Een week geleden werden de VSCD Cabaretprijzen uitgereikt. Afgelopen weekend werd in een Instagram-post weer het nieuwsbericht van NRC Handelsblad uit juli 2024 aangehaald met de kop “Dit jaar evenveel mannen als vrouwen genomineerd voor cabaretprijs Poelifinario”.
De lead van dat nieuwsbericht luidde: “Voorgaande jaren waren de genomineerden voor de gerenommeerde Poelifinario overwegend man. Dit jaar niet meer, maar op de kandidatenlijst voor De Neerlands Hoop staat nog altijd slechts één vrouw.”
Dat was destijds voor mij mij toen de aanleiding voor een update van de man/vrouw-verhouding in het cabaret. Daaruit bleek dat de afgelopen drie seizoenen (2022-2023 tot en met 2024-2025) de verhouding grofweg 70% man en 30% vrouw was.
–hier terug te lezen
Als dan respectievelijk 50% en 25% van de nominaties naar een vrouw gaat, dan zou je kunnen zeggen dat ze het beter en naar verhouding hebben gedaan. Behalve dat je geslacht geen moer zou moeten uitmaken van de kwalificatie of je genomineerd wordt of een prijs krijgt.
Wat ik toen niet heb gedaan, is kijken of de vaststelling klopt dat dit in voorgaande jaren anders was. Dat blijkt namelijk niet zo te zijn.
In 2017 genomineerd voor de Poelifinario: Ronald Snijders, Theo Maassen, Vrijdag en Sandifort (Remko Vrijdag met Martine Sandifort), Claudia de Breij, Sanne Wallis de Vries. Precies 50/50.
In 2021 genomineerd voor de Poelifinario: Alex Klaasen, Claudia de Breij, Elke Viervijzer, Rundfunk, Sara Kroos, Patrick Nederkoorn met Jan Beuving. Drie nominaties voor mannen, drie nominaties voor vrouwen.
Voor de volledigheid met betrekking tot de Neerlands Hoop:
Eén keer (2006) waren er evenveel vrouwen als mannen genomineerd. twee keer (2009 en 2016) meer vrouwen dan mannen.
Dat statement in NRC Handelsblad is dus onjuist. Maar zoals we in de politiek zien, als je het vaak genoeg blijft herhalen, dan voelt het waar.
Waarbij ik overigens niet wil beweren dat de nominaties altijd altijd in verhouding zijn geweest. Zeker niet.
Dan wel de vraag: maar hoe zit het dan met de man-vrouw verhouding in het verleden. Die is lastiger te beantwoorden. Niet onmogelijk, maar veel werk. Dan moet ik kijken wie er speelden vanaf circa 2002/2003 en dat dan dus met terugwerkende kracht gaan zitten verdelen. Destijds hield ik het nog niet zo goed bij als nu. Bovendien heb ik ook wel andere dingen te doen, zoals het monteren van een podcast. Alles wat je nu leest is het resultaat van uitstelgedrag.
De afgelopen drie jaar was 30% van de cabaretiers vrouw. Het lijkt me een redelijke aanname dat dit in vorige jaren niet meer was. Dus als ik hieronder percentages noem wanneer het niet in verhouding was, dan is dat op basis van de inventarisatie sinds 2022. En kan het in werkelijkheid alsnog in verhouding zijn geweest. Flinke slag om de arm dus!!
Met dat uitgangspunt hebben 42 uitreikingen gehad (Neerlands Hoop + Poelifinario) met in totaal 181 genomineerden. Cabaretgroepen bestaande uit mannen of vrouwen, tel ik daarbij als 1, want ze krijgen ook maar 1 prijs. En duo’s bestaande uit een man en vrouw tel ik als 0,5. In 2003 waren er nog geen nominaties, dus die (mannelijke) winnaars heb ik als 1 nominatie geteld.
Bij 15 van de uitreikingen zijn vrouwen naar verhouding (of meer) genomineerd. Met uitschieters naar 50%, 60% en 66,7% van in totaal 8 uitreikingen. Bij 27 van de uitreikingen dus niet. Bij 16 uitreikingen waren er überhaupt geen vrouwen genomineerd.
De afgelopen 10 keer (vanaf 2014, 2020 was er geen uitreiking), was er in 80% van de uitreikingen een vrouw genomineerd. (In 2015, 2017 en 2018 geen vrouw bij Neerlands Hoop, in 2018 bij de Poelifinario).
Sinds de uitreiking van de VSCD Cabaretprijzen was dit de man-vrouwverhouding in de nominaties:
Poelifinario 80% man en 20% vrouw.
Neerlands Hoop 72% man en 28% vrouw.
Dit hele verhaal werd getriggerd door een bewering over de nominaties. Laat ik daarom tot slot nog even kijken naar de daadwerkelijke winnaars.
Sinds 2003 werden er 33 Poelifinario’s uitgereikt (sinds 2018 zijn het er 3 per editie) en 22 keer de Neerlands Hoop.
De Poelifinario ging in 79% naar een man en in 21% naar een vrouw.
De Neerlands Hoop ging voor 68% naar een man en 32% naar een vrouw.
Al met al, komt dat behoorlijk overeen met de man-vrouw verhouding van 70/30 binnen het cabaret. Ik kan me niet voorstellen dat die wisselende VSCD Cabaretjury’s erop hebben gestuurd om de toekenning van prijzen langs die meetlat te laten verlopen, maar het loopt verrassend gelijk op.
Belangrijker lijkt me dat vrouwen én non-binairen nog steeds te weinig afspiegeling vinden binnen het cabaret. En als er vervolgens goeie voorstellingen worden gemaakt, dan volgen de prijzen vanzelf.



