Journaal 17

Niets

Mijn zoontje van twee komt naar me toe met tussen zijn duim en wijsvinger Niets. Hij geeft mij Het Niets en zegt: "papa happie". Ik pak Het Niets aan, stop het in mijn mond en laat het mij overdreven welgevallen. Waarop mijn zoontje met een glimlach in zijn ogen snel nog meer Nietsen bij elkaar raapt om mij daarmee vrolijk vet te mesten. Wat kan je als vader en kind toch intens tevreden zijn met zoveel Niets.

"Oké, vanaf het gedeelte dat wij de bom uit het water vissen," roept Silvester naar mij, terwijl hij al druk bezig is touwtrekbewegingen te maken in de lege lucht. Ik zie geen visnetten, ik zie geen touw, ik zie geen zee. Desondanks schiet ik hem te hulp, want het ziet er naar uit dat het een verdomd zwaar klusje is. Om het niet-aanwezige-net beter binnen te loodsen, klim ik het smalle gammele nekbrekende trapje op (goddank is dat er wel).
Terwijl ik met mijn volle gewicht aan de bestelde-maar-nog-niet-geleverde-netten hang, vist Silvester al met zijn handen iets onzichtbaars tussen de-meer-gaten-dan-net vandaan. Hij geeft het met uitgestrekte lege handen aan mij en ik pak het niets vermoedend van hem over. Ik kijk met een schlemiele blik naar mijn ledige handpalmen, totdat het tot mij doordringt:

"EEN BOM, FUCK ALLEJEZUS, IK HEB EEN BOM IN MIJN HANDEN!!!"
 
In paniek gooi ik de bom naar Silvester, die hem behendig opvangt en een heel ander beeld van het projectiel blijkt te hebben dan ik, hij lijkt opeens 20cm groter?!
Moedig weet hij het gevaarlijk groeiende gevaarte over de reling van het schip te werpen, we zoeken vrezend voor ons leven dekking en iemand roept van de zijkant "boem!".

Samen stappen Silvester en ik de scene uit en zijn intens tevreden met zoveel Niets.

Emiel
 
Quote: "De theatermagie is er niet, hè? Dat ligt waarschijnlijk aan mijn spel"