De tekst belicht de rol van agenten en directeuren, die profiteren van de economische kwetsbaarheid van artiesten. Waarbij de schrijver zich voordoet als directeur van een te openen cabaret.
ZEVENDE HOOFDSTUK
vorig hoofdstuk|volgend hoofdstuk
Amusant was ‘t niet precies. Helemaal niet!
Ik heb me die middag meer dan eens hartgrondig geschaamd en me in moeten houden, om niet te vloeken.
Want werkelijk, in dit amusementsbedrijf blijft er van de mensen een bedroefd klein beetje heel. De strijd om het bestaan woedt er wel in heel erg onverkwikkelijke vormen en eigenlijk hel ik over tot de mening, dat heel dit amusementsbedrijf maar hoe eer hoe beter moest worden uitgeroeid. En als dat niet mogelijk is, moet de organisatie der artiesten onder uiterst energieke leiding stevig uitgebouwd worden en al de onfrisse uitwassen met wortel en tak uitroeien. Misschien is er dan nog iets van te maken, dat de mensenwaarde niet àl te zeer in de modder trapt!
Mijn telkens terugkomen in deze zeer bijzondere en eigenlijk nog al streng gesloten kring, had al de aandacht getrokken. Verschillende mensen hadden me al herhaaldelijk nieuwsgierig opgenomen.
Wie was ik? Wat was ik? Een nieuwe concurrent? Een onwelkome steekneus? Wat voerde ik hieruit op die merkwaardige mensenmarkt?
Mijn gids behoefde niet veel moeite te doen, om mijn kwaliteit bekend te maken. Ze hadden hem met mij zien praten, telkens weer en vroegen dus, wat ik voor een type was. Eerst had hij hun vragen ontweken, nu, nonchalant, lichtte hij hen in :
,,O… meneer zus en zo… aanstaand directeur. .. Gaat een cabaret openen binnenkort. ”
Dat was absoluut afdoende. De één vertelde het aan de ander en de blikken, die ik ontmoette, kregen een ander accent. Eerbied was er in. een tikje vertrouwelijke toenadering, een schimmetje vrees bij sommigen. Een dandy in een heel licht zomerpak nam beleefd z’n hoed voor me af, toen-ie voorbij m’n tafeltje kwam. Een aanzienlijk gedecolletteerde dame knikte mij toe met.. een veelbelovend tandengeblikker. Men draaide om mijn tafeltje heen, bestudeerde mijn stemming op mijn gelaat aarzelend: zou ik ‘m es aan durven spreken? Het was een heel klein beetje onbehagelijk…
Tot er eindelijk een moed vatte en kordaat op mij afstevende.
Het was een jongmens, dat mij al eerder opgevallen was. Netjes gekleed, maar nogal sjofel. Een paar wanhoopogen en een onzekere manier van zich te bewegen. Met de hoed in de hand vroeg hij of ik een ogenblijk voor hem had. Zoals dat een rechtgeaarde directeur betaamt, wees ik onverschillig op een lege stoel aan de andere kant van het tafeltje en gaf overigens geen asem.
Voorzichtig begon hij de conversatie. Of het waar was, dat ik een cabaret ging openen? Ik knikte en blies heerszuchtig een grote rookwolk in zijn richting.
Misschien mocht hij zich dan eens voorstellen; hij heette zus en zo, maar trad op onder een vreemd klinkende naam als salon-acrobaat. Met z’n vrouw, die op ’t ogenblijk ziek was, o niks ernstigs, zo maar wat griep of zo, was met een paar weken weer op de been. Een mooi vrouwtje en werkte knap… Hier had ik een briefkaart met kleine portretjes van hun verschillende verrichtingen; zoals ik zag: elegant, keurig en sier lijk. .. beslist een succesnummer… duurde zowat een kwartier… ’t toneel hoefde niet groter te zijn dan vier bij twee-en-een-half. Zo groot zou mijn toneel toch zeker wel worden !… Ja, wel groter ook, blufte ik… Nou dat was dan zover zéker in orde… en of ik er wat voor voelde? Ja… ’t leek me wel aardig… O, meneer, beslist een attractie voor uw zaak, succes gegarandeerd!. .. Maar de gage ?… Ja…
ik moest begrijpen… twee personen… en ze hadden ook een kind. Stom genoeg! vond de directeur, maar enfin, dat moest ie natuurlijk zelf weten… Nou, hoeveel?.. Ja, kwam het aarzelend, minder dan vijf en twintig gulden ging het eigenlijk niet… Per week? Informeerde de directeur grof. Meneer maakt er grapje mee… nee, per avond natuurlijk… Meneer moest bedenken: de reiskosten, de bagage, het onderhoud aan kostuums en toestellen… alles was duur… Ja… voor de directie ook… en dan: de risico!… Nou, misschien, omdat ‘t voor een beginnende zaak was… kon ‘t dan voor twintig, maar minder ook waarachtig niet… een vrouw… een kindje… en alles zo duur…
Nou, de directeur zou er welwillend over denken… Wanneer de zaak opende?… Onbekend… Nou, hij zou me z’n adres opgeven… kwam graag in aanmerking voor de eer van het eerste program… Hij wou nog iets zeggen, ik zag het aan z’n ogen, een smeekbede om een vaste toezegging, maar hij bedacht zich… ’t leek beter je groot te houden en zo ging hij dan maar, na een beleefde buiging… de arme duivel!… ik had al lang begrepen, dat hij voor de chaos stond, geen enkel engagement in ’t vooruitzicht, een zieke vrouw, een kindje… en alles was zo duur!… Hij had een goed arbeidersgezicht en God weet welke vreemde waan hem tot dit leven gedreven had! Tot dit lege, ijdele leven van amusementsartiest:
Salon-acrobaat!… Ik zag hem wegsluipen tussen de druk pratende en lachende menigte, met zijn smalle, lenige gestalte, een kleine, verloren man, de salon-acrobaat. Zijn armzalige portretjes met zijn adres bleven op mijn tafeltje achter, hopeloos.
