nabil beheerst de techniek om volkomen onbewogen een verhaal te vertellen en op het moment dat je het het minst verwacht zijn publiek te laten kromliggen van het lachen. Denk maar aan zijn geromantiseerde verhaal over de ontmoeting van zijn vader en moeder in Marokko, dat uitloopt op de uitspraak ‘Doe die maar’.

Het verhaal van Nabil is een verhaal van verantwoordelijkheid durven nemen, nadat hij door zijn moeder als negenjarige plotseling tot ‘man in huis’ is uitgeroepen. Naast grappen bevat deze voorstelling dan ook een groot aantal meer serieuze momenten, waarin Nabil op zichzelf en zijn volwassenwording reflecteert. Waar bij de voorrondes de kwetsbare momenten over de dood van zijn vader weinig werden uitgewerkt, voegde hij in de halve finale nieuwe tekst hierover toe, en een korte nieuwe scène over een schrijnende tekstregel uit Kinderen voor Kinderen: ‘Turk of Griek of Marokkaan, mogen die hier blijven’. Deze finaleavond durfde hij nog veel meer aan de opbouw en tekst te veranderen, en met groot succes.
Het begin van de voorstelling bijvoorbeeld vond de jury in de voorrondes en de halve finale niet erg sterk. Vanavond echter gooide hij alles om, met onder andere een nieuwe beginscène, waarin hij overtuigend liet zien dat zijn kwetsbaarheid het belangrijkste monster onder zijn bed is. Dat is om twee redenen knap. Sowieso is het een dappere stap nog zoveel aan een voorstelling te veranderen in de loop van het afgelopen week. Bovendien lijkt Nabil gedurende het festival het monster steeds beter in de ogen te hebben durven kijken: hij gaf het thema kwetsbaarheid steeds meer ruimte. Waar sommige overgangen tussen grappige en kwetsbare momenten eerder op het festival geforceerd overkwamen, maakten de veranderingen dat ze vanavond op hun plek vielen. Ook wist hij zijn hardere grappen vanavond overtuigender over het voetlicht te brengen, waar hij ze eerder deze week soms afzwakte met opmerkingen als ‘is die grap te hard?’ Hij heeft het zelfs aangedurfd om goede grappen vanavond weg te laten ten dienste van de voorstelling.

Wie dat durft en kan, toont dat hij niet alleen een innemende en veelbelovende cabaretier is, maar dat hij ook groot potentieel heeft en een toekomst in het theater.

Oordeel

En dan nu het de bekendmaking van de winnaar. De juryprijs van het 37e Leids Cabaret Festival gaat naar de cabaretier die ons met zijn ingenieuze voorstelling aan het denken zet, die ons met zijn ijzersterke verhaal meeneemt én verrast, en die bovendien een geweldige theaterpersoonlijkheid is. De juryprijs gaat naar Thijs van de Meeberg.

Alle finalisten zijn de komende maanden door het hele land te zien met de finalistentour.
speellijst
www.leidscabaretfestival.nl
foto: Kirsten van Teijn/Roxanne Hellevoort; met dank aan onze man in de zaal: Gerthein Boersma / GHB

Categorie: Festivals | Meer over: , , ,
Richard van Bilsen. Eindbaas Zwartekat.nl.