nieuws  voorpagina archief Youtube Spotify Instagram Facebook Mastodon Bluesky
Nieuws

Mensenmarkt door Frans van Waes (9)

‘Mensenmarkt’ van Frank van Waes (A.M. de Jong, 1868-1943) gaat over de Amsterdamse artiestenbeurs rond 1922, een wekelijkse markt waar artiesten en directeuren van cabarets, variétés en andere uitgaansgelegenheden elkaar ontmoetten om te onderhandelen over optredens.

De tekst belicht de rol van agenten en directeuren, die profiteren van de economische kwetsbaarheid van artiesten. Waarbij de schrijver zich voordoet als directeur van een te openen cabaret.

NEGENDE HOOFDSTUK
vorig hoofdstuk|volgend hoofdstuk

Ik was van plan, u aan de hand van mijn geringe ervaring, een dosis kwaad te vertellen van de zogenaamde arbeidsbemiddeling in het amusementsbedrijf.
Hoe b.v. de procentenjagende agenten zelfs van welwillend invallende artiesten, die een zieke collega vervangen, procenten los zien te knoeien en als ze bij de een bot vangen, het nog eens bij de ander proberen, onder het leugenachtige voorwendsel, dat die ene toch ook betaald heeft en onder niet onaanzienlijke bedreigingen.

Het komt mij echter beter voor, u omtrent deze stof het een en ander ter overdenking voor te leggen uit de brochure “De nooden der musici”, uitgegeven door de Nederlandse Toonkunstenaarsbond. De strijkjes immers uit café’s, hotels, restaurants, variétés en bars werken in de sfeer en onder de condities van de amusementsartiesten. Zij zijn dan ook aangewezen op de agenten en “concert-bureaus” op de particuliere arbeidsbemiddeling, waarvan de heer W. F. Detiger, directeur der gemeentelijke arbeidsbeurs te Amsterdam, b.v. zegt (in: “De vraagstukken der arbeidsmarkt”):

“’t Probleem, waar het om gaat, is van te gewichtige en algemene aard, dan dat kan worden toegelaten, dat een particulier het ten eigen bate tracht op te lossen. Bovendien leiden bijna overal deze particuliere pogingen tot excessen, tot ontoelaatbare afzetting Pil benadeling van patroon en gezel. Genoeg zij deze mededeling, dat in verschillende landen deze placering verboden of aan banden gelegd is..”

De brochure vertelt nu over deze bemiddeling:

“De agenten gieten hun beloning in den vorm van een zeker percentage van het inkomen der artiesten. In den regel bedraagt deze provisie niet minder dan 6 procent, soms echter meer, tot 10 procent. Het valt zeker niet te ontkennen, dat dit op de artiesten een zware belasting legt, en dat een ietwat succes vol concertbureau op deze manier buitensporig hoge verdiensten maakt. Een bureau, dat b. v. per seizoen een honderdtal musici plaatst, trekt 100 maal 6 procent van de verdienste van een musicus, dat is dus zes maal een gemiddeld artiesteninkomen! Zijn zes-dubbel inkomen trekt de agent niet over één week, maar over den gehele tijd, zolang de geplaceerde musici werkzaam zijn. Hierbij komt nog, dat in ons land de kosten der bemiddeling steeds en uitsluitend worden gedragen door de musici, hetgeen in hoge mate onbillijk is. Immers, de bemiddeling komt aan beide partijen – werkgever en werknemer – ten goede. De winst der agenten blijft niet altijd tot hun percentage van het inkomen beperkt. Een exploitant van een café of dergelijke inrichting zoekt een strijkje, treedt in bespreking met een agent of concertbureau, en stelt het bedrag vast dat hij aan gage wil betalen. Stel hij geeft f 50 per dag. De agent zoekt in het lijstje der bij hem ingeschreven strijkjes naar een geschikt, aan de eisen van de opdrachtgever voldoend ensemble, laat den leider bij zich komen en biedt hem b.v. f 40 per dag. Later, als het contract getekend is, verneemt de geëngageerde misschien dat de agent te voren al twintig procent van het dagelijks loon in de zak heeft gestoken.

De contracten zijn onverbiddelijk. Ze laten geen gelegenheid tot ontkomen aan de drukkende verplichting. De patroon – zo bepalen alle contracten – houdt het overeengekomen gedeelte van de gage eenvoudig in en betaalt dit aan den agent! De musicus heeft niets anders te doen dan zich te onderwerpen.

Maar dit is nog niet alles. Er is nog een fraaie bepaling, die in een of anderen vorm in al die contracten voorkomt, waarop we de aandacht willen vestigen.

Stel dat door bemiddeling van concertbureau X. een contract is afgesloten tussen kapelmeester Y. en ondernemer Z. Stel verder, dat het contract wordt gesloten voor zes maanden.
Die hele zes maanden trekt agent X. zijn dagelijkse provisie. Maar daarmede is zijn profijt nog niet uit. Wanneer na afloop van den termijn het contract wordt verlengd, blijft X ook nog verder dezelfde provisie “genieten”. Ja, nog sterker : als Y. later weer eens terug komt in de onderneming van Z., dan krijgt X. daarvan dezelfde provisie, ook al is dan het nieuwe contract geheel zonder zijn bemiddeling tot stand gekomen. Wij laten hier het betreffende artikel uit een dergelijk contract volgen:

“Contractant Y. erkent dit contract te hebben afgesloten door bemiddeling van het concertbureau X., en verplicht zich voor deze bemiddeling 6 procent provisie van het gehele inkomen te betalen, evenzo bij prolongatie van het contract of verandering der gage, ook wanneer contractant Y. onder eigen of andere naam in hetzelfde engagement terug komt, en ook dan wanneer het voorbereide engagement intussen direct of door een ander concertbureau afgesloten wordt, of wanneer contractant Z. zijn zaak verkoopt of die in andere handen overgegaan is.”

