Journaal 22

MET DE GRATIE VAN PUBLIEK

Vandaag voor het eerst een totale doorloop gedaan, wat inhoudt dat we van begin tot eind zo goed mogelijk proberen te spelen wat we de weken daarvoor zo slecht mogelijk hebben proberen neer te zetten. Dit is altijd een confronterend kantelpunt in een repetitieproces, met doorgaans de stimulerende conclusie "waar zijn we in godsnaam mee bezig?". De eerste drie scenes beginnen vaak veel belovend, omdat je je tegen beter weten in probeert wijs te maken: ik kan het, ik kan het, ik kan het.
Maar het-door-het-stuk-heen-bluffen stokte bij ons al in scene twee en vanaf dat moment liepen we als de marmotten van Fred Oster het stuk te spelen: de één rent op de finish af, maar weet het gaatje niet te vinden, de ander keert halverwege om, weer een ander gaat rustig in een hoekje staan pissen en de laatste is zijn starthokje niet eens uitgekomen. Kortom: "waar zijn we in godsnaam mee bezig?".

De reddings-scene bijvoorbeeld zou als een geoliede machine moeten lopen, maar vandaag was olie een inferieur goedje voor ons. Man man man, Onno die in levensgevaar is roept om hulp, met de intonatie van mijn zoontje die met zijn broek op zijn knieën uit de wc komt lopen en zegt: "Klaar!". Ik duik als Sylvester Stallone Silvester Zwaneveld achterna, omdat die bij zijn reddingsactie overboord dreigt te slaan, maar Silvester blijkt nog op het dek te staan en kijkt mij na. Om zijn fout vlot te trekken springt hij iets te enthousiast over de reling, waarop zijn hoofd de kreukelzone van Onno"s hoofd test. Die op zijn beurt nu wel geloofwaardig en welgemeend om hulp begint te schreeuwen. Vervolgens reageert Noël meteen door ons genadeloos aan boord te sleuren, waarbij een ieders scrotum lichtjes maar toch man-onwaardig de reling toucheert.
Plots staan er drie afgevaardigden van ons boekingskantoor Mojotheater in de loods. Ons haar (Noël en ik) en ons pijpbeen (Onno en Silvester) rechtleggend verexcuseerden wij ons voor de net gespeelde scene. We namen voor om de reddings-scene nogmaals te spelen, maar nu met publiek. En het werd ons al snel duidelijk: met de gratie van publiek bestaat theater, publiek blijkt de olie te zijn voor de acteurs en hun stuk, zelfs voor een driekoppig publiek sloven wij ons zo schaamteloos uit dat we alles wat krom is recht weten te spelen.

Emiel de Jong

Quote van de dag:
Vraag:"Waarom moeten we met amateurs werken?"
Antwoord: "Omdat jij de enige was die nog kon op het laatste moment"