Katinka Polderman maakte een vertaling in het Zeeuws, Herman Finkers in het Twents, Herman van Veen in het Utrechts, Sjaak Bral in het Haags, Huub van der Lubbe in het Amsterdams, Frans Pollux in het Limburgs, Guus Meeuwis in het Brabants, Marlene Bakker in het Gronings en Daniël Lohues in het Drents.
In 2019 maakte de uitgever bij wijze van 1 april bekend dat er een Rotterdamse versie van het boek zou komen. Dat bleek zoveel positieve reacties op te leveren dat die vertaling vervolgens echt is gekomen. Het succes daarvan is de aanleiding voor deze reeks vertalingen.
In het boek “banjert” Muis “op ze gemakkie” door het Kralingse Bos, weerstaat hij een Amsterdamse “Hap en een snap en ene grap en een grol” in het hol van “moordgoser” Vos, waarschuwt hij de dieren in het Twentse Beanthemer woald voor het beest met de “gloepense koezen dee gloepens kônt kauwen” en ontdekt hij in het Gronings – “Och mien laive tied! Ooo” – dat er echt zoiets bestaat als een “Gruvalo”. En dat beest blijkt dol op lokale specialiteiten, bijvoorbeeld Muis op z’n Zeeuws, “mie juuntjes en perei uut de pan”… Gelukkig heeft Muis in alle dialecten zijn woordje klaar!
De boeken verschijnen in oktober bij Uitgeverij Lemniscaat.



