nieuws  voorpagina archief Youtube Spotify Instagram Facebook Mastodon Bluesky
Nieuws

VSCD Cabaretprijzen: De Staat van het Cabaret

Naast de uitreiking van de VSCD Cabaretprijzen werd tijdens het Cabaret Gala een eerdere traditie nieuw leven ingeblazen: De Staat van het Cabaret. Daarbij wordt iemand gevraagd om diens visie op de huidige staat van het cabaret onder woorden te brengen. Dit keer was dat aan journalist, interviewer, redacteur en presentator Rinske Wels.

De Staat van het Cabaret:
Het cabaret is weer eens doodverklaard, leve het cabaret!

Toen Herman Finkers zich in 1979 aanmeldde voor Cameretten, mocht hij niet meedoen. Hij werd te licht bevonden. Wat hij deed, was geen cabaret. Omdat er uiteindelijk te weinig deelnemers waren, kreeg hij toch een kans. In de finale sleepte hij de Persoonlijkheidsprijs én de Publieksprijs in de wacht. De jury kon hem, vanwege het vermeende gebrek aan niveau, natuurlijk niet laten winnen, dus hij werd tweede.

Een week na die editie van Cameretten werd het cabaret doodverklaard door het tijdschrift Haagse Post. Het publiek bleef in groten getale weg. Jasperina de Jong vroeg zich openlijk af of de bezoekers van haar voorstelling misschien met één auto waren gekomen. Het artikel staat bol van de klachten van vooral oudgedienden: het cabaret is het cabaret niet meer, er is te weinig kwaliteit, het cabaretfestival levert te veel nieuwe cabaretiers af en de theaters geven jong talent niet genoeg kans.

Het mooie is, dat HET cabaret zich daar nou eens helemaal niks van aantrok. Freek de Jonge liet een bom vallen met De Komiek in 1980, Herman Finkers ging stug door met zijn droogkomische grappen en had al snel succes, en in de jaren erna bloeide het cabaret als nooit tevoren en zaten de zalen weer vol.

Zo’n twintig jaar geleden werd het cabaret opnieuw doodverklaard. Niet alleen door de pers, ook door cabaretiers zelf: Youp van ’t Hek bijvoorbeeld vond Nederland ‘dichtgecabaret’, zo zei hij in zijn show Schreeuwstorm. De snelle opkomst van de stand up comedy sloeg het cabaret plat en er was geen kwaliteit meer. Er waarde een lolligheidsvirus rond: alles moest worden ‘opgeleukt’ door een cabaretier. Iedere theaterdirecteur gebruikte cabaret om zijn begroting op orde te krijgen. Het was dus omgekeerd: de zalen zaten weliswaar vol, maar er was een enorme overkill.

Ook deze kritiek op volume, kwaliteit en bestaansrecht heeft HET cabaret overleefd. Natuurlijk, zou ik bijna zeggen, want de kunstvorm heeft bewezen over een enorme veerkracht te bezitten. Fast forward naar de huidige tijd. Weer twintig jaar later zit niet alleen het cabaret, maar de hele cultuursector, in zwaar weer door de coronapandemie. Theaters gingen dicht, toch weer open, nee, weer dicht, o, open voor maximaal 30 man, met een code en een test en een mondkapje en toen toch weer dicht.
Er past bewondering voor de cabaretiers die hier flexibel en creatief mee omsprongen. Maar de pandemie had ook een keerzijde: winnaars van cabaretfestivals gingen niet op tournee, zodat het publiek ze ook niet leerde kennen. Cabaretiers die met hun eerste avondvullende programma in première zouden gaan, moesten dat telkens uitstellen. En kregen daarmee niet de aandacht die ze verdienden. Cabaretiers die op het punt stonden door te stromen van de kleine naar de grote zaal, zijn weer terug bij af en moeten opnieuw hun plek veroveren. Zelfs voor vedettes was een uitverkochte zaal niet langer vanzelfsprekend en met de huidige inflatie is het sowieso afwachten hoe vol de zalen begin volgend jaar nog zullen zitten.

En kun je als cabaretier nog wel alles zeggen? Je kunst zomaar de wereld in slingeren? Sociale media vormen aan de ene kant een laagdrempelige manier voor cabaretiers om in direct contact te staan met hun publiek. Je hebt de krant niet meer nodig om aandacht te vragen voor je nieuwe show, je kunt hem zelf promoten. Tegelijkertijd is er een soort nationaal schavot ontstaan. De toon is hard voor cabaretiers die zich uitspreken. De hongerige meute staat klaar om de kop van de cabaretier eraf te hakken als hij een verkeerde grap maakt of in het verleden een sketch heeft gemaakt, die misschien nu niet meer door de beugel kan.

