Herman van Veen – Moeders
Moeder geeft kusjes op zere plekjes. Mompelt: ‘Zul je wel voorzichtig zijn e nschat, je vader had dat ook.’ Moeder wast je handen, leertje knopen knopen, veters strikken, het omkeren van dubbeltjes. Als ze boosis heeft ze altijd lichtjes in haar ogen. Fluistert: ‘Luister nooit naar goede raad, behalve die van mij.’ Is ze droeg draagt ze een zonnebril. Uit haar mond vliegt ooit een vogel.
Daarna wordt het in de Hema stil.