Het ijs was gebroken: dadelijk kwam nummer twee, een vrouwelijke sollicitant dit maal.
Dezelfde beleefde inleiding, met een nuance van het-samen-wel-weten echter. Zij zong, ja, ze was een zangeres. Levensliedjes, wat weemoedig genre, ja, ze was een beetje droefgeestig in haar kunst. Zou je zo niet aan me zeggen, nee!… Hahaha! maar ’t was toch zo. Nou ja, ze zong als ’t moest ook wel een vrolijk liedje, maar haar fort was toch het weemoedige genre, dat lag meer in haar stem, in haar timbre. Begreep ik?… Ja ja, ik begreep, maar ik keek een beetje wantrouwig, en daarom begon ze maar wat trots te doen, een beetje op te snijden over grote successen en prachtige engagementen bij sjieke zaken, echt sjieke… Luxor in Groningen, als ik dat kende b. v., en overal beslist succes… Een heel geschikt repertoire had ze en ze noemde een paar liedjes, waarvan de titels alleen je al wee om je hart maken. En of ze duur was? De grove vraag verschrikte haar niet half zo veel als mij zelf. Ze lachte tegemoetkomend. O nee…
helemaal niet, hoor… zeventien-half, vijftien als ’t moest… voor een eerste maal, voor de eer en de kennismaking misschien nog wel minder… een pas beginnende zaak moest je wat ontzien, was voor de artiesten ook beter. En ze babbelde, nerveus druk en wijs en welwillend tegen de nieuwe machthebber, die wellicht ingepalmd kon worden. Ze liet haar benen behoorlijk gelden en haar kleine voetjes, die op en neer wipten in de schoentjes, die een elegant verleden hadden en draaide met de schouders en keek schalks onder de rand van haar brede hoed uit, welks schaduw de verwelking van haar gepoederd gezicht helaas niet geheel kon verbergen… Ze deed haar best, ze vocht voor haar bestaan, voor haar boterham en ze liet geen wapen ongebruikt… Ze moest zeker naar de veertig lopen, was er misschien al over, en ze deed als een aanhalig jong ding, en het was om bij te huilen. Daarom vroeg ik maar eenvoudigweg of ze bezwaar had om na haar optreden in de zaal te komen en wat te aanvaarden van de jongelui daar… Ze moest bedenken… een studentenstad… gezelligheid kon voor de zaak groot voordeel brengen. Ze lachte, vrolijk, begrijpend en maakte een afwerend gebaar… Welnee! Geen bezwaar, hoor! ze hield wel van gezelligheid” was niet preuts… dat kon je in ’t vak niet zijn, was allemaal maar onzin. Ik kon gerust zijn… En als ik ‘r soms es wou horen, vooruit, hier was haar adres… kon haar altijd ontbieden, waar ik maar wou… als ze tenminste niet juist uit de stad was voor een engagement buiten… Of… als ik liever bij haar wou komen om es te horen? Ze woonde heel geschikt… Nou, ze hoorde dan wel van me? Ja?… Dag, meneer! dank u wel… dus u weet mijn adres… als u soms horen wil. .. of komen, graag altijd tot uw dienst… En met het verleidelijkste restje van haar vroegere lach trippelt ze bij me vandaan en schiet een vriendin aan en praat druk, vol blijde hoop op de nieuwe connectie, die haar waarschijnlijk wat groen Vaal’ komt en wel om mee op te schieten… En ik draai haar adreskaartje tussen de vingers… had zelfs de naam van deze succesvolle kunstenares nooit gehoord.



