
Vandaag is het 80 jaar geleden dat Max Blokzijl overleed. Het was geen natuurlijke dood. Blokzijl was één van de collaborateurs gedurende de Tweede Wereldoorlog die in 1946 ter dood werd veroordeeld en gefusillieerd. Een kleine veertig jaar eerder stond hij nog op het podium als cabaretier.
Blokzijl trok samen met collega-journalist Jean-Louis Pisuisse door het land verkleed als Italiaanse straatmuzikanten (links op de foto, zonder snor). Ze schreven over hun avonturen in de krant en die artikels verschenen later nog als een populair boek. Tien jaar lang zou het duo als cabaretiers over de hele wereld optreden. Pisuisse ging verder als artiest en Blokzijl keerde terug naar de journalistiek.
Blokzijl werd correspondent in Berlijn en raakte gaandeweg in de ban van het nationaalsocialisme, al was daar in zijn stukken niets van te merken. Hij werd een vroeg lid van de NSB en kwam na de Duitse inval openlijk voor zijn ideeën uit. Voor de Nederlandsche Omroep hield hij wekelijkse radiopraatjes onder de titel ‘Ik was er zelf bij’.

Het waren gehaaide praatjes die zogenaamd objectief waren, maar waren bedoeld om twijfel te zaaien over de geallieerden en de Duitsers als de verstandige keuze te brengen. Door deze uitzendingen werd hij gezien als ‘De stem van het nationaalsocialisme’ en mede vanwege deze symboolfunctie stond hij als eerste bekende collaborateur terecht en werd hij geexecuteerd op 16 maart 1946.