Ik heb met open mond gekeken hoe bijvoorbeeld Dolf Jansen niet zo lang geleden een verklaring gaf, zich gedwongen zag te geven, voor een piepklein stukje van zijn programma dat zonder kader op Twitter was gekwakt. Het ging om de meezinger ‘Het is allemaal de schuld van de boeren’. Mensen vonden dat het geen satire was en het ‘te veel aansloot bij zijn werkelijke mening.’ In een theater is het humor, daarbuiten word je gecanceld. De cabaretier is zonder context vogelvrij.

Dat wringt met de rol die de cabaretier van oudsher heeft: die van de nar, die vrolijk de macht bekritiseert en belachelijk maakt. Durven cabaretiers zich nog wel te mengen in het debat? Durven ze genoeg stelling te nemen of zijn ze bang hun positie kwijt te raken? Je hoort mij niet zeggen dat er grenzen zitten aan de grap – dat laat ik liever aan anderen over die daar meer verstand van hebben – maar ik kan me voorstellen dat jullie daar wel over nadenken.

Mijn volgende punt is de vraag wat cabaret nog cabaret maakt. Ik heb me er zelf, in mijn verleden als recensent, ook schuldig aan gemaakt, aan meedoen met de ‘cabaretpolitie’. Ik stond ook wel bekend als het zure appeltje onder de cabaretcritici na onderzoek van Theaterkrant in 2016: ik had vier seizoenen lang de minste sterren gegeven.
Ik ben inderdaad altijd streng geweest op kwaliteit en sloot daarmee bepaalde grappenmakers buiten. Er zijn er die me daar nog steeds op wijzen, maar daarover graag een andere keer meer.

Ik heb wel altijd een pleidooi gehouden voor de pluriformiteit van het genre, laat er maar zo veel mogelijk onder de noemer ‘cabaret’ vallen, want ik hou van kleinkunst, variété en slapstick, goede stand up, verhalen en mooie liedjesprogramma’s. Gelukkig vinden veel cabaretiers dat zelf ook.
Hoewel… Nu er influencers en beroemde YouTubers de overstap maken naar het theater en dat onder de noemer ‘cabaret’ doen, is het of ik Fred Florusse hoor toen hij het in 1979 in Haagse Post had over nieuwkomers in het cabaret. Hij zei: “Ik heb de indruk dat de jonge cabaretiers van tegenwoordig geen trek meer hebben in de lange weg. Ze willen gelijk het grote theater in. Overschatten hun eigen capaciteiten. Denken onmiddellijk een volle zaal te kunnen bespelen. Maar om zo ver te komen, moet je eerst een flinke dosis ervaring opdoen. Anders red je het niet en ga je onherroepelijk op je gezicht.” Einde citaat. Nou, de kritiek is niet veel veranderd of wel?!

Maatschappelijke discussies staan de laatste tijd bol van de roep om meer gelijke rechten voor minderheden, representatie is belangrijker geworden. Hoe staat het daarmee in het cabaret? Eh… we lopen als sector best een stukkie achter. Zelfs het toneel heeft ons ingehaald. De onvermoeibare Richard van Bilsen van Zwartekat heeft recent, op verzoek, in kaart gebracht hoe de man-vrouw-verdeling is onder cabaretiers: 30 procent vrouwen, 70 procent mannen staat er dit seizoen op de planken.

Hij wilde zich niet wagen aan een verdeling op etniciteit, ik heb dat wel even geturfd: 16 procent van de cabaretiers die dit seizoen speelt, heeft een bi-culturele achtergrond. Bij stand up-collectief Comedytrain ligt dat percentage al hoger: een kwart van de leden. Al is het percentage vrouwen daar maar een krappe 11 procent.

Dus daar ligt een mooie taak voor ons allemaal. Ook voor impresariaten en theaterdirecteuren. Ook voor jury’s van festivals, andere beoordelingscommissies en docenten op kleinkunstopleidingen. De basis blijft kwaliteit, natuurlijk, maar het is tijd voor een ander gesprek in die jurykamer. Want ook vanavond is de jury overwegend man, heel wit en van middelbare leeftijd. Dat moet beter.
Cabaretiers kunnen daarin ook het verschil maken. Zij kunnen zich afvragen welke kansen zij zelf hebben gekregen. Welke uitdagingen ZIJ hebben moeten overwinnen en hoe ze anderen kunnen helpen om te komen waar ze nu zijn.

Ik wens jullie een mooie avond, dankjewel.

Categorie: Divers | Meer over: ,
Richard van Bilsen. Maker Zwartekat.nl.