Men ziet: geen enkel geval is vergeten! Als dezelfde artiest, hoe ook en wanneer ook, ooit in zijn leven weer eens in dezelfde zaak terugkomt, zelfs als de oude eigenaar door een ander vervangen is, dan komt het Concertbureau (zouden we ’t niet liever procentenbureau noemen?) om z’n provisie. Zes procenten als-’t-u-belieft, op grond van m’n contract van zoveel jaren oud.

“Wee de artiest, die weigert zulk een contract van middeleeuwse schatplichtigheid (tegenwoordig genoemd brandschatting) aan te gaan. Hij staat op de zwarte lijst! De agent is voor hem een levende zwarte lijst. Een enigszins betekenend agent is bemiddelaar voor vele zaken. Die zaken zijn voor de weerstrevende artiest onverbiddelijk gesloten. Er staat in ons wereldje op ’t hebben van karakter een zware straf.”

“Er is echter nog meer, dat den musicus zijn bestaan bemoeilijkt. Niet tevreden met hun exorbitante verdiensten, wenden de concertbureaus voortdurend pogingen aan, om de lonen in het bedrijf te drukken, door misbruik te maken van de slechten economische toestand in sommige andere landen. Omdat in de tegenwoordige tijd aan Duitsers en Oostenrijkers meer te “verdienen” valt dan aan landgenoten, ontzien zij zich niet in het eigen land de werkloosheid te bevorderen.”

Welke uitwassen daardoor reeds ontstaan zijn, toont de brochure aan door een advertentie af te drukken, die 15 juni jl. verscheen in het te Düsseldorf verschijnende blad: “Der Altist”, en welke advertentie vrouwelijke musici naar Holland vraagt tegen een gage van 1500-3000 Mark per maand, dat was tegen de toen geldende koers f 8 tot f 16 per maand, thans ongeveer de helft! “Opgave van leeftijd en toezending van portret verzocht”. Dat mag waarachtig ook wel, want tegen zulke ,.salarissen” kunnen alleen mooie en jonge vrouwen naar Holland komen… als ze bereid zijn het ontbrekende op andere wijze bij te verdienen!

“Wat zegt ge van zulke salarissen voor vrouwen en meisjes,” roept de brochure in begrijpelijke verontwaardiging uit, “die sjiek gekleed hun arbeid moeten verrichten? Welke naam verdient degene, die op zulke voorwaarden vrouwen en meisjes lokt naar een vreemd land? Wij zouden het noemen handel in blanke slavinnen. Uit zeer goede bron weten we, dat achter dit aanbod staat een Nederlands… “Concertbureau !”

“De Internationale Arbeidsconferentie te Washington adviseerde tot een verbod van uit winstzucht gedreven arbeidsbureaus. In Duitsland (waar reeds in 1907 ten aanzien van deze bureaus werd bepaald, dat niet meer geheven mocht worden dan 6 procent, dat werkgever en werknemer die betaling ieder voor de helft moeten dragen, en dat alleen betaling verschuldigd is voor den duur van het eerste contract) werd na de revolutie 1918-1919 de bemiddeling dezer uit winstzucht gedreven bureaus wettelijk verboden.

Een stel wettelijke bepalingen in dezen geest, zou in staat zijn ons te bevrijden van toestanden, die in waarheid een schande zijn.”

Ik geloof, dat uit dit kleine, maar goed gedocumenteerde pleidooi van de direct-belanghebbenden duidelijk blijkt, hoe zeer op dit terrein de ongebreidelde winzucht nog hoogtij viert. Hoe in deze bijzondere en bizarre wereld het kapitalistisch systeem in heel zijn schaamteloosheid, zijn brutale uitbuitingszucht, zijn gewetenloze en onbekommerde mensenvernietiging zich met verbijsterende openhartigheid demonstreert.

Het behoeft geen nader betoog, dat wat hier over de musicerende ,.amusementskunstenaars” verteld wordt, eveneens geldt voor de overige arbeiders in dit vreemde en achterlijke bedrijf en wat de concertbureaus en de agenten betreft, minstens in even sterke mate. Het beroep op het plichtsgevoel van de samenleving, van die onvolkomen samenleving zelfs, die onze tegenwoordige, gebrekkige staat verpersoonlijkt, geldt over heel de linie en alleen de woekerende, de parasiterende uitbuiters van de bemiddelingsbureaus zouden een keel opzetten, als hun onwaardig en in niet geringe mate onzedelijke bedrijf om hals gebracht werd.

Zal het spoedig gebeuren? Onder een rechtse meerderheid van 60 stemmen in het parlement? Of zullen de Christenen, die ons regeren, zich, als ‘van zoveel andere, broodnodige, hervormingen, er van afmaken met het Kaïnswoord: “Ben ik mijns broeders hoeder!” Of zullen ze politieker zijn en deze verlorenen van “de bühne” niet als de broeders hunner gepatenteerde braafheid erkennen?

Categorie: Zoals de ouden zongen | Meer over:
Richard van Bilsen. Maker Zwartekat.nl.